Ooggetuigen van de Tweede Wereldoorlog

Ronald Scholte zag op 9 augustus 1945 in Nagasaki de atoombom naar beneden komen.. beeld RD, Henk Visscher
2

tekst dr. H. Florijn
beeld uit besproken boek


Het aantal mensen dat de Tweede Wereldoorlog bewust heeft meegemaakt en daarover helder ver­tellen kan, neemt af. Het aantal dat daarbij nog iets onbekends kan verhalen eveneens.

In dit verband is het goed dat L. Vogelaar in zijn boek ”Ooggetuigen” vijftien herinneringen van overlevenden van de Tweede Wereldoorlog gebundeld heeft. Zo komen aan het woord Piet Lok, boordschutter van een Fokker G-1 in mei 1940, die in de eerste oorlogsdagen een noodlanding overleefde, de vorige week overleden oud-premier De Jong, die in oorlogstijd duikbootcommandant was, verder onder anderen onderduikers en verzetsmensen.

Opvallend is het verhaal van Ronald Scholte. Hij was een Nederlandse krijgsgevangene die gedwongen werd om op een scheepswerf in Nagasaki te werken. Op 9 augustus 1945 zette een Amerikaanse bommen­werper koers naar deze Japanse stad. Eigenlijk hadden de VS een atoombom boven de stad Kokura willen afwerpen, maar omdat het daar bewolkt was, zag op 9 augustus Scholte het desbetreffende vliegtuig aankomen op het moment dat hij met zijn ploeg zou worden afgelost. Scholte: „De bom kwam aan een para­chute naar beneden. Toen was er opeens een enorme lichtflits en een dreun. Ik werd een meter of acht de tunnel in geslingerd. Mijn vriend kwam naast me terecht. Hij had brandwonden op zijn gezicht; ik mankeerde niets. We voelden een heteluchtstroom.” Hij zou eraan toevoegen: „Die bom heeft veel levens gekost, maar ons leven gered.” Dit omdat Japan pas daarna besloot zich over te geven.

Heel indringend is wat Leny Boeken-Velleman vertelt. Evenals Anne Frank en de andere onderduikers uit het Amsterdamse Achterhuis zat ze in de laatste trein die, op 3 september 1944, van Westerbork naar Auschwitz vertrok. Daar moest ze in de lange rij mensen staan die uiterst traag de gang maakten naar een zekere dood in de gaskamers. Boeken: „Het was een lange rij; honderden andere gevangenen liepen al voor ons. Het tempo vertraagde snel en na een poosje stonden we stil omdat degenen die voor ons liepen niet verder konden; de eersten hadden de gaskamers bereikt… Het was koud en het motregende. Verschrikkelijk dat wachten. Je bent ontzettend bang, want je weet wat er komt. Ik huilde zachtjes en werd door een vriendin getroost. Toch ben je tegelijkertijd onverschillig; het einde nadert, maar daarmee komt er ook een eind aan alle ellende.”

Het zijn dergelijke terugblikken, vol verdriet, bitterheid, maar ook verwondering, die ervarings­verhalen zoals ze in ”Ooggetuigen” worden weergegeven zo waardevol maken. Dat levert geen koude statistische verhandelingen op over perioden uit het verleden, maar biedt een emotioneel geladen geschiedschrijving. Uit de beschrijving van al die ervaringen blijkt ook het verschil in emotionele beleving: sommigen beschouwden de gebeurtenissen als toeval, anderen zagen er duidelijk Gods bewaring in en hebben daar later niet over gezwegen, net zomin als Vogelaar dat heeft gedaan in zijn boek, dat fraai geïllustreerd is met soms onbekende foto’s.