Christelijke Rohingya; gevlucht, geloofd, vervolgd

Een Rohingya jongen in het Jamtoli vluchtelingenkamp in Ukhia, Bangladesh. beeld AFP, Munir Uz Zaman

Honderdduizenden islamitische Rohingya uit Myanmar verblijven in vluchtelingenkampen in Bangladesh. Gevlucht voor het gewelddadige Myanmarese leger. Binnen deze groep is er echter nog een minderheid die dubbel getroffen wordt: de christelijke Rohingya.

Het is nog donker in het vluchtelingenkamp Cox’s Bazar als tientallen gewapende Rohingya-moslims begin deze week ruim vijftien christelijke gezinnen met kapmessen aanvallen. De islamitische menigte plundert de kerkhut van de gemeenschap en maakt de hutten van de christenen met de grond gelijk. Zo’n zeventig mensen worden dakloos. Drie evangelisten en meerdere gemeenteleden raken gewond.

Een andere evangelist wordt nog vermist. Hij is hoogstwaarschijnlijk vermoord, al gaan er geruchten dat hij ergens gevangen wordt gehouden, zegt Herman Meijer, projectleider bij Stichting Hulp Vervolgde Christenen (HVC). „Zijn vrouw zag hoe ze met kapmessen op hem insloegen. De aanvallers sleepten de evangelist zwaar verminkt naar buiten terwijl ze schreeuwden hem te zullen vermoorden.” Sindsdien is er niets meer van hem vernomen, zegt Meijer. Ook de 16-jarige dochter van de evangelist is meegenomen.

De directe aanleiding tot het geweld blijft onduidelijk, maar de agressie past binnen een trend, aldus de projectleider bij HVC. De getroffen evangelisten maken deel uit van het Steun een Evangelist-netwerk van de stichting. De afgelopen maanden zijn zij al vaker aangevallen.

Met name de laatste twee jaar zijn er veel spanningen in het kamp, zegt Meijer. „Er werden deuren ingeschopt, mensen bespuugd, er werd met uitwerpselen gegooid en al eerder sleepten moslims een evangelist in de nacht uit zijn hut en sloegen hem in elkaar. Sinds Kerst werden deze aanvallen intensiever. Dit is de heftigste tot nu toe, met misschien zelfs de eerste dode.”

Kwetsbaar

De christelijke Rohingya vormen een kwetsbare minderheid. In de vluchtelingenkampen in Bangladesh wonen enkele honderden christelijke gezinnen, zegt Meijer. Het gaat volgens hem om ongeveer 1500 mensen tussen 1,2 miljoen gevluchte moslims.

Een aantal Rohingya is als christen uit Myanmar (het vroegere Birma) gevlucht, maar het overgrote deel van de christelijke gemeenschap in het kamp is in de afgelopen jaren door middel van evangelisatie tot geloof gekomen, zegt Meijer. „Het is nog een heel jonge kerk.”

Deze kleine groep christenen met een moslimachtergrond heeft het dubbel zwaar. Als vluchteling voor het leger van Myanmar (zie kader) worden ze nu ook door hun eigen volk verbannen en ervaren ze grote sociale druk van hun islamitische familieleden.

De speciale VN-rapporteur voor de mensenrechten in Myanmar Yanghee Lee uitte vorige week donderdag haar bezorgdheid over antichristelijke sentimenten in de kampen. In een verklaring na afloop van haar bezoek aan een kamp zei ze: „Ik ontmoette ook een groep Rohingya-christenen die zich in een moeilijke positie bevinden. Ze vertelden me dat ze vanwege hun religie werden vervolgd door de regering van Myanmar terwijl ze in de deelstaat Rakhine woonden, en nu worden ze geconfronteerd met vijandigheid en geweld van een klein aantal andere kampbewoners. Dit baart me zorgen.”

Openlijk en ongehinderd samenkomen is haast niet mogelijk, aldus Meijer. „De hutjes staan dicht op elkaar en zijn gemaakt van dunne platen of rieten matten. Christenen kunnen niet zonder op te vallen hardop zingen of bidden.” Daarom komen ze vaak in het geheim bij elkaar, zegt Meijer.

Bescherming

Volgens de projectleider zijn er verschillende groepen in de kampen die strijden om de macht. Daar zitten ook extremistische groeperingen tussen die Bangladesh als terroristisch bestempelt, zegt hij.

Een van die groepen is het Arakan Rohingya Salvation Army (ARSA, voorheen Harakah al-Yaqin genoemd). Volgens de christelijke hulporganisatie Barnabas Fund zijn het vooral deze militanten die actief betrokken zijn bij het antichristelijke geweld.

Mensenrechtenactivisten beschuldigen ARSA-leden van het ontvoeren, bedreigen en martelen van andere Rohingya. Deze militanten zaten volgens Amnesty International achter de moord op bijna honderd hindoes in Rakhine.

Een contact van Barnabas Fund riep dinsdag de overheid op om voor een beschermde, afzonderlijke enclave voor Rohingya-christenen in het kamp te zorgen. Rohingya-hindoevluchtelingen in Bangladesh hebben al zo’n bescherming, aldus de organisatie. De christelijke Rohingya willen niet naar het Westen komen, maar dezelfde bescherming genieten als die de hindoes in het kamp hebben.

Evangelie voor gevluchte Rohingya

Honderdduizenden leden van de islamitische Rohingya-minderheid in Myanmar sloegen in 2017 op de vlucht naar Bangladesh. Militanten hadden kort daarvoor verschillende aanvallen op politieposten uitgevoerd. Het leger van Myanmar startte in reactie daarop een campagne waarbij duizenden Rohingya-moslims om het leven kwamen en tientallen dorpen werden verwoest. Naar schatting leven er meer dan een miljoen Rohingya in vluchtelingenkampen.

Verschillende Bengalese predikanten trokken zich het lot van deze gevluchte moslims aan. Zij begonnen enkele jaren geleden met evangelisatie in de vluchtelingenkampen. Sommigen van hen kwamen tot geloof. Nu evangeliseren deze christenen zelf, waardoor er christelijke gemeenten onstaan.