Raad en daad bij doop aan asielzoekers

Kerk en vluchteling
Niet alleen voor de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), ook voor predikanten de bekering van een asielzoeker een dilemma zijn.  beeld Jaco Klamer Jaco Klamer
4

Niet alleen voor de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), ook voor predikanten kan het een dilemma zijn. Een asielzoeker bezoekt de kerkelijke gemeente en wil na enige tijd gedoopt worden. Is zijn bekering oprecht? Of is het hem wellicht om een verblijfsvergunning te doen?

De Evangelische Kerk in Duitsland (EKD) kwam onlangs met een handreiking aan predikanten en gemeenteleden over de doop aan mensen zonder papieren. De inter­kerkelijke stichting Gave komt voor de zomer eveneens met richtlijnen voor kerken voor de omgang met doopaanvragen van asielzoekers (zie kader).

Aanleiding voor de verschijning van de brochures is het feit dat de laatste jaren een groot aantal asielzoekers, alleen of met het hele gezin, zich heeft bekeerd tot het christendom. Zij vragen in een kerkelijke gemeente of zij gedoopt kunnen worden.

Zo’n verzoek levert bij voor­gangers en gemeenten veel vragen op. „Is deze bekering oprecht? Gaat het de vluchteling wellicht alleen om een verblijfsvergunning? Heb ik als predikant voldoende gewezen op het feit dat een bekering niet automatisch een uitzetting voorkomt? Moet ik een langere voorbereidingstijd hanteren voor asielzoekers?”

De vraag of iemand christen is, kan cruciaal zijn voor het besluit om een asielzoeker wel of niet naar het land van herkomst terugte sturen. In sommige landen is bekering tot het christendom een letterlijke doodzonde.

Kennismaking

De handreiking ”Zum Umgang mit Taufbegehren von Asyl­suchenden”, een initiatief van de EKD en de Vereniging van Evangelische Vrije Kerken in Duitsland, gaat in op deze vragen. Allereerst benadrukt de brochure dat de doop van een asielzoeker in principe niet anders is dan die van een andere volwassene. „De gemeente heeft de taak om elke doopkandidaat te begeleiden en te onderwijzen in het geloof.”

Voordat een predikant aan doopcatechese begint, is het nodig om de doopkandidaat goed te leren kennen, schrijft de EKD. Die kennismaking moet van beide kanten plaatsvinden. „Mensen die gedoopt willen worden, hebben veel tijd nodig.”

Punten waar de predikant het in een kennismakingsgesprek over zou kunnen hebben, zijn: de herkomst, de levensloop, het eerdere religieuze onderwijs van de kandidaat en de eventuele consequenties van een doop. „Als duidelijk wordt dat de kandidaat met zijn doop hoopt op een succesvolle asielaanvraag, dan moet een predikant die gedachte weerleggen.”

Adviezen

De brochure noemt een aantal praktische adviezen voor gesprekken met asielzoekers.

1. Veel asielzoekers beschikken niet over voldoende kennis van de Duitse taal. Daarom is het goed om bij het dooponderwijs de hulp van een betrouwbare vertaler in te schakelen. In elk geval moet de persoon een Bijbel in zijn of haar eigen taal krijgen.

2. De asielzoeker moet bevraagd worden op zijn motivatie. Ook is het van belang dat een predikant onderzoekt of en in hoeverre iemand door zijn doop hoopt op een positieve uitkomst van zijn asielverzoek.

3. Een predikant moet voorzichtig zijn in zijn omgang met de media. Als informatie over bekeerlingen bij de media terechtkomt, dreigt het gevaar dat de geheime dienst van het land van herkomst deze in handen krijgt.

4. Gemeenten waarin asielzoekers worden gedoopt, horen zich te kenmerken door een gastvrije cultuur. Leden kunnen asielzoekers die interesse tonen voor de doop uitnodigen voor kerkelijke activiteiten. Bijbelstudiegroepen of huiskamerbijeenkomsten kunnen, door de informele sfeer, hier een belangrijke rol in spelen.

5. Het komt vaak voor dat asielzoekers op plaatsen wonen waar ze geen kans hebben om bijvoorbeeld op zondagochtend met het openbaar vervoer een kerkdienst te bezoeken. Ook doordeweeks kan een bezoek aan de kerk met hoge kosten gepaard gaan. Een kerkelijke gemeente moet hier oog voor hebben.

6. Tijdens gesprekken kunnen traumatische gebeurtenissen die met de vlucht of met de voorgeschiedenis in het land van herkomst te maken hebben, naar boven komen. Het is daarom van belang om tijd voor pastorale gesprekken in te ruimen. Indien nodig kan een predikant doorverwijzen naar professionele psychologische hulp.

8. Veel religies gebruiken een vergelijkbare theologische terminologie. Predikanten en gemeenteleden moeten zich ervan bewust zijn dat identieke begrippen, zoals gebed en openbaring, in de islam en het christendom een verschillende inhoud kunnen hebben.

9. De gemeente waar een vluchteling is gedoopt, neemt een sociale verantwoordelijkheid op zich. In gevallen waarbij de gedoopte persoon door zijn familie is verstoten, kan de kerkelijke gemeente een sociaal netwerk vormen.

10. Asielzoekers die zich bekeren tot het christelijk geloof moet erop gewezen worden dat hun kinderen kunnen deelnemen aan christelijk onderwijs, ook als ze niet zijn gedoopt. Het christelijk onderwijs voor kinderen is een belangrijke aanvulling op de catechese in de gemeente.

11. Een predikant die een asielzoeker doopt, heeft een goed netwerk nodig. Heel belangrijk zijn contacten met personen die de taal van de asielzoeker spreken en zo het wederzijds begrip kunnen stimuleren. Ook contacten met advocaten, (kerkelijke) organisaties voor vluchtelingen, de kerkenraad, gemeenteleden en andere kerkelijke gemeenten zijn zinvol.

12. Het is aan te raden om alle elementen van de doopvoorbereiding op een transparante manier op schrift te stellen. Zowel bij overheidsinstanties als bij kerkelijke organisaties kan dit vertrouwen scheppen. In grote lijnen geldt: hoe concreter het religieuze traject wordt beschreven, hoe beter autoriteiten en rechterlijke instanties de motieven van asielzoekers kunnen begrijpen en beoordelen.

Thuis

Ook na de doop is het belangrijk om betrokken te blijven bij de dopeling, schrijft de EKD. Om hem een thuis te geven in zijn kerkelijke gemeente, bijvoorbeeld door hem vertaalhulp aan te bieden tijdens de kerkdiensten. „Als kerk dragen wij de angst voor een terug­keer naar hun eigen land mee met alle bekeerde asiel­zoekers, want „hetzij dat één lid lijdt, zo lijden al de leden mede; hetzij dat één lid verheerlijkt wordt, zo verblijden zich al de leden mede”” (1 Kor. 12:26).

Dit is het slot van een tweeluik naar aanleiding van de verschijning van een tweetal handreikingen aan predikanten en gemeenteleden rond de doop aan mensen zonder papieren.


„’s Zondags help ik koffie schenken”

„Ik kom uit Afghanistan. Toen ik naar Duitsland kwam, heette niemand mij welkom. Niemand legde mij iets uit. Op een gegeven moment ben ik naar een kerk dicht bij het asielzoekerscentrum gegaan. Ze stuurden me naar de predikant. Die bekommerde zich om mij, zorgde dat ik een tolk kreeg en regelde een taalcursus. Ik heb gezegd dat ik christen wilde worden. Vervolgens kreeg ik doopcatechese. Ten slotte vond er een mooie doopdienst plaats. Na anderhalf jaar is mijn asiel­aanvraag geaccepteerd. Nu ben ik lid van deze kerk. ’s Zondags help ik koffie schenken. Ik kreeg een kans en mijn geloof groeit.”

„Ik kom uit Teheran. Twee jaar geleden ben ik begonnen met Bijbellezen. Een vriendin nodigde mij uit om mee te gaan naar een kerkdienst. Die werd in de woonkamer van een familie gehouden. Een paar weken later kregen wij een waarschuwing van de buurman. De geheime dienst was bij mijn vriendin aan de deur geweest. Daarna ben ik gevlucht. Hier in Duitsland ben ik meteen in de eerste weken op zoek gegaan naar een evangelische kerk. Ik heb de predikant gevraagd of ik gedoopt kan worden. Na een voorbereidingscursus ben ik gedoopt. Toen ik werd overgeplaatst naar een opvangcentrum in een andere stad heeft de predikant mij geholpen om contact te leggen met de plaatselijke predikant. In het bijzonder de Bijbelstudiegroep bevalt mij goed.”

bron: Handreiking EKD ”Zum Umgang mit Taufbegehren von Asyl­suchenden”


„Ex-moslims dopen op basis
van een droom is te snel”

Stichting Gave uit Harderwijk komt voor de zomer met richtlijnen voor kerken voor de omgang met doopaanvragen van asielzoekers. De aanleiding voor de handreiking ligt volgens Marco Vos, hoofd beleidszaken, in de „grote verscheidenheid binnen de Nederlandse kerken” als het gaat over dit onderwerp. „In sommige kerken wordt er goed over nagedacht voordat wordt overgegaan tot de doop. Er zijn ook kerken, van reformatorische tot migrantenkerken, waar ex-moslims soms snel worden gedoopt, zonder grondig voortraject. Kerken kunnen naïef zijn als het gaat om vluchtelingen die vragen gedoopt te worden.”

Met de handreiking wil de stichting –die zich inzet voor kerkelijke hulpverlening aan asielzoekers– kerken bewust maken van hun verantwoordelijkheid. „Het feit dat een vluchteling christen wordt, kan een rechtsgrond zijn voor een status. Dat maakt dat de motivatie voor de doop van een asielzoeker gekleurd kan zijn.”

Gave pleit daarom voor een grondig traject. „Een kerk kan niet iemand dopen op basis van een droom of bijzondere ervaring alleen. Dat is te snel. Er mag best wat meer gevraagd worden van een vluchteling. Het is goed dat hij meer leert over het geloof, en je moet kijken of zijn leven na de bekering is veranderd.”

Zoals dr. A. J. Plaisier, scriba van de Protestantse Kerk, woensdag in deze krant aangaf, hecht de Immigratie- en Naturalisatie­dienst waarde aan het oordeel dat een kerk geeft over de bekering van een asielzoeker. Vos: „Kerken moeten met een afgewogen advies komen.”

De woordvoerder van Gave vindt de raad die de EKD geeft „waardevol, maar mist handvatten voor het traject na de doop.” Stichting Gave vraagt daar in haar handreiking nadrukkelijk aandacht voor. „Het belangrijkste is hoe een asielzoeker als christen kan leven. Een bekeerling heeft bijvoorbeeld een geestelijke familie nodig. Wij adviseren hoe de Nederlandse kerk een gastvrije gemeente kan zijn.”


„Neem de tijd en geef onderwijs in de Bijbelse leer”

Ds. W. Visscher kreeg in het verleden een enkele maal te maken met een doop­aanvraag van een asielzoeker. Evenals de EKD en de stichting Gave maant de predikant van de gereformeerde gemeente in Amersfoort tot voorzichtigheid. „Ga niet op je gevoel af of op de woorden van iemand. Neem de tijd en geef onderwijs in de Bijbelse leer.”

Wat zijn uw ervaringen met asielzoekers?

„Enkele jaren geleden kwamen er vluchtelingen met een status naar Nederland die ongeveer negen maanden in Amersfoort verbleven. Daarna gingen ze naar andere delen van ons land. We vingen als gemeente veel van deze mensen op. Inmiddels komen er in Amersfoort geen vluchtelingen meer in het asielzoekerscentrum. Als kerk proberen we wel steeds open te staan voor vreemdelingen. Dat is een Bijbelse eis volgens Hebreeën 13:2. Op dit moment wonen er in het azc uitgeprocedeerde asielzoekers. Het contact met dergelijke mensen verloopt moeizamer. Hun situatie is vaak uitzichtloos.”

Kreeg u ooit een doop­aanvraag van een asielzoeker?

„Een enkele maal hebben we zo’n verzoek gehad. Soms was iemand moslim en wilde hij of zij graag christen worden. Ook vroegen asielzoekers wel eens of ik hun kinderen wilde dopen.”

Hoe ging u daarmee om?

„In principe kan iemand gedoopt worden. Je kunt daar verheugd over zijn, als mensen het teken en zegel van Gods genade begeren te ontvangen. Aan de andere kant gaat de doop altijd samen met onderwijs in de christelijke leer en met een christelijke levenswandel. Vooral de vragen voor de volwassendoop in het klassieke doops­formulier liegen er niet om. Er zal dus eerst heel grondig onderwijs gegeven moeten worden. De lijn in de Bijbel is: eerst goed en grondig onderwijs en daarna de doop. Tot nog toe heb ik niemand van de asielzoekers gedoopt. Hierin speelt ook mee dat vluchtelingen graag hun kerk-zijn in eigen kring beleven.”

Wat vindt u van de handreiking van de Evangelische Kerk?

„Er wordt gemaand tot voorzichtigheid. Dat is zeer verstandig. Een vluchteling komt uit een andere cultuur. Wel zou ik meer en duidelijker aandacht willen vragen voor de christelijke leer en de christelijke leefwijze. Een dopeling moet de Twaalf Artikelen des geloofs en de Tien Geboden kennen en in praktijk brengen. Ook het Onze Vader moet tot de basale kennis behoren. Dat zijn zaken die ons reeds vanuit de Vroege Kerk zijn aangereikt.”

Wat zou u predikanten aanraden als het gaat om de doop(aanvraag) van een asielzoeker?

„Geef eerst twee of drie jaar onderwijs in de Bijbelse leer. En kijk daarna verder. Het onderwijs moet vooral persoonlijk zijn. Niet in te grote groepen. Op die manier kun je ook iemands nieren proeven. Ga niet op je gevoel af of op de woorden van iemand. Neem de tijd en geef onderwijs in de Bijbelse leer. Dopen is niet zomaar iets. Het is in gemeenschap worden gebracht met de drie-enige God. En dat is geen geringe zaak.”