In gesprek met een seculiere cultuur

De presbyteriaans dominee-theoloog, filosoof en informaticus James N. Anderson vindt dat er „uitstekende redenen” zijn om te geloven dat het christendom „waar” is, of zelfs „de enige rationele optie.” beeld RD, Anton Dommerholt
3

Altijd weer heeft de christelijke kerk het gesprek gevoerd met andersdenkenden en -gelovenden. Hitchens en Anderson leverden elk met een publicatie hieraan een bijdrage van eigen aard. Hitchens als publicist en broer van een zich stevig roerende atheïst, Anderson als presbyteriaans dominee-theoloog, filosoof en informaticus.

James N. Anderson voltooide zijn studies in het Schotse Edinburgh en doceert momenteel in de Verenigde Staten aan het Reformed Theological Seminary, locatie Charlotte, North Carolina. Hij staat duidelijk in de traditie van rationele doordenking van het christelijk geloof. Zo schrijft hij bijvoorbeeld dat er „uitstekende redenen” zijn om te geloven dat het christendom „waar” is. In zijn uiteindelijke analyse, schrijft hij verder, zal hij „zelfs laten zien dat het de enige rationele optie is.”

Dat betekent dat hij van meet af aan zijn niet- of andersgelovige lezers moet meenemen in de gedachte dat er zoiets als ”waarheid” is. Dat is nog een hele toer voor het westerse, seculiere levensgevoel. Weliswaar is er zoiets als waarheid in een alledaagse betekenis, zoals de waarheid dat je wel of niet getrouwd bent, je al dan niet een hypotheek hebt afgesloten, of dat je al dan niet oliebollen hebt gegeten bij de jongste jaarwisseling. Maar dat er ook ”waarheid” bestaat in vragen die te maken hebben met herkomst, zin en toekomst van ons menselijk leven is bepaald geen gesneden koek.

De markt voor levensbeschouwingen bestaat in de 21e eeuw uit een vrolijke potpourri van onsamenhangende elementen, van engelen tot kabouters, van ietsisme tot islam, van geesten tot zombies, van vitalisme via humanisme tot nihilisme. Naar smaak en gevoel van het moment kun je een levensbeschouwing dragen en inwisselen, zoals een dame een bijpassende accessoire uitzoekt bij haar kleding.

Nu doet Anderson in het eerste hoofdstuk erg zijn best om duidelijk te maken dat religieus relativisme (iedereen heeft zijn eigen religieuze waarheid, wat voor de één waar is, is dat niet voor de ander) logisch gezien onhoudbaar is. Maar een seculier denkende westerling is zó gehersenspoeld dat hij gelooft dat het gevoel van het moment een betere gids is dan de logica.

Postmodernisme

Het is een teken dat we van het modernisme, met zijn grote waardering voor het verstand en geloof in de mogelijkheid van het kennen van ”waarheid”, zijn overgegaan naar de periode van het postmodernisme, waarin men gelooft dat er geen waarheid is. Dat dit geloof akelig dicht in de buurt van een ”waarheid” komt, en daarmee zichzelf tegenspreekt, lijkt mensen niet dwars te zitten.

Bij de benadering van Anderson past dat hij zinnetjes schrijft als: „God is zelfs de ultieme Werkelijkheid. God is het absolute wezen boven en achter alle andere wezens.” „…de duidelijke waarheid dat iets bestaat, geeft ons een onweerlegbare reden om in God te geloven. Het bestaan zelf bewijst het bestaan van God.” „Als het universum de schepping is van een persoonlijke God, wiens gedachten perfect rationeel en ordelijk zijn (…) is het heel logisch om wetenschap te bedrijven.” „Uiteindelijk is het geloof in God het enige dat wel logisch is.”

Het probleem met deze benadering is dat deze meestal pas overtuigend zal zijn wanneer iemand al christen is. Erger: het is een benadering vanuit een algemeen godsbegrip; de gedachte dat er logisch-filosofisch gesproken een Wezen moet zijn dat alles te boven gaat: God als het „uiterste intellect.”

Dit abstracte godsbeeld wordt dan wel ingevuld met Bijbelse gegevens, maar het is in oorsprong een abstractie en daarmee een god van filosofen, niet de God Die Zich aan Mozes heeft bekendgemaakt met Zijn Naam, te midden van alle afgoden onze werkelijkheid binnenbreekt en spreekt in Christus Jezus. De god van filosofen blijft voorwerp van oeverloze speculaties: kan hij tegelijk goed, almachtig en alwetend zijn? Hoe kan een perfect wezen het kwaad toelaten? De Vader van Christus breekt deze redeneringen af, door Zelf in Christus te lijden en te sterven.

Anderson schreef een boek dat vooral de typische denkers zal aanspreken.

Modern bekeringsverhaal

Het boek van Peter Hitchens geeft een geheel andere benadering. Je zou het een modern bekeringsverhaal kunnen noemen van iemand die opgroeide met het cultuurchristendom van Engeland uit het midden van de vorige eeuw, dat van zich afschudde en vervolgens toch gegrepen werd door de God van de Bijbel.

Hitchens beschrijft hoe zijn ervaringen als correspondent in het Moskou van de Sovjet-Unie zijn ogen openden voor de consequenties van het atheïstisch communisme: „Ik denk dat ik niet half zo geschokt zou zijn geweest over de armzaligheid en ruwheid van het Moskou van 1990, als ik niet afkomstig was geweest uit een land waar de christelijke verdraagzaamheid nog vast verankerd was.” Dit soort inzichten heeft Hitchens mede zich laten ontwikkelen tot een conservatief met een scherp oog voor de atheïstische ideologie van wat in Nederland de ”linkse kerk” genoemd zou worden.

Laatste oordeel

Hitchens beschrijft op een indrukwekkende manier hoe hij onverwacht getroffen wordt door een 15e-eeuws altaarstuk over het laatste oordeel. Zijn aanvankelijk spottende houding breekt stuk: „Maar ditmaal stond ik versteld en viel mijn mond letterlijk open.” De verdoemden op het schilderij „hadden juist een treffende gelijkenis met de stijl van mijn eigen tijd. Zij vielen samen met mijzelf en de mensen van mijn tijd. (…) ik had een (…) sterke gewaarwording dat religie iets van het heden is, en niet iets van ons geschieden door de brede kloof van de tijd. (…) Ik had er geen enkele twijfel over dat, als er verdoemden waren, ik daartoe behoorde.”

Het is zowel tot de verbeelding sprekend als ronduit tragisch hoe de broers Peter en Christopher (die overleed in 2011) uit elkaar groeiden, en in een hartstochtelijk publiek debat in 2008 hun (on)geloof verdedigden.

Wanneer Peter Hitchens schrijft over de afbraak van christelijke fundamenten in westerse samenlevingen, moet dat gezien worden in de context van de broedertwist met Christopher. Deze verdedigde een atheïstisch socialisme dat intolerant staat tegenover het christelijk geloof. De roemruchte atheïst Richard Dawkins is een exponent hiervan, als hij schrijft dat wij ons „ook in zouden moeten zetten om kinderen overal ter wereld te bevrijden van de religies, die met goedkeuring van de ouders, schade toebrengen aan de geest van de kinderen.”

Een boek dat het midden houdt tussen een moderne bekeringsgeschiedenis en een politiek manifest, niet zonder zelfrelativerende (Britse) humor geschreven.

Boekgegevens

Het christendom: waarheid of fictie? De redelijkheid van het christelijk geloof, James N. Anderson; uitg. De Banier; 202 blz.; € 19,95;

Opstand tegen God, Peter Hitchens; uitg. De Blauwe Tijger; 220 blz.; € 21,50.