Met weemoed terug naar de universiteit in Kampen

Verlaten plekken
Universitair docent kerkgeschiedenis Van Klinken (links) en kerkhistoricus Van Gelderen (rechts) keren terug in de universiteit aan de Koornmarkt in Kampen.  beeld RD, Anton Dommerholt
2

Universitair docent kerkgeschiedenis Gert van Klinken en kerkhistoricus Jaap van Gelderen keerden nog eenmaal terug in het hoofdgebouw van de Protestantse Theologische Universiteit in Kampen.

De entree met balkon van het voormalige hoofdgebouw van de vroegere universiteit van de Gereformeerde Kerken in Nederland aan de Kamper Koornmarkt oogt nog statig. Maar van dichtbij is te zien dat het door afbladderende verf iets van zijn grandeur heeft verloren. Binnen is de aanblik nog somberder. De ontvangstbalie is leeg, in een hoek staan wat meubelen gestapeld. Ervoor ligt een bundeltje post met een licht vergeelde krant bovenop.

De universiteit was 2012 een vestiging van de Protestantse Theologische Universiteit (PThU), de theologische opleiding van de Protestantse Kerk in Nederland. De andere vestigingen bevonden zich in Leiden en Utrecht. Inmiddels heeft de PThU zich in Groningen en Amsterdam gevestigd. De vestigingen in Kampen, Leiden en Utrecht gingen in 2012 dicht.

Centrale ligging

Kerkhistoricus Jaap van Gelderen en universitair docent kerkgeschiedenis Gert van Klinken kijken met gemengde gevoelens om zich heen. „Hier rondlopen roept verwarring en verbittering op”, zegt Van Gelderen. „De geschiedenis moest zo lopen. Het plan uit Kampen te vertrekken was zo oud als de stad zelf. De instelling is bij toeval hier terechtgekomen.”

De stad lag centraal in het land en was goedkoop. „De universiteit kwam niet in Kampen omdat de mensen er allemaal zo heerlijk gereformeerd waren en omdat de stad een warm nest voor de theologen zou zijn.”

Voordat de theologische hogeschool, later universiteit, het pand betrok, was het gebouw in gebruik als kazerne. De Koornmarktkazerne was de plek van de officiersopleiding voor het KNIL en de Nederlandse strijdkrachten. „In de Tweede Wereldoorlog hebben hier mensen vastgezeten, die hierachter op het plein zijn doodgeschoten.”

Nadat de theologen erin trokken, kreeg het pand een andere uitstraling. De kantine van de militairen werd een garderobe. Langs de wanden stonden de postvakjes van de vele studenten.

Het was een levendige ruimte, herinnert Van Klinken zich. „Er stond een pingpongtafel, met name Aziatische studenten waren erg bedreven in tafeltennis.”

Wanneer ze door het gebouw lopen, komt herinnering na herinnering boven, vooral aan de levendigheid. „Studenten verbleven veel in de gebouwen. Als je hier studeerde, maakte je niet alleen deel uit van een leer-, maar ook van een leefgemeenschap. De studenten aten veelal samen.”

Indisch sfeertje

Op de binnenplaats is het onkruid omhoog geschoten. Triest, vindt Van Gelderen. „Op deze plek zat iedereen in het zonnetje. Er stonden rieten stoeltjes en palmbomen. Er heerste echt een Indisch sfeertje”, zegt Van Klinken.

De laatste jaren voor het vertrek van de universiteit uit de Overijsselse stad zette de neergang al in. Studenten verloren vanwege de kerkverlating deels hun beroepsperspectief. „En eigenlijk werd het steeds lastiger om Kampen een universiteit te noemen omdat we zo letterlijk op afstand stonden van andere faculteiten.”

De historici hopen dat het complex behouden blijft. Van Klinken: „Ik kijk naar het prachtige metselwerk en de zichtassen in deze panden. Je hoopt toch dat dit niet verloren gaat.”

----

zomerserie Verlaten

Dit is het vijfde deel in een serie over verlaten plekken in Nederland. Vandaag het vroegere hoofdgebouw van de Protestantse Theologische Universiteit in Kampen. Vrijdag deel 6: het voormalige stadhuis van Rijswijk.