Evangelist Henk Bor: Als een koopman op de markt

Het Gesprek
Lerend ouderling Henk Bor. beeld RD, Anton Dommerholt

Henk Bor is een gezegend mens. Hij woont in het land waar Maas en Waal samenvloeien, in de Bommelerwaard, aan de rand van het stille dijkdorp Poederoijen. „Dit is een goed land om te wonen.” Toch is er heimwee naar Gent. „Soms huilt het een beetje vanbinnen.”

In de christelijke gereformeerde kerk van Poederoijen is Bor sinds zeven jaar lerend ouderling. „We hebben een trouwe gemeente, er wordt goed geluisterd, we hebben weinig moeilijkheden in de gemeente en ik mag hier en daar zelfs vruchten op de arbeid zien. De mensen zijn goed voor ons en de Heere is dat ook.”

Maar de herinneringen aan Gent, waar Bor 33 jaar evangelist was, knagen in zijn binnenste. „In België heb je dat pure, dat spontane. In de Bommelwaard zijn de mensen zo lijdelijk. Hier zijn kinderen Gods. Ik maak mee dat de Heere mensen in het hart grijpt, dat er zondaren in de schuld komen. Maar er wordt zo weinig gepraat over het nieuwe leven.”

Het kleine Poederoijen heeft víér kerken.

„We zijn alleszins godsdienstig. Het ziet er keurig uit, buitengewoon netjes, maar ik mis het met elkaar spreken over de levende gemeenschap met de Heere. Zondag heb ik gepreekt over de jongeling te Naïn. Die moeder liep wenend achter de baar. En het hele dorp liep er ontdaan achteraan. Maar ik heb de indruk dat iedereen zweeg. Zo lopen wij ook achter de baar, zwijgend en stil, om met elkaar geloof, hoop en liefde te begraven. Ik denk dan: vertel nou toch eens over wie de Heere voor je wil zijn. Dan hoef je het nog niet eens over jezelf te hebben.”

Bor werkte van 1978 tot 2010 als evangelist in Gent. Hij leidde daar Evangelisch Centrum Rehoboth. In 2010 werd hij 65 jaar en liet hij het werk daar over aan zijn opvolger, Dick van Luttikhuizen. Korte tijd later werd Bor bevestigd als lerend ouderling in de christelijke gereformeerde kerk te Poederoijen. De gemeente kocht voor Bor een mooie pastorie aan de rand van het dorp.

Binnen liggen overal stapeltjes boeken, tot in de bijkeuken aan toe: Philpot, Ruth Bryan, Bunyan, de levensbeschrijving van Appie van Dam, preken van ds. P. Beekhuis. „Er ligt hier van alles, je kunt zomaar iets pakken om even een stukje te lezen. Wij lezen graag over het bevindelijke leven. Als er maar verbinding mag zijn met God. Als er ritselingen zijn van de Heilige Geest, dan vallen wij daar algauw bovenop. Op het toilet ligt Augustinus. Vorige week sprak iemand mij aan over iets wat met geld te maken had. Ik zei: „Over geld zei Augustinus vanmorgen nog tegen mij: „Als je het geld níét liefhebt, pas dan kun je het op de goede manier gebruiken.” Kijk, dat heb je dan paraat, omdat je net iets van hem gelezen hebt. Ook zo’n aardige van Augustinus is: „Als je goederen hebt, moet je ze bij de Heere in bewaring geven.” Dat is dus wat de Heere Jezus zegt: „Verkoopt al wat ge hebt en volg Mij.””

Bor noemt zichzelf een stadsmens. „Pas was ik in Bremen, ik zat ergens op een terras in de zon. Ik deed mijn ogen dicht, hoorde het geroezemoes van de stad, hoorde de tram knarsen en knoersen in de rails en ik dacht: O ja, Gent!”

Evangeliseren staat in mijn ziel geschreven, zegt Bor. „Ik mocht dat toch zo graag doen, een beetje op stap gaan. Zomaar bij iemand op een bankje gaan zitten: „Goeiedag, meneer. Mag ik er even bij komen zitten?” Ja, dat mag natuurlijk altijd. „Bent u alleen? O, wat zegt u? Geen vrouw meer. Ach. En zelf een operatie achter de rug? Tjonge.”

Kijk, dan ontstaat er iets van een verhouding, een band, een beetje vertrouwen. Dan kun je ook wel vragen: „Maar joh, geloof je nou ook in God, te midden van alles wat je mee moet maken? Zie dat toch te krijgen man, geloof in God. Dan ben je niet meer zo alleen en daar kun je mee leven en mee sterven. Vertel vanavond, voordat je gaat slapen, toch eens tegen God wie je bent, wat je moeilijk vindt. Je mag aan Hem alles vertellen hoor.””

Bor is tot zegen geweest?

„Tja, tja. Voor mezelf denk ik vaak: „Er ligt veel schuld. Het was hier te kort en daar te lang, bij die te veel gezegd en bij die te weinig gesproken.” Maar de Heere heeft Zich niet onbetuigd gelaten. Hij heeft Zijn stem door mij willen laten klinken. Ik was slechts Zijn vervoermiddel. Van mezelf heb ik niets goeds te zeggen. Dus dat is gauw klaar. Alles wat ik aan goeds heb, is gekregen. Het was niet van mij, het was genade alleen, om de verdienste van Christus. Als een onnutte dienstknecht mocht ik weleens zomaar naspreken wat God me voorzei.”

U heeft nooit last van hoogmoed?

„Hoogmoed ligt er vaak zo subtiel tussen. Als iemand wat aardigs tegen me zegt, word ik zomaar weer gestreeld in mijn ego. Ik kan dat niet ontkennen. Ik kan wel een mooi tollenaarspak aantrekken, maar ik blijf een hoogmoedig mens.”

Henk Bor is geboren in Ameide, opgevoed door Godvrezende ouders, zegt hij. „Mijn vader had een meelfabriek. Wanneer hij naar de beurs ging, boog hij eerst zijn knieën. Als wij als opgroeiende jongens stiekem naar de bioscoop gingen, lag mijn vader een week wakker van verdriet. Mijn moeder ging naar de gezelschappen, waar ze weleens eenvoudig mocht vertellen hoe ze met een Drie-enig God was verzoend. Het leven van mijn ouders was doortrokken met de vreze des Heeren. Ds. F. Bakker was een huisvriend van ons.”

U had een broer met het syndroom van Down.

„Wim! Hij praatte met iedereen in het dorp vrijmoedig over God. Hij had een nauw leven, leefde in afhankelijkheid van de Heere. Toen Wim op zijn sterfbed lag, zei vader: Jongens, Wim is nooit dominee geworden, maar hij heeft altijd gepreekt.”

U was eigenaar van een schildersbedrijf, maar liep ondertussen rond met een roeping voor het ambt.

„In militaire dienst voelde ik al dat de Heere me riep. Ik wist alleen niet waarvoor die roeping was. Ik dacht: ’t Zal wel voor dominee zijn. Dus heb ik mij in Apeldoorn gemeld voor de predikantsopleiding. Ik had er hoge verwachting van, maar de curatoren hadden geen vrijmoedigheid om mij toe te laten. Toen ik weer buiten liep, was er een last van me afgevallen, maar de roeping was niet verdwenen. Uiteindelijk bracht die mij in België.”

Veel ontwikkelingen in het kerkelijk leven kunnen Bor terneerdrukken. „Het oordeel rust op alle kerken. Ik ga me steeds meer een vreemdeling voelen. Misschien dat we dwars door het oordeel heen wat van onze kerkelijke status verliezen, want dat is wel hoog tijd. Wíj weten het. Wíj kunnen het. Wíj hebben het zo goed georganiseerd. Maar het zou een zegen zijn als we elkander weer zouden vinden in de heggen en in de steggen.”

U dient nu veertig jaar in het ambt. Wat heeft u willen zeggen?

„Ik heb een onbewimpeld Evangelie willen verkondigen, dat is: in ronde bewoordingen zeggen waar het op aankomt in het leven. Er zijn maar twee wegen. Van nature wandelen we op de brede weg, op het verkeerde pad. We moeten, wederomgeboren geboren, de Heere leren kennen, gebracht worden op de smalle weg die ten leven leidt.”

Hoe legt u wedergeboorte uit aan iemand die nog nooit een Bijbel heeft gezien?

„Het is een Bijbelse term, dus die vermijd ik niet. We moeten anders leren denken, anders gaan geloven. Kijk, we hebben allemaal een bepaald denkpatroon. We hebben zo ons oordeel over God, en dat is een hard oordeel, want waarom is er zo veel ellende in de wereld? Maar als God komt in je leven, zal Hij Zelf je hart veranderen, vernieuwen, alsof je opnieuw geboren bent. Dan ben je een ander mens geworden, want dan is de knop omgegaan. Dan is God geen harde God meer, maar dan is alles goed wat Hij doet. En daarna ga je doen wat Hij van je vraagt: Heere, wat wilt Gij dat ik doen zal? Zó eenvoudig is het.”

In de christelijke gereformeerde kerk van Poederoijen is Bor voorganger. „Ik mag hier op de preekstoel hetzelfde zeggen als in Gent op straat. Heilige plek, de preekstoel. Heilige vierkante meter. Daar moet de volle raad Gods worden verkondigd, maar wie is tot deze dingen bekwaam? Dat gewicht weegt me steeds zwaarder. De trap van de preekstoel lijkt wel steeds hoger te worden. Met lege handen klim ik weleens omhoog, met een zucht in het hart: „Heere, als U er niet in meekomt, dan wordt ’t helemaal niks.” Maar Hij Die roept is getrouw, altijd weer. Dus blijven we toch maar zaaien en brood uitwerpen op het water.”

Als lerend ouderling bent u nog steeds evangelist.

„Dat blijf ik. Visser der mensen ja.”

Als een koopman op de markt.

„Als een koopman ja. Je probeert op de markt van vrije genade zielen te winnen voor Gods Koninkrijk. Ik doe ook weleens mijn best om een keurige modelpreek te houden, maar zodra ik die mensen voor me zie, met allemaal een ziel voor de eeuwigheid, gaat de modelpreek aan de kant en ben ik weer de evangelist van vroeger: Bekeert u, bekeert u toch mensen, want waarom zoudt ge sterven.”

Geen mens zit op zo’n boodschap te wachten.

„Ik heb weleens gezegd: „Heere, ze zijn hier zo hard als een bikkel.” Toen sprak Hij: „Maar Ik zal u uit deze stenen Abraham kinderen verwekken.” Toen heb ik gezegd: „Heere, zou U dat dan Zelf willen doen, want ik kan dat niet.””

Het leven is hard. De wereld is een chaos, vindt Bor. „Mensen zijn zo innerlijk verarmd. Wat je ziet, zijn vaak maskers en harde bolsters. Maar als je daar eens achter kijkt, zie je diep ongelukkige mensen. In de Bommelerwaard wonen veel rijke kwekers. Moet je toch eens kijken, al die kassen vol bloemen en aardbeien. Wat leven we overdadig en prachtig. Maar het laat het hart zo leeg. Geld jaagt mensen altijd maar voort. Ze hebben geen rust en geen vrede. Angstig gewoon. Terwijl de Heere zo’n ruim Evangelie aanbiedt.”

Wat is indrukwekkendste Bijbeltekst voor u?

„Johannes 3 vers 16. „Alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft.” Wat een Evangelie. Dat God nu met zulke schurken als wij te doen wil hebben, dat is toch een groot wonder. Hij heeft van binnenuit erbarmen met een verloren mens. Vanuit het hart van God de Vader is Hij met innerlijke ontferming bewogen over arme zondaren.”

Bor is een openhartig mens, opgeruimd van karakter, zeggen de mensen.

„Een vrouwtje in Gent zei eens tegen me: „Meneer Bor, ge lacht wel zo vriendelijk, maar volgens mij ziet ge algauw beren op de weg.” En dat had ze goed gezien. Ik ben geen optimist. Ik verberg veel. Soms kan ik zwaar aan sommige dingen tillen, terwijl dat achteraf niet eens nodig was geweest.”

Hoe hoog zijn de kerkmuren?

„Van kerkmuren word ik toch zo verdrietig. Ze hoeven zondagmorgen echt niet allemaal bij mij in de kerk te komen, stel je voor, maar dat we elkaar op reis naar de eeuwigheid toch zo moeilijk kunnen verdragen, daar lijd ik echt aan. Het is mijn uitzien of ’s Heeren Geest nog eens zou willen gaan waaien in Nederland, dat de kerkmuren nog eens zouden gaan vallen als de muren van Jericho.”

Levensloop Henk Bor

Henk Bor werd op 12 januari 1946 geboren in een christelijk gereformeerd gezin in Ameide. Op 9 augustus 1978 werd hij bevestigd tot ouderling met als opdracht evangelisatie in de Belgische stad Gent. Hij leidde daar Evangelisch Centrum Rehoboth en verrichtte pastoraat onder de varenden en in de gevangenissen van Gent en Hoogstraten. In 2010 nam Bor afscheid van Gent, waarna hij lerend ouderling werd in de christelijke gereformeerde kerk te Poederoijen. Samen met zijn vrouw heeft Bor zes kinderen en elf kleinkinderen. Over zijn werk als evangelist schreef Bor ”Ga uit in de wegen en heggen” en ”Ontmoetingen op straat”.