Per pont naar het kerkenpad bij Holysloot

Op kerkenpad
Pontbaas Nel John-Fockens (74), met op de achtergrond Holysloot. beeld RD, Henk Visscher
10

Wie vanuit Holysloot het kerkenpad wil volgen, moet eerst met het pontje mee. Je waant je in Giethoorn.

„Maar hier is het mooier”, verzekert Nel John-Fockens (74), terwijl ze de kleine veerboot –met hond– behendig over het water manoeuvreert. Normaal doet haar zoon dat, maar die is er vandaag niet.

Het gehucht Holysloot ligt net boven Amsterdam. De route erheen voert via een smalle landweg, langs weilanden, vaarten en sloten. ”Wees sociaal, wacht op elkaar” maant een bord automobilisten die elkaar tegenkomen. Onderweg passeer je Ransdorp, een klein plaatsje met een veel te grote kerk. Dan een doodlopende weg in: aan het einde ervan bevindt zich Holysloot. Een informatiepaneel bij de ingang van het dorp legt de wat raadselachtige naam uit. „”Heiligesloot”? Welnee, holy betekent hol of laag: ”Lagesloot” dus, of eigenlijk ”Laaggelegen slotendorp”.”

Nel John heeft hier altijd gewoond. Haar vader was er al veerman, en zijn vader ook. „M’n óvergrootvader zelfs al”, zegt ze, in onvervalst Amsterdams.

Ooit kende het dorp twee kerkenpaden, weet John. „Maar het ene is niet meer mooi intact.”

Het andere nog wel. Om er vanuit Holysloot te komen, moet je echter een brede kreek over, het Holysloter Die. Met de pont dus.

„Ik weet het nog wel”, zegt John, „vanuit mijn jeugd, in de jaren vijftig. Mensen die vanaf de overkant hier naar de kerk kwamen, moesten door het land. Daar waren kleine bruggetjes gemaakt en liep een pad, het kerkenpad – al heette dat toen nog niet officieel zo. Mijn vader zette hen vervolgens over met het pontje.” Dat voer ook ’s zondags? „Ook ’s zondags, ja. Mijn vader was zeven dagen per week van ’s morgens zeven tot ’s avonds tien uur in touw. Hij was in dienst van de gemeente Amsterdam. Wandelaars betaalden 5 cent, fietsers 10 cent. Eind vijftiger jaren heeft hij gezegd: Voor zo weinig geld wil ik het niet meer blijven doen. Hij heeft toen gevraagd of hij het brugwachtersloon mocht ontvangen, maar dat kreeg hij niet. Toen is hij gestopt en is het pontje even weg geweest. Toen was het ook gebeurd met het kerkenpad. Later is er het toerisme gekomen.” Op dit moment vaart het pontveer alleen in juli en augustus dagelijks.

Overigens ging het niet om horden mensen die naar het hervormde Witte Kerkje in Holysloot kwamen. „Hooguit een stuk of tien.” John wijst naar de overkant. „Op die boerderij woonden kerkgangers, en op die daar ook.”

Het kerkenpad voert over grasland en witte loopbruggetjes. Een kikker plonst in het kroos. In de lucht trekken ganzen voorbij, en koerst een vliegtuig richting Schiphol. Héél lang is het pad niet: al vrij snel kom je op een asfaltweg uit, richting Broek in Waterland, twee kilometer verderop. Een reiger steekt parmantig over.

Wil je terug naar Holysloot, dan moet je even de bel bij het wachthuisje hanteren. „Als ik zin heb, kom ik”, had pontbaas John gezegd. En jawel, daar komt ze.

serie

Op kerkenpad

Kerkenpaden werden vroeger vaak gebruikt om sneller bij de kerk te komen. De paden liepen dwars door weilanden en bossen en werden vaak gevormd door karrensporen. De laatste jaren worden veel kerkenpaden hersteld. In deze zomerserie lopen kerkredacteuren zes kerkenpaden. Deel 2.