Socioloog Joke Janssen schrijft young adult over armoede in Nederland

Joke Janssen, auteur van "Vette crisis" beeld Sjaak Verboom
2

Liam heeft een gewoon leven. Tot zijn ouders financiële problemen krijgen. Joke Janssen, die onderzoek deed naar armoede in Nederland, schreef er een jeugdboek over dat –opvallend– verscheen bij Columbus.

Ze zouden meer aandacht moeten krijgen, kinderen die in armoede leven, vindt Joke Janssen (45). Zelfs al zijn lege magen hier zelden aan de orde – ook als je ineens met veel minder moet leven dan je gewend was, is dat ingrijpend.

De auteur uit Tiel laat het zien in haar nieuwste jeugdboek ”Vette crisis”. Een young adult is het, volgens de uitgever. Bedoeld voor vijftienplussers. En, verrassend: het boek verscheen bij Columbus, onderdeel van Jongbloed. Dat is vooral opmerkelijk als je Janssens eerdere ”Lang leve”-serie kent, die verscheen bij Clavis. In die serie is het taalgebruik minder gepolijst en de manier waarop maatschappelijke thema’s aan bod komen wijkt in sommige gevallen flink af van wat in de christelijke kinderboekenwereld gangbaar is.

2019-07-17-katWO1-portretmichielgrauss-5-FC_webEen dag op pad met Rotterdamse CU-wethouder Grauss: „Ik werk deels onbetaald”

Licht ironisch

Als hoofdpersoon in ”Vette crisis” koos Janssen heel bewust een gewone 16-jarige jongen, om te laten zien: armoede kan iedereen overkomen. Liam –de naam is geleend van een neefje uit Zwitserland– woont in een leuke straat en gaat twee keer per jaar met de caravan op vakantie. Tot zijn moeder, zelfstandig boekhouder, steeds minder klanten krijgt en zijn vader door een slinkse streek van zijn baas werkloos raakt.

Liam vertelt in de ik-vorm over zijn leven. Het is een boek waar je dankzij de vlotte schrijfstijl, Liams licht ironische manier van vertellen en zijn soms nukkige puberobservaties zonder moeite doorheen racet. Ondanks die lichtvoetigheid is duidelijk dat Liam het moeilijk heeft met de situatie. Hij probeert zijn thuissituatie angstvallig verborgen te houden en belandt zelfs korte tijd in een crimineel circuit.

In Nederland hoef je niet arm te zijn, is vaak de gedachte.

„Het oordeel van de omgeving is al snel: ze zullen er zelf de schuld wel van zijn. Daarom is er zo veel schaamte. Na mijn studie werkte ik bij een onderzoeksbureau dat gelieerd is aan Tilburg University. Ik kwam bij mensen in achterstandsbuurten die niet eens gordijnen hadden en waar het een gigantische chaos was. Het was een onbekende wereld voor me – zelf ben ik meer een middenklassekind.

Dit overkómt je, dat zag ik. Ik herinner me een vrouw die alimentatie kreeg van haar man maar niet wist dat ze daar belasting over moest betalen. Dan kun je flink in de problemen komen.”

Eerder publiceerde u bij Clavis. ”Vette crisis” verschijnt bij Columbus. Waarom?

„Ik ben op zoek gegaan naar een uitgever waar dit boek zou passen. Bij Clavis durfden ze deze uitgave niet aan. Het boek is meer gericht op jongens dan op meisjes, en dan ook nog eens op een oudere leeftijdscategorie. „Jongens van die leeftijd lezen niet, of nauwelijks”, kreeg ik terug.

Ik heb gezocht naar een uitgever die kinder- en jeugdboeken uitgeeft over maatschappelijk thema’s. Boeken die niet alleen grappig zijn, maar waar ook een serieuze laag in zit. Zo kwam ik bij Columbus. Eigenlijk kreeg ik daar hetzelfde terug: dit is voor ons een vrij onbekende, wat oudere doelgroep. Maar we vinden de inhoud zo interessant dat we het aandurven.”

Columbus is een uitgever met een christelijke identiteit.

„Dat was ook een van de dingen die de mensen van Columbus tegen me zeiden: je weet dat wij een christelijke achtergrond hebben? Ja, ik ben niet helemaal naïef, natuurlijk. Ik had vooraf gekeken of in hun fonds ook boeken zaten zonder een nadrukkelijk christelijke boodschap.

Mijn vader was rooms-katholiek, maar haakte af op het instituut kerk. Doordat mijn familie wel katholiek was, heb ik veel van de kerk meegekregen. Mijn man is hervormd. En hier in Tiel ben ik goed bevriend met de vrouw van de dominee. Ik weet via haar en van andere christelijke vriendinnen hoe heftig dingen kunnen overkomen, bijvoorbeeld een vloek in een boek.

Er zijn trouwens ook mensen die negatief reageren, nu mijn boek bij Columbus is verschenen. „O, nu hoor je dus in die hoek thuis. Nu kun je niet meer jezelf zijn.” Maar ik vind het juist fijn om me in verschillende werelden te bewegen. Bij de Marokkaanse kapper hier in Tiel heb ik bijvoorbeeld een flyer van ”Vette crisis” opgehangen. Mooi toch?”

Wat opvalt in uw boek: de ik-verteller Liam heeft het af en toe over Joke, de schrijfster.

„Het was geen bewuste keus om mezelf als schrijver op te voeren in het verhaal. Het gebeurde, het zat er bij de eerste versie al in. Liam spreekt deze ”Joke” vooral aan als hij zelf wat steun kan gebruiken. Bijvoorbeeld als hij een keer zijn vader uitscheldt. Ja, erg netjes was het niet, zegt hij dan, maar als het bij jou zo erg was, had je het ook wel gedaan – zoiets.”

En deze ”Joke” fungeert als een soort censuur. „Joke –je weet wel, de opschrijver van mijn ‘meesterwerk’– wil deze grove opmerkingen niet opnemen in dit boek”, schrijft u.

„Dit is een positief zij-effect. Ik kan zo bepaalde woorden wegfilteren. Jongens schrijven geen dagboeken, daarom vertélt Liam zijn verhaal. Aan de lezers. Maar ”Joke” schrijft het op. Als die er niet tussen had gezeten, dan had ik waarschijnlijk – tja, ik weet het eigenlijk niet. Misschien had ik dan ook bepaalde woorden weggelaten. Maar het moest niet te braaf worden, want ik wilde een leuke, sportieve jongen neerzetten, met wie mensen zich kunnen identificeren.”

De vader van Liam stort in en er komt niets meer uit zijn handen. Zelf moest u door ziekte in 2007 stoppen met uw werk als armoedeonderzoeker.

„Bij Liams vader zit de ziekte meer in zijn hoofd. Bij mij is het mijn lijf, ik heb verscheidene auto-immuunziekten die onder andere de schildklier aantasten en nog niet zo lang geleden is er ook nog reuma bijgekomen. Ik zit eerder knarsetandend op de bank omdat mijn hoofd wel wil, maar mijn lichaam niet. Ik kan niet acht uur achter elkaar op de computer werken. Daar kwam het bij mijn onderzoekswerk vaak wel op neer. Nu zet ik elk kwartier een wekker, mijn ritme is een kwartiertje op, een kwartiertje af. Als je net lekker bezig bent, is dat moeilijk hoor. Het voordeel is: ik kan in het kwartiertje rust wel nadenken. Ik heb vaak al beter doordacht wat ik wil opschrijven, waardoor ik minder tijd kwijt ben aan typen.”

„Kwetsbare kinderen krijgen geen goede zorg”

Literaturige zinnen

Denk niet dat dit verhaal door ene Joke Janssen verzonnen is. (...) Ik heb haar de hele story –woord voor woord– verteld. (...) Ik dacht: laat die Joke het lekker opschrijven als ze tijd te veel heeft. Toch bleef ik haar in de gaten houden. Voor je het weet, fabriceert zo’n wannabe schrijver van die literaturige zinnen, of gebruikt ze middeleeuwse woorden.

2019-06-06-katDO7-inloophuisede-4-FC_webKerkleden in Ede zien om naar mensen in armoede en eenzaamheid

Nóóit, nóóit, nóóit

„Nee, ik heb nergens recht op”, kreunde mijn vader. „Ik heb zelf ontslag genomen. (...) „Maar dat was niet jouw idee! (...) Jij zou een nieuw contract krijgen. Dáár wachtte je op. Jij hebt nóóit, nóóit, nóóit bewust ontslag genomen!” was mijn moeders lichtelijk hysterische reactie. Helaas... Het was iets minder simpel dan mijn moeder dacht.

2019-05-28-OPN1-armoedebestrijding-6-FC_webBestrijd extreme armoede met ouderschapstraining

Belabberde prakjes

Man, wat een belabberde prakjes moest ik naar binnen schuiven. Ondefinieerbare troep uit blik en apart ruikend spul dat over de datum was. En nóg minder vlees... De biologische en fair trade principes van mijn moeder verdwenen samen met ons geld. (...) Als je arm bent, heb je maar één basisprincipe: overleven.

Vette crisis, Joke Janssen; uitg. Columbus; 152 blz.; € 15,99