College voor de Rechten van de Mens krijgt ruim driehonderd meldingen

Nashvilleverklaring
Beeld ANP, Rob Engelaar

Het College voor de Rechten van de Mens heeft tot nu toe ruim driehonderd meldingen gekregen van mensen die hun zorg uitspreken over de Nashvilleverklaring.

Persvoorlichter Femke Risch gaf woensdagmorgen desgevraagd aan dat de reacties nog steeds binnenstromen.

Er ontstond zondag commotie over de verklaring over (homo)seksualiteit. Het college had maandagmorgen al ruim honderd klachten ontvangen. Vervolgens kwamen er daar nog eens ongeveer honderd meldingen per dag bij.

Het college zal de inhoud van de klachten nader onderzoeken. Nu al is duidelijk dat het vooral gaat om uitingen van bezorgdheid. Ook het college zelf is bezorgd over de verklaring, omdat deze ieders recht „inperkt” om „veilig zichzelf te kunnen zijn.” Tegelijkertijd, stelt de organisatie, heeft iedereen in Nederland het recht op vrijheid van meningsuiting en vrijheid van godsdienst. „Wanneer dit echter tot gevolg heeft dat mensen worden uitgesloten op school of op de werkvloer omdat zij bijvoorbeeld lhbti zijn, is dat verboden volgens de gelijkebehandelingswetgeving.”

Zondig

„De vraag is: zijn deze uitingen kwetsend en schokkend, of zelfs beledigend?”, zegt collegevoorzitter Adriana van Dooijeweert woensdag in Trouw. „Het zou kunnen blijken dat het voor een groep mensen een belediging is wanneer wordt gezegd dat hun manier van leven zondig is.” Volgens Van Dooijeweert kan alleen de rechter die vraag beantwoorden. Op de website van de organisatie staat dat het college de vinger aan de pols houdt en kijkt of de verklaring leidt tot uitsluiting van mensen of groepen.

Thomas Mertens, hoogleraar rechtsfilosofie in Nijmegen, ziet geen reden om de vrijheid van meningsuiting in te perken, zegt hij in hetzelfde artikel. „Hier lijkt mij toch vooral de boodschap: wij christenen zijn in de verdrukking en we houden vast aan onze waarheid. Dat is mijn waarheid niet en ook niet die van vele anderen, maar ze mogen het van mij zeggen. En van de rechter ook, vermoed ik. Het is een gevecht van een groep die zich in de verdrukking voelt in deze seculiere tijd en die waarschijnlijk nog steeds de openstelling van het huwelijk voor mensen van het gelijke geslacht betreurt. Wat dat betreft is er sprake van gegriefde gevoelens aan beide kanten.”