Historisch onderzoek rond Indië blijft van belang

De Birmaspoorlijn, waar Henk Navest te werk gesteld werd. beeld Wikimedia
4

Het lijkt onvermijdelijk: boeken over Indië gaan over geweld. In ”Tempo doeloe. Een omhelzing” legt Kester Freriks in een vlammend betoog uit waarom het tijd wordt om in te zien dat Indischen recht hebben op hun geschiedenis, zonder waardeoordeel van politiek correcten, historici en betweters – en vaak een combinatie van die.

Het is, aldus Freriks, makkelijk praten met de kennis en de moraal van nu om het kolonialisme te veroordelen als uitbuiterij. Het is nog eenvoudiger om achteraf de blanke KNIL-soldaten te veroordelen als excessieve geweldplegers en de blanken in Indië als racisten die geen oog hadden voor de leefomstandigheden van hun inlands personeel. „Niemand neemt een verdediging van het vroegere Indië op zich. Uit angst om in deze tijden van verstikkende drang om politiek onbesmet te zijn, voor koloniaal versleten te worden. Toch moet er een verweerschrift zijn.” Kester Freriks, een ”hiergeborene”, neemt daarom deze taak op zijn schouders.

Volgens Freriks is het tijd om juist de zegeningen van het kolonialisme te tellen. Auteurs die dit deden, zoals Hella Haasse, lieten prachtige boeken na; ”Heren van de thee” bijvoorbeeld. Historici die zich blindstaren op de negatieve kanten van het kolonialisme, laten juist onleesbare werken na in zijn ogen, zoals ”De brandende kampongs van generaal Spoor”. Deze studie van militair historicus Rémy Limpach beschrijft het geweld in de Indische archipel na de Tweede Wereldoorlog. Limpach concludeert dat excessief geweld een vast onderdeel vormde en zelfs van hogerhand werd bevolen. Daarmee ontkracht hij regelrecht de stellingname van de Nederlandse regering dat geweld slechts sporadisch buitensporig is geweest.

De studie van Limpach vormde de aanleiding voor de regering om in december 2016 een forse zak geld ter beschikking te stellen voor onderzoek naar militaire excessen. Freriks reageert op dat regeringsbesluit met dit pamflet in boekvorm. Het wordt, aldus Freriks, tijd om te beseffen dat er niet één geschiedenis van Indië te beschrijven is, omdat iedereen zijn eigen verhaal heeft en de situatie van kampong tot kampong, per bevolkingsgroep verschilde en achteraf de waarheid niet meer te achterhalen is. Dit is dan ook nutteloos en belemmert het herinneren van de ”Indischen”. Morele oordelen achteraf van misdrijf en wangedrag getuigen van onbegrip en grenzen aan geschiedvervalsing, zo stelt hij.

Onbegrip

Freriks is geboren in Indië. Als vierjarige wordt hij met zijn ouders gedwongen halsoverkop naar Nederland te migreren. Sukarno wil van alle blanken in Indonesië af omdat Nederland weigert in te zien dat Nieuw-Guinea ook zelfstandig moest worden. Het zoveelste blijk van totaal onbegrip over de situatie in de voormalige koloniën, aldus Freriks. Blanke Indiërs hadden allang gevoeld dat Indië onafhankelijk moest worden; het zijn de Nederlanders die steeds verkeerd handelen. Zijn blanke ouders kunnen niet meer aarden in hun oude vaderland, dat voor hen zo vreemd geworden was. Die ontheemding hebben zij gemeen met inlanders die –omdat er geen plaats voor hen was in Indonesië– ook naar Nederland kwamen.

Veel van wat Freriks zegt klinkt in eerste instantie logisch. Zijn oproep om niet met de wijsheid van hier en nu situaties daar en toen te veroordelen getuigt van gezond historisch besef. Toch twee belangrijke kanttekeningen. Freriks is blank. Vanuit zijn perspectief bezien is de teloorgang van Indië een groot verlies. Hij heeft echter wel erg weinig begrip voor de gedachte dat het andere perspectief, van de inlander die geleden heeft onder de kolonisatie, eerder wel degelijk te weinig aandacht heeft gehad. Voor hem is het vooral lastig wanneer men zich afvraagt hoe blanken in Indië hebben gehandeld, dat verstoort maar de gelukkige herinneringen.

Een tweede kritische opmerking is de gedachte dat historisch onderzoek begrip voor het handelen toen in de weg lijkt te staan. Het is echter juist een doelstelling van historisch onderzoek om inzicht krijgen in waarom mensen zo handelden, hoe moeilijk ook. Wanneer de gedachtelijn van Freriks gevolgd wordt, zou je bijvoorbeeld ook niet moeten onderzoeken waarom Duitsers massaal Hitler gesteund hebben. Dat is immers maar ongemakkelijk voor hun nazaten? Het is toch echter evident dat je wilt begrijpen hoe mensen tot deze keuzes en daden kwamen, zonder daar direct een oordeel aan te willen verbinden? Voor Freriks is onderzoek naar het militair handelen in Indië gelijk aan het persoonlijk veroordelen van alle blanke Indiërs. Dat kan in het verleden te veel gebeurd zijn, maar is geen reden om historisch onderzoek op zich af te wijzen.

Birmaspoorlijn

Art de Vos bewijst met ”Gordel van geweld. Overleven in Indië” hoe vruchtbaar historisch onderzoek kan zijn. Hij neemt het leven van KNIL-soldaat Henk Navest en zijn vrouw Trijntje als uitgangspunt. Navest ontvlucht in 1932 de crisis in Nederland en wordt soldaat in Nederlands-Indië. Hij valt op door zijn stiptheid en gedrevenheid en weet zichzelf al snel naar boven te werken. Trijntje Struiksma, een blanke Indische, valt voor deze soldaat. Hun lijkt een mooie toekomst in Indië te wachten.

Dan breekt de Tweede Wereldoorlog uit, met desastreuze gevolgen voor het jonge gezin. Henk wordt geïnterneerd, zoals vrijwel alle KNIL-soldaten. Met zijn makkers wordt hij aan het werk gezet aan de beruchte Birmaspoorlijn. Intussen moet Trijntje met haar twee jonge zoons Ab en Ceel en haar moeder en zusje zien te overleven in verschillende vrouwenkampen. De Vos heeft Trijntje voor haar overlijden in 2008 kunnen interviewen over haar ervaringen. Ze verhaalt van krappe slaapplaatsen, vitaminegebrek, honger en bovenal vernedering door de Japanners. Opvallend is dat de inlandse hulp Lastrina volwaardig deel uitmaakt van het gezin. Na de oorlog is een van de eerste daden van Trijntje het opsporen van Lastrina. Ze weigert te vertrekken naar Henk als Lastrina niet mee mag – al heeft ze hem ruim drie jaar niet gezien. Wanneer de familie Navest uiteindelijk gedwongen naar Nederland vertrekt, pleegt Henk zijn grootste ongehoorzaamheid jegens de Nederlandse regering: hij laat Lastrina onder valse naam naar Nederland reizen, omdat zijzelf niet aan goede papieren zal kunnen komen. Ze wordt als zo’n vanzelfsprekend familielid beschouwd dat haar achterlaten geen optie is. Zo illustreert De Vos dat de verhoudingen tussen inlanders en blanke Indiërs inderdaad niet simpelweg als racisme kunnen worden bestempeld, iets wat Freriks ook betoogt.

Het begrip voor blanke soldaten in Indië, ook tijdens de politionele acties, wordt door het boek van De Vos flink vergroot. Wie zou een oordeel durven te vellen over een soldaat die onder ondenkbare omstandigheden de oorlog in jappenkampen heeft overleefd en zonder adempauze direct weer verder moet? Juist door het eenvoudig beschrijven van Navests levensverhaal ontstaat inzicht in keuzes die men maakte, begrip voor de soldaten die buiten hun toedoen in een ”foute” oorlog waren beland terwijl zij slechts hun plicht deden. Daarmee komt ook ruimte voor de herinneringen die Freriks en de zijnen zich ontnomen zien nu zo veel aandacht wordt gegeven aan excessen. Daarmee wordt geen geschiedvervalsing gepleegd, maar juist geprobeerd inzicht te geven in waarom mensen –niet slechter dan wij hier en nu– zo gemeend hebben te moeten handelen.

Boekgegevens

Gordel van geweld. Overleven in Indië. Een familiekroniek, Art de Vos; uitg. Scriptum; 400 blz.; € 24,99;

Tempo doeloe. Een omhelzing, Kester Freriks; uitg. Athenaeum-Polak & Van Gennep; 112 blz.; € 10,-.