Eetstoornis: een foute vriend

Elisabeth van Zijl-Vuijk: „Met behulp van therapeuten en andere hulpverleners zul je moeten gaan ontdekken wat de dieper liggende oorzaak van je eetstoornis is, waar je innerlijke pijn vandaan komt.” beeld RD, Henk Visscher
2

Een eetstoornis voelt aan als je beste vriend, op wie je terugvalt om je pijn, zelfhaat en angst te vergeten. Maar je geeft je hiermee over aan een machtsmiddel van de boze, ontdekte anorexia- en later boulimiapatiënte Elisabeth van Zijl-Vuijk. Met haar boek ”Vrede met jezelf” wil ze de Bijbelse weg naar genezing wijzen.

Als puber leed Van Zijl (1966) niet aan overgewicht. Toch begon ze met lijnen. Een eetstoornis heeft feitelijk ook niet met het streven naar een ideaal gewicht te maken, stelt de Gouderakse nu. Als gediplomeerd coach en cognitief gedragstherapeut begeleidt ze sinds zo’n zes jaar mensen met een eetstoornis. „Zelf wilde ik bevestiging van mijn omgeving dat ik helemaal niet hoefde te lijnen, dat ik er prachtig uitzag.” Maar die bevestiging kwam niet.

Haar ouders behoorden tot een generatie die niet gewend was complimentjes te geven, analyseert ze. „Anders zou je maar verwaand worden. Natuurlijk hielden ze van mij; daar twijfel ik geen moment aan. Maar als kind, puber en jongvolwassene had ik de zichtbare en hoorbare bevestiging van mijn ouders nodig. Niet alleen wat mijn uiterlijk betrof, maar gewoon om te weten dat ik geliefd was. Onvoorwaardelijk.”

Ze verwijt haar ouders niets. „Ik wist zelf niet hoe ik mij voelde en wat ik nodig had, laat staan dat ik dit kon aangeven. Wel geeft het mij verdriet dat de dingen zo gegaan zijn.” Uiteindelijk lukte het haar pas om zich halverwege haar dertigste aan de eetstoornis te ontworstelen. „Dankzij Gods hulp.”

Ze adviseert ouders nu om hun kinderen op een positieve manier te bevestigen in hun waarde. „Ze zijn prachtig, naar Gods beeld geschapen. Psalm 8 zegt zelfs: Gij hebt hem een weinig minder gemaakt dan de engelen, en hebt hem met eer en heerlijkheid gekroond.” Hiernaast vindt ze dat ouders hun eigen onvolmaaktheden en fouten tegenover hun kinderen moeten toegeven. „Dan leert het kind dat ook jij niet volmaakt bent, en dat je Gods genade net zo hard nodig hebt als hij of zij.”

Gevoelloos

Hoewel de verschijningsvormen van eetstoornissen van elkaar verschillen, hebben ze alle de­zelfde basis: gevoelens van afwijzing, gebrek aan bevestiging en (zelf)veroordeling, zo stelt Van Zijl op grond van eigen waar­nemingen. „En de eetstoornis houdt dit in stand”, vervolgt ze in haar vorige week verschenen boek (uitg. Boekencentrum, 15,90 euro). Daarin richt ze zich grotendeels direct tot mensen die met eet­problemen worstelen.

Door zichzelf als tiener uit te hongeren, verdoofde Van Zijl haar innerlijke pijn, verdriet en gevoel van mislukking. „Net zolang tot ik niets meer voelde, dat vond ik heel prettig.” De verdwijnende kilogrammen vormden een graadmeter voor de mate waarin ze tevreden over zichzelf kon zijn. Maar een ondergrens –waarmee de zelfacceptatie bereikt zou zijn– bestond niet. „Het begon weliswaar ooit met de wens om aan een bepaald beeld te voldoen, maar daarna werd het een verslaving waarin ik kon wegvluchten om te overleven.”

Dat vooral pubers –„onder wie ook jongens, vergis je niet”– met een eetstoornis kampen, verklaart Van Zijl uit de vele veranderingen in hun levensfase: „Je lichaam verandert, je gaat naar een andere school –vaak veel verder van je huis vandaan–, je moet keuzes maken en de hormonen beginnen hun werk te doen.”

De mate waarin tieners hun ziel bij iemand –ouders, vrienden of andere steunfiguren– kunnen blootleggen, speelt volgens haar een belangrijke rol bij het al dan niet ontstaan van een eet­stoornis of andere verslaving. „Het is belangrijk dat ze zich serieus genomen, gezien en gekend weten.”

Als een kind toch een eetstoornis ontwikkelt, helpen ouders of anderen het niet door voor hulpverlener te spelen, waarschuwt ze. „Dwing hen bijvoorbeeld niet om toch te eten, hoe begrijpelijk ook. Ga met hen naar professionele hulpverleners.”

Heelmeester

Een volledige genezing van eetstoornissen is nauwelijks mogelijk, stellen veel seculiere deskundigen volgens Van Zijl. Zelf spreekt de schrijfster –lid van de evangelische Parousia­gemeente in Gouda en raadslid voor de Christen­Unie in de gemeente Krimpenerwaard– dit vol over­tuiging tegen.

In haar sterk op evangelicale leest geschoeide boek wijst ze op Jezus als de grote Heelmeester. „Onder elke verslaving zit de angst voor afwijzing, voor eigen falen en gevoel van miskenning. Maar angst komt van de boze, en is begonnen in het paradijs. Zolang je aan een verslaving vasthoudt, werk je aan vernietiging van jezelf. Het is zondig. God wil dat je jezelf aan Hem overgeeft. Hij is een jaloers God als Hij ziet dat wij dat niet doen, en in plaats hiervan ons aan onze stoornis overgeven. Die stoornis redt je niet.”

De vrede met jezelf –het doel waar de boektitel naar verwijst– vind je alleen als Jezus de eerste plaats krijgt in je leven, betoogt Van Zijl. „Niet telkens bezig zijn met jezelf, en met de vraag wat anderen van je vinden. Het besef dat je vóór alles een kind van God bent, geeft vrede. God zegt: „Ik houd van je.” Dat geeft zo’n vreugde! Eigenlijk ben ik een loser, maar in Christus ben ik volmaakt.”

Dit betekent ook een sterven aan jezelf, vervolgt ze. Maar dat is iets totaal anders dan gebrek aan zelfvertrouwen, wat juist de oorzaak van de verslaving is. „Lewis schrijft ergens: „Nederigheid heeft niets te maken met minder van jezelf denken, maar alles met minder aan jezelf denken. Het is wel fijn als mensen je waarderen, maar hier moet het je niet om te doen zijn.”

Zodra je je dit realiseert, kun je de eetstoornis, of welke verslaving ook, leren loslaten, stelt Van Zijl. Dat is geen gemakkelijke weg. „Je moet echt aan de slag met het –onder begeleiding– aanpassen van je gedrag. En met behulp van thera­peuten en andere hulpverleners zul je moeten gaan ontdekken wat de dieper liggende oorzaak van je eetstoornis is, waar je innerlijke pijn vandaan komt.”

Dit proces kan soms jaren duren, weet ze. „De genezing begint met het besef dat de eetstoornis geen vriend, maar een vijand is. Het krampachtig eraan vasthouden houdt je van God af en leidt naar de ondergang. Laat daarom de eetstoornis los, en grijp je vast aan de koorden der liefde waarmee Jezus je uit de modderpoel wil trekken.”

----

APK na behandeling anorexia of boulimia nervosa

Bij mensen met een eetstoornis is er sprake van verstoord eetgedrag. „Waar eten normaal een gezellig gebeuren kan zijn, zijn personen met een eetstoornis zo sterk bezig met eten en hun gewicht dat het eten een obsessie is geworden”, aldus de gereformeerde ggz-instelling Eleos op haar website.

Een bekende eetstoornis is anorexia nervosa (magerzucht). Hieraan lijden in Nederland zo’n 6000 mensen. Boulimia nervosa (vraatzucht) komt bij 20.000 mensen voor. Ook heeft 1 procent van de volwassen bevolking last van een eetbuistoornis (”binge eating disorder”). Anorexia en boulimia komen vooral voor bij jonge meisjes en vrouwen.

Eetstoornissen ontstaan, aldus Eleos, meestal door een combinatie van factoren, waaronder psychische. Mensen met anorexia en boulimia kampen bijvoorbeeld vaak met een negatief zelfbeeld en hebben weinig zelfvertrouwen. Daarnaast hebben ze veelal moeite om hun gevoelens te uiten of zijn ze somber. De ggz-instelling wijst ook op sociale en biologische factoren. „Erfelijke factoren lijken een rol te spelen. In sommige families komen eetstoornissen vaker voor.”

Mensen met een eetstoornis kunnen bij Eleos terecht voor diverse therapieën. Door behandeling slaagt ongeveer de helft erin van de eetstoornis af te komen, stelt Eleos. „Bij een derde blijft de eet­stoornis bestaan, maar worden de problemen wel minder en verbetert de situatie. Een aantal patiënten blijft chronisch last houden van de stoornis.”

Verspreid over het land zijn diverse centra te vinden die zijn gespecialiseerd in eetstoornissen. De ggz-instelling Altrecht spreekt „van ernstige en hardnekkige aandoeningen met een grote impact.” Haar afdeling Rintveld in Zeist is gespecialiseerd in eetstoornissen. De behandeling richt zich op de symptomen, maar „achter­liggende zaken die je eetstoornis hebben veroorzaakt (of in stand houden) zijn natuurlijk erg belangrijk.”

Altrecht Rintveld wijst op zijn website op het risico van terugval na een behandeling. „We kennen daarom de APK, de Anorexia Periodieke Keuring. Dat komt erop neer dat je in het laatste deel van je behandeling samen met je behandelaar een terugvalpreventieplan maakt en dat we je oproepen voor de APK-gesprekken die je daarin hebt vastgelegd.” 

>>eleos.nl
>>altrecht.nl/zorgeenheid/eetstoornissen-rintveld/

----

„Het komt vanzelf wel goed”

„Wanneer je vastzit in een eetstoornis lijkt het of jij de enige bent die daarmee worstelt. Erover praten met een ander doe je niet. Want een ander uitleggen dat je móét eten of juist niet kúnt eten, terwijl je niet weet waarom, is onbegonnen werk. Dus je houdt je mond of je verzint smoesjes en uitvluchten over hoe je je voelt of wat je hebt gedaan. Je beschermt daarmee je hart omdat je niet met onbegrip of snerende opmerkingen geconfronteerd wilt worden. Je wilt niet horen van een ander wat je zou moeten doen of hoe je je zou moeten voelen. Dat weet je zelf ook wel, maar het lukt je nu eenmaal niet.

Leven met een eetstoornis maakt je ziek. Je weet het, en toch zit je er middenin. Je komt er niet los van, zelfs niet wanneer je op een bepaald moment bij de psycholoog belandt. Je wilt daar heus wel over van alles praten, maar niet over je eetpatroon. Het gaat de psycholoog helemaal niets aan dat jij een paar avonden in de week alles wat eetbaar is in huis opeet. Tot en met de pot pindakaas toe die je met je vingers uitlikt.

En dat je daarna ziek van ellende in bed stort, spuugt of laxeer­middelen neemt, ga je ook zeker niet aan een ander vertellen! Je wilt geen negatieve reactie, onbegrip of veroordeling. Grote kans dus dat je met een psycholoog niet tot de kern van je probleem komt. Aan de ene kant is er de schaamte en aan de andere kant is de eetstoornis iets van jou. Tot op zekere hoogte helpt het eten jou. Dat gaan loslaten kan ontzettend bedreigend zijn. Want wat of wie helpt je dan te overleven?

En zo blijf je in je hoofd maar bezig met je uiterlijk, je lijf en je kilo’s, zonder dat anderen dat weten. Je blijft zoeken naar een goed dieet. Want wanneer je weet hoe je goed moet eten, wanneer je die 2, 5 of 10 kilo kwijt bent, dán lukt alles weer – denk je. Dan krijg je energie, dan voel je je goed en dan mag je er zijn. In plaats van naar binnen te kijken, naar de oorzaak van de eetstoornis, blijf je bezig met de buitenkant. Wanneer je dat op orde hebt, is de eetstoornis ook weg. Waarom zou je er dus met een ander over praten? Die begrijpt het toch niet. Het is gewoon een kwestie van je best doen en doorzetten. Het komt vanzelf wel goed...”

Uit: ”Vrede met jezelf. Als eten je leven beheerst”.

------

Lees ook in Digibron:

Dertig laxeerpillen per dag (Terdege, 02 juli 2014).

Recensie: Lisanne at veel verdriet weg (RD, 6 juni 2014).

Walgen van je eigen lichaam (RD, 07 oktober 2009).

Broodmagere puber zet leven weer op de rails (RD, 1 juli 2009).

Dertig kilo en nog te dik (RD, 22 maart 2008).

Elke dag vreetbuien (RD, 13 oktober 2007).