Marieke Luiten verwerkt Congo-ervaringen tot roman

Marieke Luiten-van Meijeren. Foto Karakteristiek Fotografie, Jonneke Oskam Karakteristiek Fotografie, Jonneke Oskam
2

Twee jaar lang woonde ze in Goma, waar haar man Andreas werkte voor de hulporganisatie ZOA. Op grond van haar ervaringen en minutieus veldonderzoek schreef Marieke Luiten-van Meijeren de roman ”Vleugelslag”. Een ode aan de vrouwen van de Democratische Republiek Congo.

Op de tafel in de Apeldoornse tussenwoning ligt het debuut. Op de cover staat een jonge vrouw, gebogen hoofd, een rode bloem in het gevlochten haar. De schrijfster schenkt thee, serveert koekjes en schuift stapels informatie over DR Congo (niet te verwarren met Congo-Brazzaville) opzij. Dat is voor straks. Kinderwagen, hometrainer, piano en een mozaïek van de Alfa en de Omega vormen het decor. Marieke Luiten-van Meijeren (1983) en haar man Andreas zijn zo’n acht maanden terug en sinds een halfjaar de kersverse ouders van Samuël.

Je debuut gaat niet speciaal over vrouwen en geweld, waar we juist aan denken in relatie tot Congo. Waar dan wel over?

„Ik wil heel Congo in beelden en kleuren vangen, niet alleen de armoede en onderontwikkeling, het seksuele geweld en de corruptie. Naast het stereotiepe beeld van ”de mislukte staat” en de uitzichtloosheid is er het leven van alledag met alles wat daarbij hoort, zoals de houten of golfplaten huisjes, de winkeltjes, de bromfietsen waarop je over lavakeien stuitert, de humor en gastvrijheid van mensen, hun zingen, hun dansen en hun enorme geloofsvertrouwen in tijden van vreugde en nood.”

Toch gaat deze roman over Sara en Espérance, vooral over vrouwen dus.

„Mijn hoofdthema is het verhaal achter het geweld; het geheim dat veel Congolese meisjes en vrouwen met zich meetorsen. Rebellengroepen bevechten elkaar. Ze verkrachten vrouwen zo gruwelijk met de bedoeling dat ze geen kinderen meer kunnen baren: een wreed oorlogswapen. Deze vrouwen durven dit nooit aan hun man of ouders te vertellen, bang om verstoten te worden.”

Hoe bouwde je een relatie met deze vrouwen op?

„Ik sprak met hen af op een vaste plek. Ik informeerde naar hun kinderen en vroeg naar hun dromen. In gesprekken die erop volgden vertelden ze over hun ontrouwe echtgenoten en hun seksuele verlangens, over een abortus waar niemand van afwist, over hun voor- en buitenechtelijke kinderen en over wat ze in de oorlog hadden meegemaakt. Door hen ben ik in ziekenhuizen gekomen waar je als expat normaal niet komt. Ik maakte gedetailleerde verslagen van de interviews, die de basis vormen van mijn roman.”

Wie is de Congolese man?

„Het is niet zo dat er geen goede Congolese huwelijken bestaan. Iemand als ZOA-guard Charles is integer, een goede echtgenoot en vader. Ook de Congolese mannen zijn gevangenen van een cultuur waarin maagdelijkheid vooropstaat. Zo houdt Claude in mijn boek oprecht veel van Sara, maar kan hij niet met haar trouwen omdat hij zijn ooms moet gehoorzamen. Seksueel geweld treft ook mannen en jongens, al is het taboe te groot om erover te praten. Vrouwen worden in Congo als tweederangsburgers beschouwd en daar zie ik voorlopig geen verandering in komen.”

Eenzaamheid

Aan het einde van het gesprek haalt Marieke Luiten de lijst tevoorschijn die haar emotioneert. Onder elkaar staan de namen van vrouwen, hun geboorteplaats, hun leeftijd (van 6 tot 70) en wat er met hen is gebeurd. ”Violée au champs” (verkracht in het veld) of: ”cas de fistile” (een vrouw met fistels). Bij fistels is de huid in de schaamstreek zo verwond dat urine en ontlasting door openingen naar buiten komen. Rebellen mishandelden vrouwen na een verkrachting vaak op brute seksuele wijze.

„De vrouw van 55 kan ik niet vergeten. Ze trok haar gele jurk op en liet me haar rug, borsten en benen zien. Het was weerzinwekkend. Overal zag ik ruwe, grote littekens van messteken. Ze was ontvoerd als seksslavin en had twee weken militairen moeten bedienen. Omdat ze onwillig was, sneden de mannen haar met machetes. Het leven had voor haar geen zin meer. Ik draag haar beeld nog steeds mee en denk aan de tweeling die uit deze verkrachtingen is geboren.”

Hoe gaan de christenen daar hiermee om?

„Ze roepen God niet ter verantwoording, maar zoeken juist hulp.”

Wat deden deze ervaringen met jezelf?

„Congo zette mijn leven op zijn kop. Ik heb in ziekenhuizen van Goma gelopen en met vrouwen en medisch personeel gesproken, bevallingen bijgewoond en aan bedden gezeten. Daar, of het nu rond een kookpot was of in een schemerig houthok, kreeg seksueel geweld voor mij een gezicht. Ondertussen was de sfeer grimmig en woonden we met de vluchtkoffer in de kamer. Juist in die periode verscheen er op de site van het Reformatorisch Dagblad een discussie over de Statenvertaling versus de Herziene Statenvertaling. Met geweerschoten op de achtergrond lazen we epistels van voor- en tegenstanders. Hoewel de Statenvertaling mij lief is, begreep ik de discussie niet. Ik kon die niet verbonden krijgen met de situatie in Goma, waar ik dagelijks tien verkrachte vrouwen in de ogen keek. Zoiets roept een stuk eenzaamheid op. De vraag dringt zich aan je op waar het in dit leven om gaat.”

Is die eenzaamheid er nog?

„Ik kamp met herbelevingen en paniekaanvallen. De evacuatie en de stressvolle oorlogsperiode laten zich gelden. Het gaat iets beter nu, ik werk hard aan herstel, ook van mijn bekkeninstabiliteit. Na maanden kan ik weer een rondje fietsen in de polder. Ik vrees dat Samuël er een tikje van heeft meegekregen. Ik stond continu op scherp en dat heb ik nog steeds. We zitten hier nu rustig te praten, maar ondertussen houd ik de boel wel in de gaten.”

Hoe heeft je verblijf in Congo je geloof beïnvloed?

„Ik heb geleerd dat het er niet toe doet hoe je bidt en hoe je het zegt, of je nu stottert of niet en of je wel of geen hoofddoek draagt. Het gaat erom wie God voor je is. Je gaat relativeren in je geloofsbeleving, want wat doen de verschillen ertoe? Het ontroert me wanneer ik terugdenk aan het knielen met elkaar op de grond, Psalm 51 werd voorgelezen en hoe de gemeente de zonden beleed en voor veiligheid bad. Het is radicaal buigen voor God. Wat bij ons een geestelijke lading heeft, wordt daar existentieel beleefd. Van het samen zingen en het samen delen van brood en wijn gaat een krachtig appel uit. Het heeft me veranderd en ik zou graag een vleugje van Congo’s passie en uitbundigheid in de christelijke kerk hier willen waarnemen.”

Ben je in Congo gaan twijfelen aan ontwikkelingshulp?

„Nee, wel zet ik vraagtekens bij logge instituten als de Verenigde Naties, met de duurste vredesmacht in Congo. De missie slaagde er niet in de M23-rebellen tegen te houden. Eerst moest Goma ten onder gaan, voordat het mandaat kon worden uitgebreid.”

Je bent kunsthistorica en afgestudeerd op de begin 20e-eeuwse benadering van Rembrandt. Wat kun je daarmee in Congo?

Een lach. „Ik heb tijdens mijn studie kritisch leren kijken. Dat is met mijn boek niet anders geweest. Ik heb al mijn zintuigen opengesteld. Een aspect ervan is dat de hoofdstukken van mijn boek de titel van een Congolese kleur dragen, van Coca-Colarood tot cassavewit.”


Boekgegevens

”Vleugelslag”, Marieke Luiten; uitg. Mozaïek, Zoetermeer, 2014; ISBN 978 90 239 9459 6; 252 blz.; € 18,50.