Kindergedichten, ze zijn er weer volop

Illustratie bij gedicht 'Schaatsen'. beeld Iris Boter
9

Wat een feest, er worden weer volop gedichten voor kinderen gemaakt. Poëzie is zo’n muzikale manier om kinderen kennis te laten maken met taal. Met het huidige aanbod van dichtbundels moet dat zeker lukken.

Sinds het achttiende-eeuwse ”Jantje zag eens pruimen hangen” van Hieronymus van Alphen is er heel wat afgedicht, speciaal voor kinderen. Verhalende verzen of juist heel literaire, gedichten waar je een liedje van wil maken of gedichten die het hart van de voorlezer in vuur en vlam zetten. De ene dichtbundel is de andere niet, en ook de kinderpoëziebundels die recent verschenen hebben elk een heel eigen karakter.

De stevige bundel ”Wit als een wat” van Robbert-Jan Henkes is een verzameling gedichten waarin allerlei subgenres aan bod komen: sterk ritmische rijmpjes, gedichten waarbij je wordt meegenomen in de fantasiewereld van de auteur en teksten die je zachtjes meevoeren in een kleine droom. Er zijn rijmpjes op het niveau van Miep Diekmann: kleine kleuterversjes die je al stampend door de regen samen scandeert (denk aan haar bundel ”Wiele wiele stap” uit 1977). Maar er zijn ook verhalen à la Annie M.G. Schmidt, waarin je kennismaakt met een torentje dat steeds een stukje opzij gaat, met mopperende kraaien en dansende poppen.

Allerlei onderwerpen komen aan de orde. De teksten zijn hier en daar wat ruw; in een gedichtje over een ruzie maken de kinderen elkaar uit voor „mongool” en „klootviool”. Maar blije, fantasierijke gedichten voeren de boventoon. Een in het oog springende aanrader is het gedicht waarin de zee en het strand worden opgeruimd na een zonnig seizoen. „De zee wordt opgerold/ In rollen strak en breed/ zodat het nergens bolt.”

Jong en oud

”Jij begint” van Kees Spiering is de eerste poëziepublicatie van deze ervaren auteur sinds vijftien jaar. Spiering heeft zijn sporen verdiend: een aantal van zijn gedichten werd zelfs opgenomen in de bloemlezing van de Nederlandse kinderpoëzie die Gerrit Komrij samenstelde. ”Jij begint” is een verzameling van nieuwe en eerder gepubliceerde jeugdpoëzie van zijn hand. De verzen gaan over liefde, over pijn, over weemoed, over ouder worden.

Zelf noemt Spiering de gedichten „poëzie die jongeren én volwassenen aanspreekt”. Ik hoor officieel bij de tweede groep, maar kan me goed voorstellen dat jongeren zich inderdaad ook thuisvoelen in de wereld die Spiering schept. Een wereld waar ik me voor het schrijven van deze recensie met geweld uit moest rukken.

De filosofische benadering van de zware onderwerpen van het leven zorgt voor herkenning en biedt een thuis voor verdriet en pijn. De gedichten die ik mijn tieners voorlas, vielen bij hen meteen in goede aarde. Het ritme, de woordkeuze en de –soms heftige– onderwerpen die Spiering bespreekbaar maakt: deze titel, waaruit vakmanschap spreekt, mag wat mij betreft rechtstreeks op de klassiekerslijst.

Alette Straathof maakte prachtige illustraties bij deze dichtbundel. Ze gebruikt een combinatie van technieken en creëert daarmee luchtige beelden die veel ruimte geven voor eigen interpretatie: poëtische prenten.

In ”Ik huppel naar je lach” doet Miriam Bruijstens hetzelfde als waar Spiering zich meester toont: woorden geven aan gevoel, hier gericht op een wat jonger publiek (ongeveer 8+). Het is een bundel om in te verdwalen.

De illustraties van Iris Boter zijn een perfecte aanvulling en elke bladzij is er één om in te lijsten. Het mooie papier en de verzorgde uitgave met harde kaft –wat ”Jij begint” overigens ook heeft– maken er een prachtig boek van.

In ”Ik huppel naar je lach” komen in voorzichtige woorden depressie, boosheid, verdriet, verliefdheid en eenzaamheid allemaal langs, vanuit het perspectief van een kind. Ook als volwassene word je er stil van. Dit is een bundel om zuinig op te zijn, om niet in één keer uit te lezen, maar elke keer van een stukje te genieten.

Zondagmorgen

Het gedicht ”Zondagmorgen” uit ”Jij begint” gaat over een vader en zoon die met oma staan te kijken naar het landschap van haar jeugd. Dit laatste couplet illustreert de manier waarop Kees Spiering met abstracte thema’s –hier weemoed– omgaat.

We kunnen wat ze zeggen gaat

wel dromen, maar zien aan haar gezicht

dat ze geniet. Soms zwijgt ze

een moment. Dan zijn wij er nog niet.

Ik huppel naar je lach

Het titelgedicht van de bundel ”Ik huppel naar je lach” is een mooi voorbeeld van de speelse taal die Bruijstens gebruikt.

Ik schilder je

ik zing je

ik denk je

heel de dag.

Ik zucht je

en ik spring je

en ik huppel

naar je lach.

Boekgegevens

Wit als een wat, Robbert-Jan Henkes, met illustraties van Charles Michels; uitg. Querido, 157 blz.; € 14,99; Jij begint, Kees Spiering, met illustraties van Alette Straathof; uitg. Luitingh Sijthoff, 104 blz.; € 19,99; Ik huppel naar je lach, Miriam Bruijstens, met illustraties van Iris Boter; uitg. Van Goor, 64 blz.; € 12,99.

Samen naar de maan

Voor ”Samen naar de maan (en weer terug)” schreven christelijke auteurs toegankelijke gedichten voor de beginnende poëzielezer. Wat meteen opvalt aan dit poëzieprentenboek zijn de zonnige en kleurrijke illustraties. De illustratoren, Michel de Boer, Esther Leeuwrik, Leontine de Boer, Veerle Zandstra en Irene Berbee, gebruiken veel details: een feest om naar te kijken. Aan de lay-out lijkt minder aandacht te zijn besteed. Er zijn bijvoorbeeld typografische slordigheidjes en door het kleurgebruik is niet alles goed leesbaar. De opmaak zou de illustraties en gedichten moeten ondersteunen – en niet de aandacht naar zich moeten toetrekken door onzorgvuldigheden.

De verzen in ”Samen naar de maan” zijn ritmisch en lijken bijna geschreven om op muziek gezet te worden. Dat leest fijn, maar doet in veel gevallen wel af aan het poëtische aspect. Het ritme is soms dwingend en laat de lezer weinig ruimte. Ook voel je dat de woordkeuze eronder lijdt: een woord staat op een bepaalde plaats omdat het rijmt – en niet omdat dit het enige woord was dat na het schrappen overbleef als fundamenteel onderdeel.

De gedichten van Elly en Rikkert Zuiderveld vormen hierop een uitzondering. Ontroerend is de bijdrage van Rikkert – hij is niet voor niets elke week op Radio 1 te horen als ”dichter bij de week”. Zijn gedicht ”Ik vergeet je niet”, dat net als drie andere gedichten van Elly en Rikkert eerder als liedje gepubliceerd is, gaat over de lange uren als je ziek bent. „Tel je de spikkeltjes/ op het behang/ kijk je de plaatjes/ je kent ze al lang/ komt er nog iemand/ ja – wees maar niet bang/ ik vergeet je niet.”

Wederhelft Elly maakte een gedicht dat de voorlezende volwassene even stil doet zijn: het gedicht Withaar en Pluis. In mijn ogen een liefdeslied voor haar mede-vrije-vogel Rikkert. Ontroerend: „Soms pakken ze samen een boekje/ en dan leest Withaar voor/ over een nieuwe aarde/ daar gaat het leven door/ daar zingen alle bomen/ daar zijn geen tranen meer.../ als ze daar later komen/ zien ze hun vriendje weer.”

Boekgegevens

Samen naar de maan (en weer terug), Alianna Dijkstra e.a.; uitg. Buddy Books; 32 blz.; € 9,90.