Zuster Nelemans stond na de oorlog haar mannetje

Zuster Nelemans regelde de evacuatie van vluchtelingen en voedselhulp voor hongerend Noord-Nederland. beeld Erfgoedvereniging
2

Catharina Nelemans stond haar mannetje toen haar woonplaats Lage Zwaluwe werd bevrijd. Ze regelde veel voor de bevolking, voor wie het leed na de bevrijding nog lang niet geleden was omdat de Duitsers dichtbij waren.

Bij het uitbreken van de oorlog in mei 1940 wist Nelemans met moeite te verhinderen dat haar moeder een Duitse parachutist met een cactusplant te lijf ging. Zelf kwam Catharina overigens ook voor haar overtuiging uit: om Duitsgezinden te jennen, reed ze door het dorp met een bos wortelen (oranje!) op de bagagedrager van haar fiets. In haar ouderlijk huis was een geheime zender actief.

In 1943 begon ze een dagboek bij te houden. Herhaaldelijk valt daarin de naam van de hervormde predikant ds. C. Lambour. Hij werd een spil in het verzetswerk. Zijn zwager werd tijdens een overval op een distributiekantoor doodgeschoten.

Geallieerde vliegtuigen schoten op alles wat bewoog of wat eruitzag als een vaar- of voertuig. Bij tal van incidenten waarbij burgerslachtoffers vielen, kan de gedachte rijzen: was dit nu nodig in het kader van de oorlogsvoering?

Onder vuur

Eind oktober 1944 hielp Nelemans met het oprichten van een Rode Kruisafdeling. Vanwege granaatbeschietingen door de geallieerden sloegen veel inwoners op de vlucht. De achtergeblevenen zaten vaak in schuilkelders. Nelemans verbond gewonden en richtte samen met wijkverpleegster Molijn in de christelijke lagere school in Lage Zwaluwe een noodhospitaal in.

Op 5 november bliezen de Duitsers nog even gauw de kerktoren, de korenmolen en twee bruggen op voordat ze vertrokken. Maar toen waren ze dan ook echt weg.

Veilig was het daarmee allerminst; de omgeving lag nu onder vuur van Duitse kant. Nelemans regelde met veel moeite vervoer voor inwoners die wilden vertrekken. Daarover ging ze rechtstreeks met de bevrijders in overleg. Vervolgens organiseerde ze de nodige goederen voor de evacués. Ze maakte lange dagen en verzette een indrukwekkende hoeveelheid werk, voor de Brabanders, maar ook voor Zeeuwen die terug wilden naar hun bevrijde woonplaats.

Nelemans was de enige burger die te allen tijde de pontonbrug bij Terheijden over mocht. Soms moest ze een overlijdensbericht overbrengen. „Veel narigheid vandaag”, noteerde ze in haar dagboek. Geharrewar onder de hulpverleners kostte soms nodeloos energie.

Ze kwam ook in contact met liniecrossers. Zij hadden het gewaagd de grens tussen bezet en bevrijd gebied over te steken. In een dik schrift noteerde Nelemans honderden namen en adressen van mensen die gecrost hadden en die ze verder had geholpen. Die lijst is opgenomen in het boek waarin haar werk nu beschreven is.

Huilend op de kade

Direct nadat het noorden ook was bevrijd, regelde Nelemans tien schepen vol voedsel die vanuit Lage Zwaluwe naar Dordrecht, Sliedrecht, Hardinxveld-Giessendam, Hilversum, Huizen en Leerdam voeren. Een deel van dat voedsel had ze op de zolder van het gemeentehuis verzameld. In Dordrecht stonden mensen huilend van blijdschap op de kade toen het eerste schip er arriveerde.

Nelemans kreeg met bureaucratie te maken: het militair gezag wilde vanuit Eindhoven voedsel distribueren voor de hongerende bevolking, maar Nelemans zei dat ze vanuit Zwaluwe de toren van Dordrecht kon zien en de snelste route wilde kiezen om de nood te lenigen.

Drie broers Ten Haaf waren bereid het transport uit te voeren, ondanks het explosiegevaar van mijnen in de vaarweg. Er wordt in dit boek levendig verslag van gedaan. Over Nelemans: „Zr. Catrien reed af en aan met de wagen met luitenant De Boer. Ze had het best naar haar zin. Zij had dit toch maar georganiseerd en ze mocht er heus wel een beetje trots op zijn, dat ze de eerste hulp in het Noorden bracht.”

„De een deed niet meer dan de ander, want met elkaar ging het om hulp te bieden, er kon er niet één gemist worden”, schreef Nelemans zelf. Dat zal waar zijn, maar zelf onderscheidde ze zich toch wel door haar energieke daadkracht.

Geen onderscheiding

Nelemans werd hervormd gedoopt, maar haar ouders hadden sympathie voor de Vergadering van Gelovigen. Dat kwam doordat twee van de gemobiliseerde militairen die tijdens de Eerste Wereldoorlog in het dorp ingekwartierd waren, tot deze groepering behoorden. Het lidmaatschap van de Vergadering wordt door de samenstellers als reden genoemd waarom Nelemans na de oorlog elk eerbetoon weigerde. Dordrecht wilde haar tot ereburger verheffen en een straat naar haar vernoemen. Ook werd ze tot driemaal toe voorgedragen voor een onderscheiding. Maar ze weigerde. „Prins Bernhard wilde mij graag een ridderorde toekennen. Ik heb dat steeds afgewezen. Het was niet mijn werk, maar Gods werk, waar ik samen met heel veel vrijwilligers voor gebruikt mocht worden”, schreef ze.

Catharina Nelemans overleed op 18 oktober 2006 op 92-jarige leeftijd te Rotterdam in verzorgingshuis Pniël, waar ze sinds de oprichting bij betrokken was. De hervormde ds. B. A. Dubbeldam leidde haar begrafenis.

Boekgegevens

Een bewogen en bevlogen vrouw. Catharina Nelemans, zuster in oorlogstijd, Arie Nelemans; uitg. Erfgoedvereniging Heerlijkheid Hooge en Lage Zwaluwe; 160 blz.; € 10,-.