Graven van christenen in Turkije vernield

Kerkdienst in de Santa Mariakerk in de Turkse stad Trabzon. beeld Aziz Fayda

In Turkije worden steeds vaker grafstenen van christenen vernield. Turkse kerken maken zich zorgen. „Er wordt haat tegen christenen gezaaid.”

De Turkse journalist Uzay Bulut schreef recentelijk over een nieuw fenomeen dat de christelijke gemeenschappen in zijn land diep raakt. Het betreft de „ontheiliging” van graven en kerkhoven.

De Santa Mariakerk in Trabzon kwam in 2006 in het nieuws doordat de dienstdoende priester Andrea Santoro werd vermoord. Een aantal weken geleden was het weer raak in de Turkse stad. Een groep mensen probeerde luidruchtig de begrafenis van een lokale christelijke vrouw –volgens de media heette ze Zehra Colak– te verstoren. Ze werd uiteindelijk begraven op het christelijke kerkhof in Trabzon. Op haar graf kwam een eenvoudig kruis te staan. Tot ontzetting van Colaks familie werd haar graf enkele dagen later vernield. Het kruis was in brand gestoken.

Volgens Ihsan Ozbek, pastor in Ankara, is hier sprake van een trend. Hij stelde dit nadat op 14 februari 20 van de 72 grafstenen op het christelijke kerkhof in Ankara werden vernield. Volgens de pastor „maakten deze aanvallen op christelijke begraafplaatsen gelovigen in heel Turkije verdrietig en wanhopig.”

De visie van pastor Ozbek werd gedeeld door een andere geestelijke, Slavomir Dadas. Die liet zich in een interview uit over de situatie in onder meer Tur Abdin. Hij merkte op dat „christenen in Turkije alles aan het verliezen zijn wat ze bezitten, en dit zonder enige legale basis. Ze verliezen alles waar ze de geschiedenis door voor gewerkt hebben. Christenen voelen zich niet welkom in hun eigen vaderland.”

Volgens de Turkse journalist Seyfi Genc is het maatschappelijke klimaat van haat de reden voor de aanvallen op christenen en hun kerkhoven. Hij wijst er in dit verband op dat „deze haat niet ontstond in een vacuüm. Deze haat werd gezaaid. Te beginnen op basisscholen via boeken die worden uitgegeven door het ministerie van Onderwijs. In deze boeken worden christenen afgeschilderd als vijanden en verraders. Deze indoctrinatie wordt vervolgens voortgezet door kranten en andere media conform de lijn van de staat. Preken in moskeeën en gesprekken in koffiehuizen leveren hier ook een bijdrage aan. De daders van aanvallen op christenen worden nooit gepakt, maar zelfs als ze wél worden gearresteerd, volgt er nooit een veroordeling.”

Schoolboeken

De Turkse Unie van Protestantse Kerken schetste vorige maand in een rapport over godsdienstvrijheid in Turkije in 2019 eveneens een somber beeld over de situatie van christenen in het officieel seculiere land. Ook in dit rapport komt het probleem van schoolboeken ter sprake. Zo wordt in deze boeken „missionaire activiteit” omschreven als „nationale dreiging.” Er wordt ook opgemerkt dat leden van protestantse gemeenten steeds vaker aarzelen om aangifte te doen bij de autoriteiten wanneer ze slachtoffer worden van haat. Het gevoel overheerst dat dit zinloos is, omdat de daders toch nooit worden gepakt of gestraft.

Protestantse gemeenten worstelen met problemen die gevestigde kerken in Turkije niet kennen. Zo worden ze niet door de Turkse autoriteiten erkend. Hun plaats van samenkomst is daarmee illegaal en kan worden gesloten.

Zie ook:

Turkije weigert buitenlandse christenen, RD.nl (10-03-2020)