Waarom mannen mogen huilen

C. S. Lewis. beeld Hans Wild
2

Huilende mannen zien we doorgaans niet zo graag. Een kerel die zijn emoties niet weet te beheersen zorgt, laten we zeggen, voor een zeker ongemak. Mannen horen geen huilebalken te zijn en als ze dat wel zijn nemen we hen doorgaans niet heel serieus.

Wie echter het essay van C. S. Lewis uit 1940 over de noodzaak van ridderlijkheid gelezen heeft, zou daar zomaar iets genuanceerder over kunnen denken. Een ridder zoals die in het middeleeuwse ideaal naar voren komt, „vormt geen compromis of gulden middenweg tussen woestheid en deemoed”, zo legt Lewis uit. „Hij is uiterst woest en uiterst deemoedig.” Toen Lancelot –een beroemde ridder uit de legendarische Arthurverhalen– tot beste ridder van de wereld werd uitgeroepen, „huilde hij als een kind dat slaag heeft gekregen.” Lewis weet vervolgens aan moderne mensen prima uit te leggen wat de relevantie is van het ridderideaal in deze tijd.

Dit essay staat in een onlangs vertaalde en uitgegeven bundel van de Britse schrijver. Wie kennis wil maken met Lewis en zijn frisse observaties kan met dit bundeltje een mooi begin maken. Doorgewinterde fans van Lewis treffen hier de bekende zeebries der eeuwen aan en kunnen die opnieuw door hun hoofd laten waaien. Hoewel sommige essays duidelijk over gedateerde kwesties gaan, kan de lezer in die stukken toch aangenaam verrast worden door de heldere denktrant van de auteur, aangezien Lewis universele tendensen in de menselijke toestand fijnzinnig weet te ontrafelen.

Op een soort Montaigne-achtige manier schrijft hij soms meer associatief en vrij, dan weer in een strakkere, meer compositorische stijl. Nooit is Lewis echter te beroerd om de lezer even op een hoffelijke manier bij de lurven te pakken en met de neus op de feiten te drukken.

Zo opent hij het essay ”Gelijkheid” met de opmerking dat hij democraat is omdat hij in de zondeval gelooft: „De mensheid is zo diep gevallen dat niemand kan omgaan met een onbeperkte macht over medemensen.”

In ”Hedoniek” komt het klassieke Lewis-thema over ”Joy” voorbij als hij schrijft over de bekoring die uitgaat „van andermans huiselijk gedoe”, over „dat andere” in je leven: „Geweldige vreugden, nooit precies te verwoorden, komen van die zijde binnenvallen.” Het essay ”Herbetovering” –tevens de titel van de bundel– raakt ook aan dit thema.

Als Lewis in een ander essay schrijft over de moderne mens en zijn denkcategorieën weet hij daarvan in een luttele schets een panorama te tekenen waar dan logisch en organisch zijn argumentatie uit voortvloeit.

Een pareltje is het essay ”Drie soorten mensen”. Lewis deelt hen in drie categorieën in: mensen die puur voor hun plezier leven, mensen die toegeven dat er meer van hen geëist wordt –vanwege Gods wil, maatschappelijk belang of iets anders–, en mensen die met Paulus zeggen: „Het leven is voor mij Christus.”

De essays zijn heel gevarieerde bloeisels die uit een brede voedingsbodem tevoorschijn komen en daar de sporen van dragen. Zoals wilde bermbloemen. Ze zijn heel gevarieerd, maar je herkent ze onmiddellijk als zodanig omdat ze door hun natuurlijke omgeving bij elkaar horen.

Het bundeltje wordt ingeleid met een aanstekelijk voorwoord door Theoloog des Vaderlands Stefan Paas en bevat een verklarende woordenlijst door gelauwerd Lewis-vertaler Arend Smilde. Hij traceerde zoveel mogelijk (impliciete) verwijzingen van Lewis naar boeken, uitspraken, personen of gebeurtenissen, en bracht ze in kaart. Smilde verdient wederom lof voor een uitstekend vertaalde en verzorgde bundel waardoor Lewis’ unieke taal en stijl in het Nederlandse taalgebied dichtbij kan komen.

Boekgegevens

Herbetovering, C. S. Lewis; uitg. Van Wijnen; 160 blz.; € 14,95