Moe van de metropool

Petra Possel. beeld Ruud Pos
3

Ze wilde dat het leven weer langzaam werd. In 2015 verhuisde de nu 56-jarige Petra Possel van het drukke Amsterdam naar het rustige Friese dorpje Gaast. De van huis uit gereformeerde Harderwijkse schreef een boek over haar belevenissen: ”De stad uit”.

Als radiopresentatrice voor het eetprogramma Mangiare! gaat ze wekelijks op en neer naar de Randstad, maar het plattelandsleven veranderde haar blik op de wereld. Possel wilde niet langer meegezogen worden in het tempo van de stad. „Typerend voor Amsterdam is dat iedereen er heel hard fietst en zijn medeweggebruikers uitscheldt. Als ik in Amsterdam fiets en voor een verkeerslicht stop, krijg ik een boze blikken van mijn medefietsers. De stadse gejaagdheid kreeg na het overlijden van mijn man in 2012 een negatieve invloed op mijn humeur. Daarnaast ging ik door zijn overlijden mijn eigen doen en laten relativeren: waar heb ik me al die tijd druk om gemaakt?” Possel besloot te onthaasten en verhuisde naar het Friese platteland.

Windmolens

Toen ze eenmaal was verhuisd, kreeg de radiopresentatrice over veel zaken andere ideeën. „Doordat ik nu op het platteland woon, dringen zich onderwerpen aan mij op die dat eerder niet deden. Windmolens vond ik vroeger prachtig, maar ik kijk daar nu heel anders tegenaan.” Possel sprak mensen in een Fries dorpje met zo’n vijftig inwoners. „Hun dorp stond ineens tussen windmolens van zo’n 200 meter hoog, die kabaal maken en waarop rode lampjes flikkeren. Bovendien zijn de wieken van zo’n molen niet afbreekbaar als ze na een kwart eeuw hun dienst bewezen hebben.”

De datacenters, waar internet en ICT worden ondergebracht, hebben volgens Possel eenzelfde uitwerking. „Het platteland moet vaak zo’n groot gebouw herbergen, terwijl vooral de stad daarvan profiteert. In Amsterdam kunnen ze daardoor rustig internetten. Het platteland wordt op die manier opgescheept met de gevolgen van het stadse leven. Nu kan ik me voorstellen dat plattelanders ervan balen dat hun ruimte daarvoor gebruikt wordt.”

Ook het boerenleven bleek veel minder romantisch dan gedacht. „Natuurlijk wist ik wel dat het hard werken is voor de boer, dat er veel regelgeving is. Maar nu zie ik het concreet bij ons in het dorp. Aan duurzaam produceren zitten veel haken en ogen, zoals een mestoverschot en lagere melkopbrengsten. Ik vind nog steeds wel dat er biologisch geproduceerd moet worden, maar ik zie nu ook dat dat niet zo eenvoudig is.”

Verstoppen

Nu Possel in een boerengemeenschap woont, moet ze rekening houden met haar dorpsbewoners. „Pure noodzaak, het dorp is te klein om in onmin met elkaar leven. Die noodzaak is wel een goed medicijn wanneer je merkt dat je leven alleen nog maar om jezelf draait.” De weduwe krijgt vaak dorpsbewoners aan de deur en zou zich dan soms wel willen verstoppen. „Dat is nu eenmaal mijn natuur. Maar dan haal ik drie keer adem, doe de deur open en hoor de verhalen aan. Tijd nemen voor elkaar verrijkt je leven.”

Possel kan het platteland aan jongeren aanbevelen. „Al begrijp ik wel dat je in de stad wilt wonen als je jong bent. Daar gebeurt het allemaal. Toch is het maar de vraag of je daarvoor krom wilt liggen. Mijn advies aan jongeren is: kijk eens ergens anders rond dan in de stad. Sommige plattelandsplaatsen hebben een goede verbinding met de stad. Je moet dan verder reizen, maar daar staat tegenover dat een dorp veel meer vrijheid geeft dan het leven in een propvolle straat.”

Gekwetter

Het ‘gekwetter’ van de radio en de sociale media brengt je niet verder, aldus Possel. „Mijn hele boek gaat over iemand die in zulk gekwetter is opgegaan en daaraan verslaafd was. Toen ik naar het platteland verhuisde, volgde ik het nieuws minder en ik merkte dat ik niets miste. De grote nieuwsitems krijg je vanzelf wel mee. Mijn werk bij de radio vind ik nog steeds aantrekkelijk, maar het is eenzijdig voedsel geworden. Zo had ik in de stad bijvoorbeeld maar weinig concentratie om rustig een boek te lezen.”

Ontgroeid

Haar gereformeerde opvoeding is Possel ontgroeid. „Ik vond dat het geloof veel leed bracht in de geschiedenis. Nu zie ik dat religie vooral met mensen te maken heeft.” In Gaast heeft Possel de weg naar de kerk weer gevonden. „Ik woon op tien stappen van de dorpskerk. Elke zondag zag ik mensen naar de kerk lopen. Op een gegeven moment ging ik zelf ook. Het was een prettige gewaarwording om weer in de kerkbanken te zitten. De kerkgang biedt gemeenschapszin en het is voor mij een vorm van bezinning.” Toch gelooft ze niet meer in de God met Wie ze is grootgebracht. „Maar ik ben ook geen ietsist. Ik geloof wel in de menselijke kracht en ik probeer een beter mens te worden.”

Boekgegevens

De stad uit. Mijn hart verpand aan het platteland, Petra Possel; uitg. Podium, Amsterdam; 160 blz.; € 17,50