Frater Apollonius trad uit het klooster – om Sien

Ex-frater Van Tongeren terug op de modelboerderij bij Harskamp. beeld fam. Van Tongeren
5

Zijn leven lang zou hij frater Apollonius blijven, volgens zijn „eeuwige geloften.” Toch trad Arie van Tongeren uit de kloosterorde. Omdat hij een vrouw liefhad. Het was 6 juni 1945. De volgende dag verongelukte ze.

Geert van Tongeren ontdekte dit drama pas 21 jaar na het overlijden van zijn vader. Hij had altijd met de gedachte geleefd dat zijn vader het klooster had verlaten omdat hij zijn latere echtgenote had ontmoet. Hoewel, enkele maanden voor haar overlijden vroeg Geert aan zijn moeder: „Klopt het dat je papa hebt leren kennen bij het verzorgen van gewonden tijdens de slag om Arnhem?” Waarop ze zei: „Nee hoor, wij hebben elkaar leren kennen bij de padvinderij in Woerden.”

Zo vreemd was het beeld dat haar zoon tientallen jaren in zijn hoofd had overigens niet. In een interview met zijn vader stond zwart op wit dat hij „bij zijn werk ten behoeve van de oorlogsgetroffenen veel waardering –en nog wat meer– opvatte voor het meisje, dat hem daarbij assisteerde, dat hij uit de orde trad en in 1948 trouwde.” Jawel, klopt helemaal, maar hij trouwde dus niet met dát meisje.

Nadat Geerts moeder in 2013 overleed, kwam een grote doos met paperassen in zijn huis terecht. Daaruit kwamen onbekende oorlogsdagboeken van zijn vader tevoorschijn. Op de laatste pagina een rouwkaart: van Gezina Theresia Nijkrake, overleden „in den jeugdigen leeftijd van 24 jaar.” Onderaan een aantekening: „aangereden door Canad. wagen in Oldenzaal.”

Eronder schreef vader Van Tongeren: „22 juni 1945: Hedenmorgen bericht ontvangen van het overlijden van Geziena Nijkrake. Nu merk ik pas hoe na zij mij aan het hart lag. Hoe zeer ik op haar mijn verwachtingen had gebouwd. Het wil niet tot mij doordringen dat ik haar nu niet meer zal zien. De oorlog is voorbij. Sien is gestorven. Zij vooral was de aanleiding, dat ik de grootste stap deed in mijn leven en het waagde een nieuw leven te beginnen. Nu zonder haar. Laat ik hiermede mijn dagboekperiode besluiten.”

Veilig klooster

Voor Van Tongeren was dit het begin van jarenlang onderzoek, waarvan het resultaat nu in boekvorm is verschenen. Het eerste exemplaar van ”De oorlogsdagboeken van frater Apollonius” is deze vrijdag in De Bilt aangeboden aan de Fraters van Utrecht, de orde waartoe Van Tongerens vader behoorde. Totdat hij uittrad.

Het is een boeiend relaas geworden over de zoon van een kruidenier in Bodegraven die naar Den Haag verhuisde, maar geen zin had om te gaan werken in de wasserij van zijn ouders aan de Zuid-West-Binnensingel. Net als twee zussen koos hij voor het kloosterleven, tot ongenoegen van hun ouders.

Binnen de Utrechtse kloostermuren was er voldoende veiligheid en onderling vertrouwen om tijdens de Duitse bezetting de verjaardag van koningin Wilhelmina uitbundig te vieren, naar Radio Oranje en de BBC te luisteren en het Wilhelmus te zingen, allemaal streng verboden zaken.

In september 1942 werd frater Apollonius overgeplaatst. Hij ging in Oosterbeek wonen en gaf les op een school in Arnhem.

Twee jaar later, tijdens de slag om Arnhem –dit jaar 75 jaar geleden–, verbleven de fraters samen met tientallen burgers in Oosterbeek dicht bij de linies van de strijdende partijen. Tien dagen hielden ze zich schuil in de kelder van het parochiehuis.

Nadat de geallieerden zich over de Rijn hadden moeten terugtrekken, bevalen de Duitsers de bevolking van de noordelijke oever te vertrekken. De fraters kwamen met een aantal Oosterbeekers in Harskamp terecht, op de modelboerderij van de familie Kröller. Daar bevond zich volgens de auteur „een wel heel bijzonder en gemêleerd gezelschap. Boeren en landarbeiders, jongens van het opvoedingsgesticht Hoenderloo, joodse onderduikers, katholieke kloosterlingen, professoren en hun families van de Landbouwhogeschool uit Wageningen, baronnen en baronessen, huishoudsters van de pastorie en gezinnen uit Oosterbeek en niet te vergeten, de ratten. Zij allen waren tot elkaar veroordeeld voor een samenlevingsvorm, waarvoor zij zelf natuurlijk niet vrijwillig hadden gekozen.”

Op zoek naar voedsel

De 22 fraters zetten een gaarkeuken op en verzorgden dagelijks ruim 500 maaltijden voor de vele evacués in Harskamp. Iedere dag struinden ze de wijde omgeving af, op zoek naar voedsel: „Essen en Kootwijkerbroek. Heel langzaam is Frater Placidus daar binnen gedrongen. Voetje voor voetje wist hij op de Protestantse Veluwe binnen te dringen om met twee volle kannetjes, als de dag goed geweest was, 9 of 10 liter, of met 1 liter, als de dag weinig had opgebracht, na drie of vier uur lopen, op Harscamp aan te komen.”

Samen met een Joodse onderduiker stelde frater Apollonius vanaf februari 1945 een illegaal krantje samen, De Optimist. Die titel bleek niet ongefundeerd: twee maanden later zagen de Oosterbeekers opnieuw de geallieerden komen. De oorlogsdagboeken geven een beeld van de bevrijding van Harskamp.

Onder de boerderijbewoners was ook Sien Nijkrake, een van de twee huishoudsters van de Oosterbeekse pastoor. Op 6 oktober 1944 werd ze voor het eerst in de dagboeken vermeld, zonder dat daar iets bijzonders uit bleek. Maar dat ontstond er wel.

Frater Apollonius, 31 jaar oud, besloot zijn kloosterorde te verlaten. Een hoogst ongebruikelijke stap die hij in zijn aantekeningen slechts kort motiveert. Het moet een ingrijpende verandering geweest zijn, maar gevoelens en meningen zijn in de dagboeken nauwelijks verwoord.

Bij 23 mei had Apollonius genoteerd: „Afscheid van Pastoor en huisgenoten.” Dat zal de laatste keer zijn geweest dat hij Sien zag. Op 4 juni schreef hij haar een brief.

De volgende dag vond hij een baan en onderdak in Woerden. Hij ging er een dag later reeds naartoe: „Om ongeveer kwart over 4 het Sint Gregoriushuis verlaten. Vanaf ongeveer 10 voor 7 woonachtig op de Van Linschotenweg 13 te Woerden.”

Zijn zoon beschreef het ingrijpende van die stap: „Vanaf 6 juni 1945 heette hij dus gewoon weer Arie van Tongeren. Geen recollecties meer, geen zwarte toog, geen gezamenlijke ontbijten, lunches en avondmaaltijden. Vanaf dit moment was hij een gewone onderwijzer in een burgerpak. Kortom, vanaf deze dag begon mijn vader zijn nieuwe leven.”

Het dagboek bij 11 juni: „De eerste dag in mijn eigen klas. Belangstellend bezoek van een Pastoor.” Dat op die dag het meisje werd begraven met wie hij de rest van zijn leven had willen delen, realiseerde Van Tongeren zich niet. Niets wist hij nog van het drama dat zich had voltrokken, ver bij Woerden vandaan. Hij bezocht zijn familie, legde nieuwe contacten, ging op 19 juni voor het eerst naar zwemles.

Op 22 juni bereikte hem het bericht dat Sien Nijkrake was verongelukt. Aangereden door een voertuig van de bevrijders. De rouwkaart was ondertekend door haar moeder, die al jaren weduwe was. En frater Appolonius, die nu weer gewoon Arie van Tongeren was, had wellicht niet de moed en de lust om nog langer in zijn dagboek te schrijven. Hij stopte er abrupt mee. Over Sien noteerde hij: „Nu merk ik pas hoe na zij mij aan het hart lag.”

Padvinderij

Teruggaan naar het klooster deed Van Tongeren niet. Hij bleef ook niet alleen. Bij de padvinderij in Woerden ontmoette hij de dertien jaar jongere Thea van Es, dochter van de plaatselijke groenteboer. In 1948 trouwden ze.

Via Haarlem kwamen ze in de Achterhoek terecht, in Lichtenvoorde. Van Tongeren was er schoolhoofd en had tal van bestuursfuncties. Jarenlang was hij gemeenteraadslid, niet voor de Katholieke Volkspartij (KVP), maar voor een lokale groep die hij zelf had opgericht: Democratisch Lichtenvoorde, later Gemeentebelangen genoemd. Zijn leven verliep totaal anders dan wanneer hij frater zou zijn gebleven.

„Mijn vader stond graag in de schijnwerpers”, weet de schrijver, die de jongste van zijn negen kinderen is. Die aandacht wilde hij echter niet voor alle facetten van zijn 83 jaar lange leven. Nooit vertelde hij zijn kinderen over de werkelijke reden waarom hij de kloosterorde verliet.

„Misschien kun jij er iets mee”, zei Geerts broer en duwde hem bij het weggaan een doos in de armen. Uit de doos kwamen drie dagboeken, met de aantekening van zijn vader dat drie andere kwijt waren. Maar die waren snel gevonden, in dezelfde doos.

Het was aanleiding tot een intensieve speurtocht. Bij de dagboeken zat een lijst met 97 namen: de evacués in de Harskamper boerderij. Van Tongeren wist velen van hen of hun familie op te sporen. Ook de familie van Sien Nijkrake, die een van de vijftien kinderen van een onderwijzer uit Deurningen bleek te zijn.

Haar familie bleek over een dagboek te beschikken. Daarin werd frater Apollonius niet genoemd. Wel noteerde Sien dat ze een groot geheim had. Dít geheim dus waarschijnlijk; liefde tot een frater die beloofd had niet te zullen trouwen. De romance kwam tot een tragisch einde.

Boekgegevens

De oorlogsdagboeken van frater Apollonius, Geert van Tongeren; uitg. Singel; 265 blz.; € 24,95.