Vrijmoedig

Deze maagden hadden niet alleen een lamp bij zich, wat betekent dat zij in het openbaar hun godsdienst beleden, maar droegen deze ook met de hand. Dat betekent dat zij de waarheid openlijk beleden, opdat zij door hun belijdenis en uiterlijke werken mochten onderkend worden. Hoe waar zijn hier dan de woorden van de apostel Petrus als hij zegt (1 Petrus 3:15): „...altijd bereid tot verantwoording aan een ieder die u rekenschap afeist.”

Hoe drukt ook onze Zaligmaker deze les op het hart van zijn discipelen en van ons allen: „Gij zijt het licht der wereld; een stad boven op een berg liggende, kan niet verborgen zijn.” En is het ook niet de natuur van het geloof die maakt dat wij belijdenis doen? Ja, dat geloof dat wortelen in ons hart geslagen heeft, is niet stom, maar het maakt dat wij spreken.

Wat is dan meer nodig dan deze belijdenis? Ja, hij is zo nodig dat onze Zaligmaker verklaart dat Hij hen zal verloochenen voor Zijn hemelse Vader die Hem verloochenen voor de mensen. Wat is er nodiger voor u en mij dan Christus en de waarheid van Zijn leer vrijmoedig en in het openbaar te belijden? O, hoe hebben ze doorgaans de lamp van hun belijdenis gedragen, zoals te zien is aan de drie vrienden van Daniël. Ook zal ik, zegt David, voor koningen spreken... en mij niet schamen (Psalm 119:46).

Wilhelmus Smetterus, predikant te Buyrinck (”Sions wijze en dwaze maagden”, 1677)