Theologie Bucanus werpt licht op Augustinus

APELDOORN. De in 1603 overleden gereformeerde theoloog Guiluilmus Bucanus zag net als Calvijn geen tegenstelling tussen de triniteitsleer van Augustinus en die van de zogeheten cappadociërs. „Dat mag in hedendaagse discussies wel tot nadenken stemmen”, aldus Sung Jai Cho.

De uit Zuid-Korea afkomstige Cho (43) promoveerde woensdag aan de christelijke gereformeerde Theologische Universiteit in Apeldoorn (TUA) op zijn proefschrift ”Trinitarische theologie bij Guiluilmus Bucanus (1603)”. De tegenwoordig relatief onbekende theoloog was in zijn eigen tijd beroemd en zijn werk werd uitgegeven op aanbeveling van Theodorus Beza, aldus Cho.

De studie gaat vooral in op de twee uitgangspunten of „principes” van de systematische theologie van Bucanus. In de eerste plaats is dat de Drie-Eenheid of God Zelf als „zaakprincipe.” Hij is de „zaak” waar de theologie zich naar moet richten. In de tweede plaats is de Heilige Schrift het „kenprincipe”, het middel waardoor de kennis over God verkregen kan worden. Beide principes staan volgens Cho bij Bucanus niet los van elkaar, maar zijn nauw verbonden en moeten „synthetisch” bezien worden.

In de Schriftleer denkt Bucanus niet „mechanisch”, alsof de Bijbelschrijvers de tekst willoos opschreven, hoewel hij de Bijbelschrijvers wel ziet als „secretarissen die de door God gedicteerde Woorden hebben opgeschreven”, aldus de promovendus. „Bucanus en zijn geestverwanten willen daarmee laten zien dat de soevereiniteit van de drie-enige God doorwerkt in de manier waarop Hij aan Zijn volk is bekendgemaakt. De Schrift is Zijn zelfopenbaring als het Woord van God. Daarom kan Schriftuitlegging ook niet zonder het inwendig getuigenis van de Heilige Geest.”

Bij beide principes denkt Bucanus vanuit de augustiniaanse regel dat de werken van de Drie-Eenheid naar buiten toe „ongedeeld” zijn. Die regel vormt de „grond van de organische eenheid van het gehele systeem van Bucanus’ systematische theologie.” Al Gods werken in bijvoorbeeld de schepping, de voorzienigheid en het laatste oordeel zijn het werk van „een en dezelfde Triniteit.” Cho werkt dit in een apart hoofdstuk uit door alle onderdelen van de theologie van Bucanus langs te lopen.

De studie beziet Bucanus ook in het bredere verband van de „augustiniaanse trinitarische theologie.” Bucanus staat net als zijn tijdgenoten Zanchius, Ursinus en Daneus in een traditie die sterk door het trinitarisch gedachtegoed van Augustinus is bepaald. Zo zijn ze een „relevant moment” in de „receptiegeschiedenis” van het denken van de kerkvader, aldus Cho, en maken ze ook iets duidelijk over Augustinus zelf. Ze zien bijvoorbeeld geen tegenstelling tussen het denken van Augustinus en de cappadociërs, die volgens recent onderzoek sterker vanuit de drieheid in God denken, terwijl Augustinus meer vanuit de eenheid van God zou denken.

Is het wel mogelijk om zo vanuit het denken van Bucanus conclusies te trekken over Augustinus?

„Ja, dat denk ik wel. Hij staat echt in de lijn van de augustiniaanse traditie en er zijn veel structurele overeenkomsten.”

Tussen Bucanus en Zuid-Korea ligt ogenschijnlijk een grote kloof. Waar lag voor u de brug?

„In Zuid-Korea is momenteel veel aandacht voor moderne theologen als Jürgen Moltmann, Wolfhart Pannenberg, John Zizioulas en Colin Gunton, die het wezen van de Drie-Eenheid willen aflezen uit de werken van de Drie-Eenheid in de wereld. De augustiniaanse triniteitsleer verwerpen ze, omdat ze die te filosofisch en speculatief vinden en te veel vanuit Gods eenheid gedacht.

Ik denk dat zorgvuldig onderzoek naar de historische gereformeerde theologie kan helpen het evenwicht te hervinden. In het jaar 2000 was er aan het Koreaanse Gereformeerde Bijbelinstituut waar ik lid van ben een themajaar over Bucanus en daar wilde ik mee verder. Ik hoop nu dat mijn onderzoek de brugfunctie in het huidige trinitarische onderzoek in Zuid-Korea kan vervullen. Ik wil Bucanus ook nog gebruiken om materiaal te maken voor catechisatie in mijn land.”

Hoe was het om al die jaren in Nederland te kerken?

„Vooraf dacht ik dat alle kerken hier in Europa vrijzinnig en liberaal zouden zijn. Maar dat bleek niet zo te zijn. Het kerkverband van de CGK houdt de belijdenis en het gelooft in de Bijbel als Gods Woord.”