Godsdienstvrijheid in China neemt snel af

Christenen in China hebben steeds minder godsdienstvrijheid. beeld Susanne Jonker

De positie van christenen en andere religieuze minderheden in China komt steeds meer onder druk te staan.

Dat meldde Christian Solidarity Worldwide (CSW) deze week in een rapport.

Het rapport, met de titel ”Onderdrukt, verwijderd, heropgevoed: de wurggreep op het religieuze leven in China”, stelt dat de vrijheid van godsdienst in China snel afneemt. Het vestigt de aandacht op schendingen van godsdienst en geloofsgemeenschappen in het hele land. Niet alleen christenen, maar ook Tibetaanse boeddhisten, aanhangers van Falun Gong en Oeigoerse moslims lijden onder de verslechterende omstandigheden. Het rapport schetst ook de onderdrukking van mensenrechtenadvocaten en activisten die het recht op de vrijheid van godsdienst verdedigen.

Heropvoedingskampen

Terwijl de wereld worstelt met de verspreiding van het coronavirus, gaat China door met het onderdrukken van religieuze minderheden in zogenoemde heropvoedingskampen. De omstandigheden zijn er gevaarlijk en onhygiënisch.

De christelijke mensenrechtenorganisatie beschrijft in het rapport de detentie, veelal zonder aanklacht, van Oeigoeren, Kazachen en leden van andere, overwegend islamitische, etnische groeperingen. Ze krijgen te maken met marteling en mishandeling en worden gedwongen hun geloof af te zweren. Daarbij lopen ze het risico om het coronavirus op te lopen of hebben ze andere gezondheidsproblemen.

Benedict Rogers, teamleider van CSW in Oost-Azië, zegt dat hij bij de Chinese autoriteiten blijft aandringen op het handhaven van de vrijheid van godsdienst voor alle mensen in China. Tevens roept hij de overheid op om hun „campagne van intimidatie” van mensenrechtenactivisten te staken.