Nieuwe stukjes van grote puzzel Srebrenica

Mejra Djogaz treurt tussen de graven van haar twee zonen Omer en Munib. Ze stierven 25 jaar geleden in Srebrenica.  beeld AFP, Elvis Barukcic
3

Nog altijd levert Srebrenica nieuwe verhalen op. Zo uitgestrekt was het leed dat in juli 1995 werd aangericht in de zogeheten ”veilige enclave” in Bosnië.

De genocide van 25 jaar geleden was in Europa de grootste sinds de Tweede Wereldoorlog. Al die 7000 gedode mannen hadden vaders, moeders, broers en zussen; elk met hun eigen verhaal. Duidelijk is dat de mensen daar meer hadden verwacht van internationale gemeenschap.

Hasan Nuhanovic kende eigenlijk maar een paar woorden Engels. Maar dat was genoeg om door de VN-militairen in 1993 als een soort tolk te worden aangesteld.

Snel leerde hij bij en kreeg hij een contract. Overal waar de Canadese, Noorse en later Nederlandse blauwhelmen naartoe gingen, moest hij vertalen.

Het doel van Hasko (roepnaam voor Hasan) was daarbij eigenlijk heel eenvoudig: hoe dichter bij de VN-militairen, hoe veiliger het voor hem en zijn familie zou zijn, zo vertelt hij in zijn boek ”De tolk van Srebrenica”.

Aan het begin schrijft hij over zijn studie in Sarajevo. In 1991 waren er eigenlijk geen gemengde studentenhuizen meer. Tussen Kroaten, Serviërs en Bosniërs groeide steeds meer afstand. Als de studenten ’s avonds samen naar het tv-nieuws keken, raakten de gemoederen vaak tot het kookpunt verhit. De betrokkenheid op de gebeurtenissen was bij iedereen anders. Hasko zag voor zijn ogen zijn land verdwijnen: Joegoslavië.

In april 1992 keerde Hasko voor het Suikerfeest terug naar het dorpje van zijn ouders, Vlasenica. Maar hij kwam nooit meer in Sarajevo. De strijd en de bitterheid grepen steeds meer om zich heen.

Bij zijn vader drong hij erop aan naar Zweden te gaan, oom Ibrahim achterna. Maar zijn vader wilde niet. Die wilde in Vlasenica blijven. Dat lukte echter niet. Na allerlei omzwervingen kwam het gezin Nuhanovic (Hasko met zijn ouders en zijn jongere broer) met duizenden andere vluchtelingen in Srebrenica.

Maandenlang hielden de mannen en jongens zich met weinig anders bezig dan met eten en brandstof verzamelen. Toen de honger toesloeg, liet de internationale gemeenschap voedselpakketten uit de lucht vallen.

Levendig beschrijft Nuhanovic hoe de VN-militairen hem meenamen naar besprekingen met de Servische kolonel Vukovic. Voor hem was dat de vijand; hij dacht dat hij niet levend zou terugkeren. Maar voor de VN was Vukovic een van de partijen. In een bepaalde periode hadden deze besprekingen wekelijks plaats, voor Hasko bleef het echter spannend.

Aan het eind van het boek vertelt Nuhanovic wat er volgde nadat Srebrenica in juli 1995 was gevallen. Zijn vader, moeder en broer waren naar het kamp van Dutchbat gevlucht, in de hoop daar veiligheid te krijgen. Hasko vroeg voor hen om een VN-pasje om met Dutchbat naar een veilig oord te kunnen. De Nederlandse leiding was echter onverbiddelijk: ze moesten ‘evacueren’.

De VN-militairen hielpen de vluchtelingen bij het instappen in de bussen. Dat was de laatste keer dat hij zijn familie levend zag. In 2011 won hij een rechtszaak tegen de Nederlandse staat, omdat zijn familie ten onrechte van het kamp was afgestuurd – maar dat verhaal staat niet in dit boek.

Fotomodellen

Ook van een bijna-naamgenoot, Hasan Hasanovic, is er een persoonlijk verslag. Het niveau daarvan ligt duidelijk een stuk lager en zou zelfs voor jonge tieners leesbaar zijn. In ”Srebrenica overleven” vertelt hij over de gelukkige jaren in een dorp in Servië. Hij leerde respect te hebben voor de christelijke Serviërs, zelf waren ze moslim. Toch ging dat dorp in vlammen op en eindigde het gezin in Srebrenica.

Als tiener kwam Hasan in contact met de Nederlandse VN-militairen. Hij keek tegen hen op. „Ze zagen eruit als fotomodellen, met kortgeknipt haar, een geparfumeerde huid en een stijlvolle zonnebril”, schrijft hij. Het leek wel of ze vakantie kwamen vieren.

Tijdens de hevige aanvallen op de stad in juli 1995 verliet het gezin Hasanovic de stad. In het tumult tijdens de beschietingen raakte Hasan de rest kwijt. Zijn moeder en jongere broer vond hij later terug in een vluchtelingenkamp. Zijn vader en tweelingbroer waren echter voorgoed verdwenen – omgekomen in de genocide van Srebrenica. Pas in 2003 en 2005 kon hij hen begraven.

Interessant

Later keerde Hasan als een van de weinige Bosniakken terug naar Srebrenica om te gaan werken bij het herdenkingscentrum. Als medewerker van het herdenkingscentrum vertelt hij zijn verhaal meerdere keren per dag. Bezoekers vinden het interessant om een overlevende te zien. Voor hemzelf is het een verwerking en een eerbetoon aan zijn vader en tweelingbroer.

Hij merkt dat de Serviërs de volkerenmoord van juli 1995 het liefst ontkennen. Op de plaats waar eerder moskeeën stonden, zag hij later vuilniscontainers staan. Zelfs bij de begrafenis van zijn vader in 2003 werden ze nog tegengehouden en uitgescholden. Dat was een pijnlijke ervaring. En daarom wordt het nooit meer zoals het was.

Net als in ”De tolk van Srebrenica” blijkt uit ”Overleven in Srebrenica” het grote belang dat de Bosniërs hechtten aan sigaretten. Het gebrek daaraan lijkt bijna nog erger dan het gebrek aan eten. Velen hoopten dat in de voedselpakketten ook tabak zou zitten. Maar begin jaren negentig golden rookartikelen voor het Westen blijkbaar al als contrabande.

Beide boeken bevatten persoonlijke verhalen van slachtoffers. De twee Hasans vertellen wat ze hebben gezien en gehoord, verder niet. Dat er onder de Bosniërs niet alleen slachtoffers waren, vermoedt de lezer soms, maar meer niet. Om de hele oorlog in het voormalige Joegoslavië te kennen, zijn meer boeken nodig. Maar als klein stukje van de grote puzzel zijn deze twee het lezen waard.

Boekgegevens

De tolk van Srebrenica, Hasan Nuhanovic; uitg. Querido Fosfor; 360 blz.; € 23,99 Srebrenica overleven, Hasan Hasanovic; uitg. Polis; 168 blz.; € 20,-