Hoogbegaafdencoach Dineke van Kooten is geestelijke puzzelaar

Dineke van Kooten. beeld Niek Stam

Hoogbegaafdheid doortrekt het leven, ook het geestelijke leven. Dat is de overtuiging van coach Dineke van Kooten, die zich al 14 jaar bezighoudt met de begeleiding van hoogbegaafden. „Hoogbegaafden zijn niet alleen slim, maar functioneren op vele niveaus anders dan anderen. Ze zijn hoogintelligent, hoogsensitief én hoogreligieus.”

Dineke van Kooten (54) heeft maar een enkele vraag nodig om een minutenlang verhaal af te steken. Ze weet met enthousiasme het onderwerp hoogbegaafdheid voor het voetlicht te halen. „Maar het meest geniet ik ervan om anderen te bevragen en om bevraagd te worden. Daar leer ik van.”

Video

Voordat Van Kooten zich in 1995 liet onderzoeken kwam het niet in haar op om te denken dat ze hoogbegaafd zou zijn. „Integendeel, ik heb me altijd dom gevoeld. Ik had een laag zelfbeeld. In die tijd was ik vanwege een chronische ziekte bedlegerig. De psycholoog die de uitslag van het intelligentieonderzoek met me besprak zei: „Besef jij wel hoe slim jij bent?” Eerlijk gezegd had ik daar geen idee van. Het duurde zeker een half jaar voor alle puzzelstukjes op zijn plek vielen en ik het kon accepteren dat ik mógelijk hoogbegaafd zou zijn.”

Van Kooten was hoofd communicatie bij het Nederlands Bijbelgenootschap en daarna van het Christelijk Instituut Effatha voor doven in Voorburg. Door haar ziekte moest ze die functie neerleggen. Veertien jaar lang lag ze het grootste deel van het dag op bed met rugpijn. „Ik werd op den duur depressief. Door psychotherapie en door mijn geloof ben ik daar uitgekomen. Ik dacht: Als God me dit laat toevallen, dan wil Hij er wat mee. Ik ontdekte dat ik Gods geliefde kind ben. Ik ben door Hem gemaakt en ik mag zijn wie ik ben, met mijn gebreken en mogelijkheden.”

Nadat ze accepteerde dat ze hoogbegaafd was, dook Van Kooten de boeken in. „Ik las protestantse, rooms-katholieke en Joodse schrijvers om meer kennis te vergaren over de bedoeling van het leven. Daardoor ontdekte ik steeds meer over de veelomvattendheid van hoogbegaafdheid.”

Binnen Choochem, de christelijke vereniging voor hoogbegaafden waarvan ze nu bestuurslid is, ontmoette Van Kooten soortgenoten. „Mensen die op je lijken in de manier waarop je naar de dingen kijkt. Een ontroerende ervaring om te ontdekken dat er anderen zijn die net zulke gekke vragen stellen als ik. Zo in het leven staan, is binnen Choochem normaal. Ik zeg wel eens: Ik ben vragend geboren. Maar lange tijd dacht ik dat ik de enige was.”

In lezingen poneert u de stelling dat hoogbegaafden óók hoogsensitief en hoogreligieus zijn.

„Klopt. In de vakliteratuur zie je dat die elementen niet zo vaak in een adem met elkaar genoemd worden. De combinatie hoogbegaafd en hoogsensitief is wel bekend. Maar in mijn coachingspraktijk ontmoet ik veel hoogbegaafden die ook op religieus gebied niet in balans zijn. Dat uit zich soms in radicale ideeën of zelfs in godsdienstwaanzin. Als coach probeer ik dan verbanden te leggen. Ik denk altijd: Waar komt zoiets vandaan? Ik probeer het bredere plaatje te zien. Niet om de werkelijkheid in een schema te duwen, maar om tot de kern van de zaak te komen.

Ik zie dat hoogbegaafden op religieus gebied hongerig zijn. Ze leggen gemakkelijk verbindingen tussen Bijbelse gegevens, bijvoorbeeld tussen het Oude en het Nieuwe Testament. Hoogbegaafden willen altijd kunnen toepassen wat ze horen.”

Lachend: „Daarom kunnen catecheten hoogbegaafde jongeren als lastig ervaren. Een hoogbegaafde is op zoek naar kennis én ervaring. Hij kan niet uit de voeten met een opmerking van een predikant of catecheet die vindt dat „het is zoals ik zeg dat het is.””

Heeft een hoogbegaafde het daarom moeilijker in een kerk die zich wil binden aan Schrift en belijdenis?

„Dat hoeft niet. Maar als de belijdenis gehanteerd wordt als meetlat, zonder dat er serieuze pogingen gedaan worden om opvattingen te onderbouwen, dan wordt het lastig. Leer en leven moeten in balans zijn. Een hoogbegaafde kan vastlopen in een kerk die het geloof louter op verstandelijke wijze benadert. Andersom geldt hetzelfde voor bijvoorbeeld evangelische gemeenten die geloofservaringen een grotere rol laten spelen dan onderbouwde standpunten. Ook daar kan een hoogbegaafde het gevoel krijgen dat zijn geestelijke honger niet gestild wordt. Vorm én inhoud, kennis én ervaring: ze zijn allebei essentieel voor hoogbegaafden.”

Is het niet een zwakte van zelfbenoemde coaches en therapeuten zoals u dat ze niet altijd kunnen terugvallen op wetenschappelijk bewezen onderzoek?

„Ik kan wel degelijk terugvallen op onderzoeken en aantonen hoe ontwikkelingstheorieën ook voor hoogbegaafden gelden. Alleen doorlopen zij de ontwikkelingsstadia van geloven en van religiositeit veel sneller. Juist hoogbegaafden hebben behoefte aan uitleg en theorie en hoe die in de praktijk kunnen werken. De Deense filosoof en theoloog Kierkegaard zei: „Het leven wordt vooruit geleefd en achteruit begrepen.” Dat motiveert mij om vanuit mijn levenservaring en kennis anderen te helpen.”

Zou het voor de kennis over hoogbegaafdheid in kerk en samenleving beter zijn als er meer onderzoek gedaan zou worden?

„Zeker. Ik probeer een steentje bij te dragen door op mijn website emmaushoogbegaafd.nl informatie te delen. Concrete casussen, gestructureerd, zodat mensen zich erin kunnen herkennen en andere hulpverleners ervan kunnen leren. Ik wil de dialoog aangaan over wat ik schrijf. Daarnaast geef ik lezingen die op YouTube terug te vinden zijn, lever ik een bijdrage aan het onderzoek van studenten die afstuderen en neem ik deel aan intervisiegroepen van hoogbegaafdencoaches. Mijn kennis moet ook steeds weer worden bijgeschaafd.”

Stel dat een hoogbegaafde met iemand uit de kerk in gesprek wil gaan over zijn geestelijke honger...

„...dan bestaat het risico dat zo’n hoogbegaafde wordt weggezet als dwarsligger of atheïst. Iemand die kritische vragen stelt krijgt nogal eens de pin op de neus. Zo iemand zie je dan vaak opschuiven naar de rand van de kerk. Terwijl die vragen meestal voortkomen uit betrokkenheid of de wil om mee te doen in de gemeente. Een predikant of ouderling zegt misschien wel over zo iemand: „Die glijdt af.” Terwijl ik denk: Het zou ook kunnen dat iemand ongewild wegglijdt door miscommunicatie en door geestelijke honger waar geen voedsel voor beschikbaar lijkt.”

Moet er een aparte kerk komen voor hoogbegaafden?

„Zeker niet. Het is juist eigen aan de christelijke gemeente dat je met heel diverse mensen lid bent van één lichaam. Maar hoogbegaafden moeten de verantwoordelijkheid om geestelijk voedsel te krijgen niet bij anderen neerleggen. Als je weet dat je hoogbegaafd bent moet je de verantwoordelijkheid nemen om je honger te stillen door aanvullende activiteiten of materiaal. Dat sluit overigens niet uit dat anderen je daarbij kunnen helpen.”

Mag je van de kerk verwachten dat ze oog heeft voor hoogbegaafden?

„We leven in een tijd dat mensen vinden dat de kerk oog moet hebben voor zo ongeveer alles. Maar ik wil de verantwoordelijkheid om oog te hebben voor hoogbegaafden niet bij de kerk neerleggen, want er zijn nog zoveel misverstanden op het gebied van hoogbegaafdheid. Wél is het belangrijk dat hoogbegaafden binnen de kerk geacht worden om wie ze zijn. God heeft ons allen gemaakt. Hij alleen kent ons hart. Wie ben ik om van een medechristen te denken dat hij niet is zoals hij moet zijn? Dat bepaalt je overigens gelijk bij de zondeval. Daar heb ik erg mee geworsteld. Maar die worsteling heeft me ook verlost van verkeerde beelden van God. Mijn predikant vroeg me ooit: „Waarin heb jij gezondigd?” Dat is een vraag waarbij ik ontdekte dat ik niet leefde als het eigendom van Christus, maar mij weg liet zetten door allerlei oordelen van anderen, terwijl ik dat wel ben. Omdat het genade is dat we zijn zoals we zijn, moeten we ook elkaar achten.”

Tijdens een symposium van de vereniging Choochem vorig jaar over hoogbegaafdheid en religie, poneerde u de stelling dat hoogbegaafden ook hoogseksueel zijn.

„Dat relateer ik aan het hoogsensitieve, maar ook aan andere theorieën. Een hoogbegaafde wil ontdekken en zoekt de verbinding. Binnen een relatie waarin man en vrouw aan elkaar gegeven zijn, kan seksualiteit bijdragen aan het laten schitteren van elkaar. Maar al te vaak zie ik dat er op dit punt juist een onbalans bestaat. Als ik in mijn coachingspraktijk een man krijg die vertelt dat het niet goed loopt op zijn werk, dan zeg ik vaak op een bepaald moment: Neem je vrouw mee als je komt praten. De vrouw brengt een man bij zijn hart. En daarover gaat het toch vaak bij het coachen van hoogbegaafden, het beantwoorden van de vraag: Wie ben je nu écht en wat wil je?

Een hoogbegaafde heeft lef nodig om tot evenwicht te komen. Het is kwetsbaar om het zo te verwoorden, maar juist in een intieme relatie moet je kunnen praten over wat je belemmert. Pas als belemmeringen uit de weg geruimd zijn, kun je ten volle jezelf zijn. Dan heb je een basis waarop je samen verder kunt. Als vrouw en man heb je in je liefdesrelatie gelijkwaardigheid én afhankelijkheid te ervaren.”

Dineke van Kooten

Dineke van Kooten (1963) werd geboren in Huizen, waar haar vader, ds. G. H. van Kooten (1919-2005), destijds predikant was. Van Kooten studeerde politicologie en massacommunicatie. Van 1994 tot 2006 kampte ze met de gevolgen van een hypermobiliteitssyndroom, dat haar veel pijn opleverde en lichamelijk beperkte. Na een gebed van een monnik in een klooster in Gent, waar ze eind oktober 2006 op bezoek was, wist ze zich lichamelijk hersteld. Van Kooten startte in 2004 met coachingswerk. Haar bedrijf Emmauscoaching.nl richt zich op directies van bedrijven en op leidinggevenden. Ook echtparen kunnen terecht voor vragen en begeleiding. Voor haar werk wordt Van Kooten geïnspireerd door het Bijbelverhaal over de Emmaüsgangers, „twee mensen die in verwarring terug naar af gaan.” Sinds 2011 verzorgt Emmaüs Pastoraat de cursussen ”Leer jezelf kennen” en ”Je leven heiligen in het licht van God”. Op haar site dinekevankooten.nl houdt ze ook een blog bij.