Fik Meijer schrijft biografie van apostel Paulus

Fik Meijer. Foto Erik van 't Woud Erik van 't Woud
2

De apostel Paulus wist wat reizen was. In 25 jaar tijd legde hij meer dan 17.000 kilometer af, te voet, op een wagen of 
per schip. Historicus Fik Meijer ging in zijn voetsporen.

Meijer, emeritus hoogleraar oude geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam, is een meester­verteller. Zijn boeken over de klassieke oudheid, zoals ”Keizers sterven niet in bed”, ”Gladiatoren” en ”Wagenrennen”, werden vertaald in het Duits, Engels, Italiaans, Zweeds, Tsjechisch, Turks, Hongaars, Fins en Chinees. Zijn uitgever hoeft maar te adverteren met ”De nieuwe Fik Meijer ligt in de boekhandel”, en iedereen weet genoeg.

Deze maand verscheen het boek ”Paulus. Een leven tussen Jeruzalem en Rome”, waarin Meijer de apostel op diens zendingsreizen volgt. Op knappe wijze weet de Amsterdamse emeritus hoogleraar zijn kennis van de klassieke oudheid te combineren met gegevens uit het Bijbelboek Handelingen en de apostolische brieven.

En dat levert een levendig portret op van Paulus, die een kwart­eeuw lang door de mediterrane wereld reisde: over de modderige wegen en steile rotspaden van het onherbergzame Galatië, op een klein vrachtschip naar Salamis aan de oostkust van Cyprus, of tijdens een wilde zeereis naar Rome.

Reisbureaus en passagiersschepen waren in de oudheid een onbekend fenomeen, schrijft Meijer. Dus er moest worden betaald. „Schippers wilden alleen passagiers meenemen als die bereid waren flink in de buidel te tasten. Vermoedelijk werd Paulus gesteund door geldschieters van de christelijke gemeenschap in Antiochië, want nergens wordt gesproken over enig bezit of (familie)­kapitaal van hem. Een deel van zijn eerste overtocht heeft hij wellicht betaald met het verrichten van allerlei klusjes aan boord. Hij timmerde, schilderde, splitste de touwen en hielp bij het stuwen van de lading. Het werk zal hem zwaar zijn gevallen, want als man van studie had Paulus verkeerd in kringen van filosofen en wet­geleerden.”

Vermoedelijk, wellicht – het zijn woorden die regelmatig terug­komen in het boek van Meijer. Heel vreemd is dat niet, vindt hij zelf. „We hebben niet zo veel historische bronnen over het leven van Paulus. Alleen de Handelingen en de brieven van Paulus en die zijn navolgers in zijn naam hebben geschreven. Ik heb Paulus be­keken op basis van deze teksten, op dezelfde manier als ik een boek over Julius Caesar zou schrijven. Als historicus vroeg ik me af hoe betrouwbaar deze documenten zijn. Als dat verschil van mening oproept, is dat legitiem.”

Meijer deed meer dan alleen teksten van en over Paulus bestuderen. Hij reisde de apostel ook achterna: naar Caesarea en Jeruzalem, Tarsus en Efeze, Korinthe en Thessalonica. „Helemaal in de voetsporen van Paulus gaan, is eigenlijk niet mogelijk. Er is in de loop van de tijd heel veel verdwenen. Maar als je in Efeze rondloopt, de overblijfselen van het heiligdom van Artemis ziet, dan proef je toch iets van de tijd en de context waarin Paulus leefde.”

Wat fascineert u aan Paulus?

„Ik heb me twee jaar lang intensief met Paulus beziggehouden, en hij is me steeds meer gaan boeien. Neem zijn volharding. Je kunt veel kritiek op Paulus hebben, maar één ding staat buiten kijf: dat hij zijn doel coûte que coûte nastreefde. Geen brug ging hem te ver.”

Maar volgens u was Paulus ook eigen­zinnig, betweterig, drammerig, gevreesd en compromisloos.

„Hij was een zeer eigenzinnig man, een doorzetter. Paulus was eerst een christenvervolger, toen een bekeerling, en vervolgens ging hij de belangrijkste rol spelen. In het boek Handelingen raken anderen al vrij snel uit beeld en wordt hij de hoofdpersoon. Paulus slaagde erin zich op te werpen als het boegbeeld van ”de weg”, zoals de christenen toen werden genoemd. Of dat negatief is? Ik weet het niet, maar dergelijke eigenschappen zijn wel nodig om resultaten te kunnen boeken.”

U noemt Paulus de grondlegger van het christendom.

„Is dat zo? Dat staat zeker zo op de achterflap van het boek. In zekere zin klopt dat wel, ja. Jezus richtte Zich vrijwel uitsluitend tot de kinderen van Israël, maar Paulus ging een stap verder en zocht Joden en niet-Joden op. Paulus is heel bepalend geweest. Misschien was hij niet de stichter van het christendom, maar hij bracht het wel tot de meest afgelegen gebieden.”

Waarom bezocht Paulus bepaalde plaatsen wel en liet hij andere links liggen?

„Het is opvallend dat Paulus in eerste instantie de vooraanstaande filosofen en redenaars in de grote steden meed en eerst de gebieden bezocht met wat lager geschoolde, minder intellectuele bewoners. Die zouden ontvankelijker zijn voor zijn boodschap. Pas daarna gaat hij, met wisselend succes, naar de culturele elite in steden als Athene en Efeze.

Op een gegeven moment kwam Paulus aan in Troas, het oude Troje. Daar zou hij in een droomgezicht een Macedonische man hebben gezien, die hem toeriep naar zijn land over te steken en de mensen daar te helpen. Het is de vraag wat Paulus in zo’n dun­bevolkt gebied hoopte te bereiken. Ik wil niet speculeren, maar een verklaring zóú kunnen zijn dat Paulus de verhalen kende van Alexander de Grote, de beroemde Macedoniër, die net als hij één grote droom had: de wereld onder zijn invloed brengen. Alexander met een zwaard, Paulus met het Woord. Omdat Paulus natuurlijk niet met de heidense Alexander de Grote kon komen aanzetten, bood het droomgezicht een mooie verklaring voor zijn oversteek naar Macedonië.”

Christenen geloven dat de Bijbel het geïnspireerde Woord van God is, geschreven in een concrete historische situatie. Dat uitgangspunt zou een heel andere biografie van Paulus hebben opgeleverd.

„Ja, het is volstrekt legitiem om iets anders te beweren over Paulus. Als je uitgaat van de open­baring van God, dan levert dat een heel ander beeld van deze apostel op. Ik bekijk hem puur op basis van historische teksten, wetend dat er heel andere Paulussen moge­lijk zijn.

Wel heb ik moeite met veel theo­logische boeken over Paulus. Het is al moeilijk genoeg om hem in de context van de Grieks-Romeinse wereld te plaatsten, laat staan dat er stellige uitspraken over Paulus gedaan kunnen worden. Ik zie in de teksten te veel onduidelijkheden om te kunnen zeggen: Dit is een boodschap van God.”

U verbaast zich over het feit dat christenen nu nog lering trekken uit „aanbevelingen die een rondreizende geloofsverkondiger bijna tweeduizend jaar geleden heeft gedaan.” Maar je zou net zo goed kunnen zeggen: De geopenbaarde wil van God heeft zeggingskracht voor alle tijden.

„Paulus verkondigde geen gesloten theologie, maar ging in op actuele kwesties tijdens zijn zendings­reizen. In Derbe of Efeze zei hij weer wat anders dan in Thessalonica. Hooguit in de Romeinenbrief is er misschien sprake van een bepaalde theologie. Ik zie Paulus meer als een uit­legger, een man die mensen vertelt hoe ze zich kunnen gedragen en tot God kunnen naderen.”

Uw vader waardeerde Paulus anders, schrijft u in het voorwoord.

„Ik ben nog steeds een grote twijfelaar. Mijn vader zag Paulus als de grote geloofsverbreider; van kritiek op Paulus wilde hij niet horen. Hij was een voortreffelijk geschiedenisleraar. Aan de wand van zijn klaslokaal in het Bonaventura Lyceum in Leiden hing een landkaart van de Middellandse Zee, waarop de zendingsreizen van Paulus waren ingetekend. Hij kon er prachtig over vertellen. Nu hangt die kaart, helemaal vergeeld, bij mij thuis. De vinger­afdrukken van mijn vader zitten er als het ware nog op.”

Hij pauzeert even en zegt dan: „Ik heb geen afkeer van Paulus, hoor. Integendeel, ik hoop dat hij bekend blijft. Ik zou het verschrikkelijk vinden als kinderen niet meer weten wie Paulus was: de grote verspreider van het christendom.”


Fragment uit ”Paulus”: Storm op zee

Het schip waarmee Paulus naar Rome vaart, komt in een zware storm terecht (Handelingen 27). Een engel laat de apostel echter weten dat God heeft bepaald dat hij voor de keizer zal verschijnen, dat het schip op een eiland zal stranden en dat alle opvarenden worden gered.

Over het geloof van de zeelieden kan alleen in algemene termen worden gesproken, schrijft Fik Meijer. „Zij hadden een groot aantal goden tot wie zij zich in nood richtten. Al vanaf de vroegste tijden werden goden met de zee in verband gebracht. Bij de oude Grieken was vooral de Olympische god Poseidon met de zee verbonden, maar zeelieden vereerden ook mindere goden, zoals de zeegod Nereus met zijn dochters, of Proteus, die zich in verschillende gedaanten manifesteerde. (...)

Het is mogelijk dat een aantal van de zeelieden en opvarenden in de langdurige storm heeft gebeden tot een van die goden. Omdat het schip afkomstig was uit Alexandrië, denk ik echter dat de bemanning zich vooral heeft gericht tot Isis, een Egyptische godin die onder zeevarenden in het oostelijk Middellandse Zeegebied veel aanhangers vond. (...)

Het geloof in de goden werd weerspiegeld in afbeeldingen van de betreffende god(in) op delen van het schip of attributen aan boord. Op ankers, roeiriemen en stuurriemen stonden de namen van Isis, Poseidon, Zeus, Hera en al die anderen met een verwijzing naar de hoedanigheid waarin de god(in) werd aangeroepen. Zeus, de „hoogste” of de „redder”, en Afrodite, de „redster” of „bij de haven levend”, zijn maar enkele voorbeelden van goden die om hun specifieke kwaliteiten werden vereerd. (...)

Gezien hun religieuze achtergrond is het niet erg waarschijnlijk dat de opvarenden Paulus’ voorspelling direct serieus hebben genomen. Zij zullen zijn woorden dat ze op een eiland zullen stranden en dat niemand er het leven bij zal inschieten, voor kennisgeving hebben aangenomen. Lucas spreekt ook met geen woord over enige verandering in het vaarplan als gevolg van Paulus’ interventie. De bemanning deed er nog steeds alles aan om het schip zo goed en zo kwaad als het ging op koers te houden.”

Fragment uit ”Paulus. Een leven tussen Jeruzalem en Rome”, 
(blz. 300-302).


Boekgegevens

”Paulus. Een leven tussen Jeruzalem en Rome”, Fik Meijer; uitg. Athenaeum-Polak & Van Gennep, Amsterdam, 2012; ISBN 978 90 253 7009 1; 360 blz.; € 19,95.