Institutie van Bucanus heruitgegeven

Ds. J. H. Zwart. beeld RD

De Institutie van Johannes Calvijn (1559) is wereldberoemd, maar weinigen weten dat nog geen halve eeuw later opnieuw een Institutie is verschenen: die van de Frans-Zwitserse gereformeerde theoloog Guilielmus Bucanus (1602).

Dit vrijwel vergeten werk van een vrijwel vergeten theoloog wordt opnieuw uitgegeven. „Compact en levendig door de opzet van vraag en antwoord”, zegt de enthousiaste projectleider ds. J. H. Zwart, predikant van de gereformeerde kerk te Grootegast. Het boek werd in de zeventiende eeuw herhaaldelijk uitgegeven, onder meer op aanbeveling van Theodorus Beza, medewerker en opvolger van Calvijn in Genève.

Guilielmus Bucanus (verlatijnsing van Guillaume du Buc) was van 1591 tot 1603 hoogleraar theologie aan de gereformeerde Academie van Lausanne en in de jaren 1595 en 1597 eveneens rector. Evenals de bekende Leidse hoogleraar Franciscus Junius maakte Bucanus zich op voor een aanstelling als hoogleraar aan de Academie van Saumur, maar overleed hij nog vóór zijn vertrek. Bucanus overleed op 15 augustus 1603 aan de gevolgen van een beroerte. Naast zijn Institutie liet Bucanus ook enkele andere theologische werken na, waaronder een van de eerste gereformeerde handboeken voor de prediking.

Catechismus

De Institutie van Bucanus ademt dezelfde geest als die van Calvijn, maar verschilt daarvan onder meer in vorm. Net als in een catechismus wordt de christelijke leer behandeld in vragen en antwoorden. In de antwoorden op de vragen put Bucanus met name uit de Bijbel, de enige maatstaf voor het geloof.

Aanvankelijk was de Institutie van Bucanus bedoeld voor theologiestudenten in Lausanne. Ds. Zwart: „Het boek vond zijn oorsprong in collegedictaten, maar op aandringen van anderen, zoals Beza, ontwikkelde het zich tot een algemene inleiding in het christelijk geloof. Het werk kreeg de vorm van een dogmatiek, bedoeld voor een brede lezerskring. Vandaar dat zijn boek ook in het Engels en Nederlands werd vertaald. De invloed van het uitgegeven werk was groot: het kon vrijwel jaarlijks rekenen op een heruitgave in binnen- en buitenland.”

Hoewel de Nederlandse vertaling meer dan eens is herzien, gebeurde dit voor het laatst in 1651: in moeilijk leesbaar gotisch schrift en met inmiddels sterk verouderd taalgebruik. Google heeft de beide edities, de Nederlandse en Latijnse, gedigitaliseerd. De projectleider roept op de website bucanus.nl op om de ingescande vertaling over te typen en de tekst te moderniseren. „Het is de bedoeling dat de Nederlandse vertaling ook met de Latijnse tekst wordt vergeleken. Langs deze weg hopen we te komen tot een gloednieuwe Nederlandstalige uitgave van de Institutie van Bucanus.”

Ds. Zwart is enthousiast over het werk. „De Institutie van Bucanus is te beschouwen als het broertje van die van Calvijn. Het werk is heel bondig en overzichtelijk. Je kunt snel de gewenste informatie vinden. Dat verklaart ook de brede waardering voor het boek destijds.”

Zijn er al reacties gekomen om mee te werken?

„Vanuit onze gemeente hebben zich al enkele belangstellenden aangemeld. Maar we zoeken nu pas de publiciteit. We hebben de drempel bewust laag gehouden door in eerste instantie te focussen op het overzetten van de oude Nederlandse vertaling, zodat beheersing van de Latijnse taal niet nodig is om aan dit project te kunnen meewerken.”

Verschillen Bucanus en Calvijn van elkaar?

„Inhoudelijk niet, want de schrijver put evenals Calvijn uit de Heilige Schrift en maakt daarbij gebruik van onder meer diens Institutie. Maar Bucanus’ werk is een stuk kleiner, ongeveer de helft van de omvang van Calvijns Institutie. Het is compacter en minder breedvoerig. Het boek was niet bedoeld als vervanger van Calvijns Institutie, maar wel om de gereformeerde leer des te meer onder de aandacht te brengen. Dat bewijst het feit dat iemand als Beza er een hartelijke aanbeveling voor schreef.”