Opvoeden met Jacobus Koelman

De kinderloze Jacobus Koelman schreef een uitvoerig boek over opvoeden. beeld Wikipedia
2

Hoeveel wijsheid heeft een auteur zelf en welke dingen ontleent hij aan anderen die over soortgelijke onderwerpen schreven? Deze vraag stond dr. L. F. Groenendijk voor ogen bij het doorlichten van het alom bekende werk van Jacobus Koelman, ”De Pligten der ouders in Kinderen voor Godt op te voeden, nevens Dryderley Catechismus als mede Twintig Exempelem van Godtzalige en vroeg stervende jonge kinderen”.

Dr. Groenendijk wil in zijn studie achterhalen welke publicaties Koelman gebruikte voor dit drieluik. Hij gebruikte hiervoor de catalogus van Koelmans bibliotheek voor de veiling ervan na zijn dood, de digitale bibliografie Pietas, de digitale bibliotheek EEBO (Early English Books Online) en Google Books. Hij stelt steeds de door Koelman behandelde onderwerpen in het brede verband van de beweging van het puritanisme en de Nadere Reformatie en licht uit andere schrijvers toe wat Koelman voor ogen stond. Alleine, Baxter (die hij zijn „ideeënleverancier” noemt), Bayly, Binning, Brooks, Brown, Cowper, Goodwin, Guthry, Hooker Janeway, Perkins, Robinson, Rutherford, Vincent en White worden onder anderen genoemd, maar ook wordt er verwezen naar Calvijn, Erasmus, Brakel, Van Mastricht, Ridderus, Saldenus, De Swaef, Taffin, Teellinck, Voetius, Wittewrongel en Witsius.

Het lijkt me dat Groenendijk nogal snel concludeert dat Koelman iets „in aansluiting bij” of „in navolging van” anderen schrijft. Met name van Baxter (Groenendijk noemt hem een „gereformeerde evangelical met arminiaanse trekken”) is bekend dat Koelman kritisch over hem schreef en tegen hem waarschuwde.

Wie Groenendijks boek leest, komt onder de indruk van de visie van Koelman op alle aspecten van de opvoeding. Godsdienstige opvoeding hield in dat heel de opvoeding door de Godsvreze bepaald moest worden. Indrukwekkend is hoe de kinderloze Koelman kennis blijkt te hebben gehad van allerlei opvoedingssituaties en de mogelijkheden die ouders hebben om met hun kinderen te spreken.

Groenendijk leidt de lezer door de drie delen van Koelmans boek. Onderwerpen die behandeld worden zijn onder andere: het zoeken van een huwelijkspartner, het niet voorkomen van zwangerschap, het niet uitbesteden van het zogen, de naamgeving, de doop en de doopgetuigen, het opstaan, bidden en danken, Bijbellezen, huisgodsdienst in het gezinsleven, de sabbatsviering, de huiscatechisatie, de zorg voor goede lectuur enzovoort, enzovoort.

Morele criteria voor het kinderspel, gehoorzaamheid aan ouders en opvoeders, hun voorbeeldfunctie, zelfverloochening, invloed van vrienden en vriendinnen, kinderen niet te jong naar het buitenland laten reizen(!) beroepskeuze en nog heel veel meer komt uitvoerig aan de orde, en alles in het licht van de noodzakelijke geestelijke vernieuwing van de kinderen. Ze hebben de zonden geërfd van hun ouders. Wat moeten deze zich dan inspannen om genezing bij de heelmeester Jezus Christus te zoeken! Groenendijk spreekt over „pneumatologische instrumentalisatie” (opvoeders mogen instrumenten zijn voor de Heilige Geest) en schroomt overigens ook verder het gebruik van moeilijke woorden niet.

De auteur heeft zich ingespannen om vanuit zijn grote kennis van pedagogische geschriften uit de zeventiende eeuw Koelmans opvoedingsboekje tegen het licht te houden. Hij heeft de vele gegevens die hij in de loop der jaren beroepshalve verzamelde nu in boekvorm uitgegeven. In een bijzonder gedetailleerde uitgave krijgt de lezer een indruk van zijn encyclopedische geleerdheid over het onderwerp dat in de titel juist wordt weergegeven: ”De pedagogiek van Jacobus Koelman”. Hij weet op boeiende wijze ook andere auteurs te citeren en toont daarbij een grote kennis van hun publicaties. Wel blijkt dat verschillende vroegere publicaties ineengeschoven zijn, met name door herhalingen, maar met een verwijzing naar Filippenzen 3:1 wijst hij in zijn naschrift op het nut daarvan.

Groenendijks boek geeft heel veel studiestof en ik denk dat het op de boekenlijst van aankomende leerkrachten thuishoort en dan wel met een groot aantal studiepunten. Maar laat ze Koelmans eigen werk er wel bij nemen. Al is Groenendijk duidelijk niet congeniaal met Koelman –in een eerder artikel heeft hij dit ook al kenbaar gemaakt– toch heeft hij hier een aanvulling gegeven aan de literatuur over Koelman, waar niemand die deze voorman van de Nadere Reformatie bestudeert, meer omheen kan. Dit boek, met 55 bladzijden aan literatuur en 885 uitvoerige noten, overstijgt evenwel ver de reikwijdte van het denken van de meeste opvoeders, die daarom het beste Koelmans eigen werk ter hand kunnen nemen.

Boekgegevens

”De pedagogiek van Jacobus Koelman, inhoud en bronnen, grondslag en ambitie”, dr. L. F. Groenendijk; uitg. De Banier, Apeldoorn, 2017; ISBN 978 94 029 0496 3; 301 blz.; € 19,95.