HVC wil Pakistaanse christenen in steenfabrieken helpen

In steenfabriek in Pakistan werken vaak hele gezinnen: mannen, vrouwen en kinderen. Dagelijks moeten zij productiedoelen halen. beeld HVC
4

Stichting Hulp Vervolgde Christenen (HVC) gaat nog meer investeren in Pakistan. De stichting richt zich onder meer op onderwijs aan kinderen van christenen en steun aan voorgangers.

Op een veldje is een tiental mannen, vrouwen en kinderen bezig met het maken van stenen. Achter hen staat een kruiwagen waarmee ze de klei hebben opgehaald. Een man heeft een brok klei vast, die hij straks in een ijzeren vorm zal doen. De vrouwen en kinderen werken ook mee. Ze hebben al lange rijen met stenen gemaakt. Straks gaan de stenen de oven in.

„De werkers in de fabrieken moeten elke dag 1000 à 1500 stenen maken”, vertelt Jan Dirk van Nifterik, directeur van HVC. Samen met Maarten Boeve, verantwoordelijk voor de communicatie, reisde hij deze maand rond in Pakistan om te bekijken hoe de stichting vervolgde christenen nog beter kan helpen.

Van Nifterik legt uit dat de meeste christenen in de Pakistaanse maatschappij een lage positie hebben en dat het hun nauwelijks lukt om vooruit te komen. „Nogal wat christenen werken in steenfabrieken, in een uitzichtloze situatie. Als ze per dag niet genoeg stenen fabriceren, krijgen ze lijfstraffen. Ze ontvangen amper genoeg geld om van te leven. Als er iets bijzonders gebeurt, bijvoorbeeld bij ziekte, kunnen ze geld lenen van hun baas, maar dat betekent wel dat zij en hun kinderen, die ook moeten meehelpen, nog meer van hem afhankelijk worden. Doorgaans wonen ze in éénkamerwoningen op het terrein van hun baas en moeten ze veel betalen voor de energie. Hun situatie is niet veel anders dan van de Israëlieten in het Bijbelboek Exodus, die als slaven stenen moesten maken in Egypte.”

Christenen die in de steenfabrieken werken, krijgen regelmatig bezoek van voorgangers die korte bijeenkomsten organiseren. Dan wordt er uit de Bijbel gelezen, bidt en zingt men samen en houdt de voorganger een toespraak. De twee vertegenwoordigers van HVC maakten zo’n moment mee. „Het deed hen erg goed te zien dat er mensen zijn die met hen meeleven”, zegt Van Nifterik. „Wij kunnen een voorbeeld nemen aan hun vertrouwen op Jezus. Ze leven dicht bij God. Hij is al hun hoop en vertrouwen.”

HVC wil investeren in de toekomst van deze christenen door te focussen op de educatie van hun kinderen. Op dit moment sponsort de organisatie 41 kinderen in het Childrens Welfare Center in Faisalabad. Zij kunnen naar een christelijke school en komen uit de spiraal van slavernij. „Je ziet dat deze kinderen erg gemotiveerd zijn. Ze willen niet meer terug naar de steenfabriek.”

De organisatie heeft contacten met een drietal christelijke scholen in Pakistan. Van Nifterik roept christelijke scholen in Nederland op om te komen tot een samenwerking met deze scholen in Faisalabad, Lahore en Gujranwala.

Voorgangers

De twee zijn ook op bezoek geweest bij verschillende voorgangers. Van Nifterik: „Dominee Javed ontving ons gastvrij in zijn tweekamerwoning. We aten op het bed, in kleermakerszit. De voorgangers daar hebben hun leven aan God gewijd, maar ze moeten er ander werk bij doen om in hun levensonderhoud te voorzien. Het zou mooi zijn als de voorgangers met behulp van onze stichting een schoolklasje kunnen oprichten, zodat zij meer inkomsten krijgen en de kinderen zich ontwikkelen.”

Van Nifterik en Boeve brachten daarnaast een bezoek aan de familie en de advocaat van Asia Bibi, een vrouw die nu al bijna tien jaar op haar berechting wacht. Zij zou de profeet Mohammed hebben beledigd. „Je ziet steeds meer dat de gevangenschap van Asia Bibi op de familie en de advocaat drukt”, zegt Van Nifterik. „Haar advocaat heeft permanente politiebeveiliging, hij wordt bedreigd.”

Van Nifterik noemt de reis indrukwekkend. „Het laat me niet onberoerd. Weliswaar ben ik daar voor mijn werk, maar het doet veel met me. Het geeft me nog meer focus om mijn werk voor vervolgde christenen te doen.”

Strenge blasfemiewet

In Pakistan is het beledigen van de islam en de profeet Mohammed streng verboden. „De blasfemiewetten vormen een groot probleem”, zegt Maarten Boeve van HVC. „We spraken mevrouw Pervaiz. Haar man zit al vijf jaar in de gevangenis. Het bleek dat iemand via zijn mobiel blasfemische teksten naar een leidinggevende op zijn werk had gestuurd, waarschijnlijk om hem weg te krijgen.” Het ziet er niet naar uit dat de wet spoedig zal veranderen, zegt Boeve. „De insteek van HVC is om christenen in Pakistan nog meer bewust te maken van de blasfemiewetten, zodat ze, bijvoorbeeld in geval van verlies van hun mobiel, direct aangifte doen bij de politie.”