Onder de indruk van 
actualiteit Dordtse Kerkorde

Synode van Dordrecht
Ds. A. van Harten-Tip. beeld Tirza Meints-Roth

De Dordtse Kerkorde (DKO), in 1619 vastgesteld op de Synode van Dordrecht, heeft een wat stoffig imago. Volstrekt ten onrechte, zegt promovenda ds. A. van Harten-Tip. „Ik ben er diep van onder de indruk geraakt.”

Ze heeft het wat moeten horen, zegt de predikante van de voortgezette gereformeerde kerk in Nederland te Assen e.o.: „„Hoe kun je dáár nu op promoveren?” Maar het is zo simpel: de DKO geeft handen en voeten aan wat de Heere Jezus ons voorhoudt, is er de praktische invulling van. En dan valt er in de kerk nog wel wat te winnen. Ik denk dat als de DKO altijd was gevolgd, er heel wat strubbelingen minder zouden zijn geweest.”

Ds. Van Harten (60) promoveert volgende week dinsdag aan de Theologische Universiteit Apeldoorn van de Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK) op het proefschrift ”De Dordtse Kerkorde 1619 – Ontwikkeling, context en theologie”. „Wat ik heb onderzocht, is eigenlijk: waarom staat er in de DKO wat er staat? Hopelijk kan ik kerken daarmee helpen, want de DKO vormt nog steeds de basis van heel wat kerkverbanden, in Nederland en daarbuiten. Wat wordt er met een bepaalde formulering bedoeld? Wat betekent het als je een andere koers wilt gaan varen?”

Uw conclusie?

„Het heeft me opnieuw verbaasd hoezeer de Dordtse Kerkorde op één lijn staat met de Bijbel, met eerdere kerkordes en bijvoorbeeld ook met de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Het is een consistent geheel. Het is een beetje mijn slogan geworden: de DKO is een format van formaat.”

Ook omdat de DKO nooit bedoeld is „om als vaststaand document de eeuwen ongewijzigd te trotseren”, schrijft u.

„Dat dit niet de bedoeling van de opstellers is geweest, blijkt uit het laatste artikel, 86, dat ook al voorkwam in de kerkorde van Emden uit 1571. Dit artikel laat de mogelijkheid tot wijzigen open, dat wil zeggen: als een nieuwe „Generale ofte Nationale Synode” dat wenselijk acht. Het punt is alleen dat de overheid na 1618-’19 nooit meer heeft toegestaan dat er een nationale synode werd samengeroepen.”

In haar dissertatie geeft ds. Van Harten aan dat kerken die willen staan in de traditie van ‘Dordt’ zich wel moeten realiseren dat sommige begrippen een andere, of bredere, invulling hebben gekregen. „Om enkele voorbeelden te noemen: wanneer niet wordt toegevoegd dat ambtsdragers uitsluitend mannen zijn, is het in de huidige context juridisch vanzelfsprekend dat ook vrouwen tot de ambten kunnen worden geroepen. Wanneer het woord ”huwelijk” niet nader wordt gedefinieerd, wordt het gevuld met de inhoud die het in seculier Nederland inmiddels heeft.”

Op enkele punten verschilt de DKO van eerdere kerkordes, constateert u, onder meer waar het gaat om de relatie kerk en overheid en de positie van de diaken binnen de kerkenraad.

„Op onderdelen zegt de DKO inderdaad iets meer over de overheid dan eerdere kerkordes. Vaak is daarom beweerd dat de overheid in Dordt een greep naar de macht binnen de kerk heeft gedaan. Voor die veronderstelling is geen grond, laat ik zien: de DKO blijft helemaal binnen het kader van bijvoorbeeld artikel 36 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Al kun je je afvragen waarom de DKO burgemeester en wethouders het recht geeft kerkenraadsvergaderingen bij te wonen.

Wat de diaken betreft: in eerdere kerkordes was hij gewoon voluit lid van de kerkenraad; in de DKO wordt hij een beetje naar de zijlijn geschoven. Mogelijk heeft dat ermee te maken dat de diakenen in die tijd meer samenwerkten met de burgerlijke overheid – en Dordt de overheid geen al te grote invloed in de kerk wilde geven.”

In haar studie behandelt ds. Van Harten ook enkele „actuele thema’s”: de kerkelijk werker, de classispredikant binnen de Protestantse Kerk in Nederland (waarvoor de DKO volgens haar geen ruimte biedt), de zelfstandigheid van de plaatselijke gemeente.

Binnen de CGK speelt op dit moment de kwestie Arnhem. Wat valt er vanuit de DKO te zeggen als een samenwerkingsgemeente tot besluiten komt waar één van de kerkverbanden waartoe zij behoort niet achter kan staan?

„Zonder al te specifiek op deze situatie in te willen gaan: zolang jij hoort bij een bepaald kerkverband, dien je, in gezamenlijkheid, de kerkelijke weg te bewandelen. Natuurlijk, Dordt kende nog geen samenwerkingsgemeenten. Maar de lijn van Dordt is nog altijd actueel: probeer elkaar als het enigszins kan vast te houden, en de rust en vrede binnen de kerk te bewaren. Dat lijkt me ook een heel Bijbelse lijn.”