Conferentie IRTI: Grote waardering voor Abraham Kuyper in China

Conferentie van het International Reformed Theological Institute (IRTI), vrijdag in Hong Kong. beeld Jan Hof

De gereformeerde theologie heeft de samenleving wat te zeggen. Maar welke bijdrage kan ze precies leveren, bijvoorbeeld in China? Dergelijke vragen kwamen vrijdag aan bod op de tweejaarlijkse conferentie van het International Reformed Theological Institute (IRTI) in Hong Kong.

Het internationaal verband van gereformeerde theologen gaat uit van de theologische faculteit van de Vrije Universiteit Amsterdam en de Protestantse Theologische Universiteit. Zo’n negentig deelnemers uit vijftien verschillende landen waren te gast bij het Lutheran Theological Seminary. Dit theologisch instituut werd al in de jaren dertig van de vorige eeuw gesticht, door een Noorse zendeling die het Evangelie vertaalde in termen die begrijpelijk waren voor boeddhisten.

Dr. Richard Mouw, verbonden aan Fuller Theological Seminary in de Verenigde Staten, beargumenteerde dat publieke theologie verder en dieper gaat dan de verhouding tussen kerk en staat of de verhouding tussen individu en staat. Veel van het dagelijks leven speelt zich juist af in de „structuren” tussen individu en gemeenschap, zoals buurtwerk of jeugdorganisaties.

Deze organische verbanden vormen een bufferzone tussen individu en staat, maar zijn juist de laatste tijd aan sterke erosie onderhevig. Een publieke theologie zou zich daarom bij uitstek moeten richten op het versterken van deze verbanden, zei dr. Mouw. Jeremia 29:7 is voor dit ideaal een kerntekst: zoek de ”shalom” van de stad, en in haar ”shalom” zul je zelf ook vrede vinden.

Algemene genade

Opvallend is de grote waardering voor de Nederlandse theoloog en staatsman Abraham Kuyper. Dr. Zhibin Xie gebruikte Kuypers begrip van algemene genade om te pleiten voor een theologie van gemeenschappelijkheid. Gods algemene genade is al aan het werk in China, aldus Xie, bijvoorbeeld in de waardering van de culturele, sociale en economische waarden van het land. Deze waardering van de algemene genade maakt het mogelijk om nauw samen te werken met zowel atheïsten als aanhangers van andere religies.

Dr. Mery Kolimon zocht in haar lezing naar een manier om te theologiseren vanuit het perspectief van de daders van de massamoord op vermeende communisten in Indonesië in 1965-1966. Bij deze anticommunistische zuivering vielen naar schatting tussen de 500.000 en een miljoen doden. Zij sprak vanuit een persoonlijk perspectief: ook haar eigen vader bevond zich onder de daders.

Uit haar onderzoek op West-Timor bleek dat de kerken zich vaak afzijdig hielden. Dit werpt de vraag op of kerken ook daders waren. Dr. Kolimon stelde voor om Genesis 4 als leidraad te nemen: het verhaal van de moord van Kaïn op Abel. Na de moord kreeg Kaïn een teken op zijn lichaam van God: hij bleef als het ware gebrandmerkt door de moord die hij begaan had. Toch was het voor hem ook mogelijk om een nieuw bestaan op te bouwen. In de huidige Indonesische context betekent dit dat de daders bekend moeten blijven, aldus dr. Kolimon. Tegelijkertijd worden ze niet buiten de samenleving geplaatst, maar zijn ze ook deel van het opbouwen van een rechtvaardige samenleving.

Afrikaanse theologie

Dr. Tinyiko Maluleke liet in een historisch overzicht zien hoe diep de wortels van theologie in Afrika zijn. Belangrijke kerkvaders, zoals Tertullianus en Augustinus, waren afkomstig uit Afrika. Ook tijdens de koloniale periode waren er Afrikaanse christenen die hun eigen perspectief op het christelijk geloof ontwikkelden.

Kimpa Vita (1684-1706) bijvoorbeeld, afkomstig uit wat nu Angola is, leerde dat Jezus zwart was en zwarte discipelen had. Haar overtuiging moest ze met de brandstapel bekopen: ze werd ter dood veroordeeld wegens ketterij. Toch is ze een voorloper van het theologiseren vanuit Afrikaans perspectief, dat vaak wordt gekenmerkt door een profetisch karakter, een sociale spits en de invloed van bevrijdingstheologie.