Korte kapsels en kopjes thee

10

Bestaan ze nog, de klassieke vrouwenverenigingen? Deze vraag stelde beeldend kunstenaar Babette Wagenvoort zichzelf. Het resultaat: een boek dat vol staat met illustraties en dat een beeld geeft van de uitstervende traditie van de christelijke vrouwenverenigingen in het Westland.

Babette Wagenvoort zou nog wel tien zulke boeken kunnen maken, vertelt ze enthousiast. Waar kwam het idee voor deze ode aan de vrouwenvereniging vandaan?

„De aanleiding is nogal specifiek”, lacht de illustrator. „Jaren geleden was ik op zoek naar hoeden met vogels. Toen kwam ik terecht bij Wil Gorter, die een hoedenmuseum heeft in haar woning in Andijk. Ik mocht de hoeden die ik nodig had ophalen in De Lier, een klein dorpje in het Westland, een streek in Zuid-Holland. Daar had Wil een optreden, zo vertelde ze me. Dat optreden bleek bij een vrouwenvereniging te zijn. Zo kwam ik voor het eerst op een verenigingsavond terecht, en dat boeide me direct.”

Wagenvoort had voor die dag in 2014 nog nooit stilgestaan bij het bestaan van de traditionele religieuze verenigingen. „Ik had weleens gelezen over de vrouwenvereniging van vroeger, maar ik wist niet dat ze nu nog zo actief zouden zijn.”

Van het een kwam het ander. Wagenvoorts interesse was gewekt. „Honderden vrouwen komen elke maand bij elkaar voor een gezellige avond. Vanaf die eerste avond wist ik dat ik daar iets mee wilde doen. Ik heb journalist Lokien de Bie, die onder andere voor de VPRO-gids schrijft, gevraagd om de tekst voor haar rekening te nemen.”

Onderzoek

En daarmee begon het onderzoek, waar wel een lange adem voor nodig was. „Het heeft heel lang geduurd voor het boek er lag zoals we het wilden hebben. Lokien en ik hebben zo’n tien verschillende verenigingsavonden in het Westland bezocht.” Lachend: „Eerst wilden we een boek maken over de vrouwenverenigingen in heel Nederland, maar dan zouden we nu nog bezig zijn.”

Op de achterflap staat dat het verenigingsleven in het Westland representatief genoemd kan worden voor de vrouwenverenigingscultuur elders in het land. „Een regio is natuurlijk nooit voor de volle honderd procent representatief. Toch komt het Westland aardig in de buurt. Er zijn veel verschillende verenigingen, rooms-katholiek en protestants, in verschillende dorpen. En op de verschillende verenigingen zijn ook nog eens mensen uit veel verschillende kerkverbanden.”

Het boek is een soort ode aan de gewone vrouw geworden, stelt Wagenvoort. „Er is in de media zo veel aandacht voor bekende Nederlanders, maar deze vrouwen zien zichzelf niet zo vaak terug in de media. Kunstenaars en fotografen brengen hen bijna nooit in beeld.”

Een ode dus, maar ook wel een poging om een uitstervende cultuur te conserveren. „Toen we begonnen met dit boek waren er nog heel wat meer verenigingen dan dat er nu nog over zijn. Het verenigingsleven krimpt op verschillende gebieden. Niet alleen door de vergrijzing, maar de vrouwen hebben het ook vaak te druk om zich echt voor een vereniging in te zetten. Ze willen bijvoorbeeld niet meer in het bestuur. Maar zonder bestuur sterft een vereniging uit.”

Avond

Het boek is geschreven binnen het format van een verenigingsavond. Aan het begin van de uitgave komen de vrouwen binnen, begroeten elkaar, en zoeken ze een plekje. Aan het eind van het boek ruimt de corveegroep de koffiekopjes op en loopt de zaal weer leeg.

Daartussen komen verschillende vrouwen aan het woord en wordt een beeld geschetst van hoe de wereld van de vrouwenverenigingen in elkaar zit. Over hoe lidmaatschap vaak met de paplepel is ingegoten, over lezingen en presentaties, over vriendschappen en bestuursplekken.

De collageachtige illustraties vormen de kern van het boek. De beelden –vaak paginagroot en doorlopend tot de randen– trekken de lezer de avond in. Je kunt het huiselijke gerinkel van de koffiekopjes bijna horen.

De grote tekeningen zijn opgebouwd uit allemaal kleine illustraties, vertelt Wagenvoort. „Ik heb tijdens de avonden heel veel slechte foto’s gemaakt, waar ik later de illustraties op heb gebaseerd. Op elke tekening stond een vrouw, of een paar vrouwen. Deze kleine tekeningen heb ik digitaal bij elkaar gevoegd.”

De mengelmoes aan beelden, allemaal zwart-wit, geeft de lezer het gevoel echt op de avond aanwezig te zijn. „De vrouwen kunnen zo je buurvrouw of je moeder zijn, je oma of je vriendinnen. Je kunt jezelf met de vrouwen identificeren. Daarom vond ik het ook erg leuk om de illustraties te maken.”

Een avond bij de vrouwenvereniging, Babette Wagenvoort en Lokien de Bie; uitg. Lecturis; 88 blz.; €19,95.