Botsende meningen over Europa

Volgens Van Middelaar ligt de macht bij de Europese Raad en niet bij het Europees Parlement. beeld iStock
3

Europa is meer in de mode dan ooit, sinds een drietal crises het continent trof.

Als reactie op de financiële crisis van 2007 (die niet alleen de Europese Unie maar een groot deel van de wereld in zijn greep kreeg en funeste gevolgen leek hebben voor Griekenland), de Oekraïnecrisis in 2013-2014 en de vluchtelingencrisis in 2015 kon de Europese Unie niet langer volharden in het fabriceren van regels die zich beperkten tot het besturen van een interne markt.

De EU kon niet langer technocratisch en gedepolitiseerd besturen, ze moest grote politiek gaan bedrijven. In ”De nieuwe politiek van Europa” bespreekt historicus en politiek filosoof Luuk van Middelaar, hoogleraar Europese studies in Leiden en Louvain-la-Neuve, de drie crises als ”Machiavellian Moments” van de EU. De aan de historicus J. G. A. Pocock ontleende notie van ”Machiavelliaans moment” houdt in dat een staat ontdekt dat ze eindig (sterfelijk) is en dat ze stand moet proberen te houden in de stroom van gebeurtenissen die deze staat dreigen te ontwrichten. „Wie zich sterfelijk weet, moet zich beschouwen en wapenen als een toevallige eenheid in de stroom van de tijd. Een existentiële ervaring”, verduidelijkt Van Middelaar filosofisch. De financiële crisis (de eurocrisis), de Oekraïnecrisis en de vluchtelingencrisis hadden het einde van de Europese Unie kunnen betekenen als de EU niet adequaat gehandeld had.

Nood breekt wet

”De nieuwe politiek van Europa” schetst de geschiedenis van deze crises en onthult de politieke logica van de Europese omgang ermee. Volgens Van Middelaar weerspiegelt de reactie op de crises de overgang van de Europese Unie als ”regelpolitiek lichaam” naar een Europese Unie die ook gebeurtenissenpolitiek kan bedrijven. Regelpolitiek is het scheppen van een kader van afspraken waarbinnen men kan handelen. In de regelpolitiek zorgt men dat alle neuzen dezelfde kant op staan. Als gebeurtenissenpolitiek zich voordoet, staan de neuzen bijna per definitie níét dezelfde kant op en moet er toch worden gehandeld. De gebeurtenissenpolitiek botst niet zelden met de regelpolitiek. ”Nood breekt wet” is dan het devies.

Tijdens de eurocrisis bijvoorbeeld botste de noodzaak om Griekenland te helpen op de regel dat het belang van de euro geen fiscale solidariteit tussen de lidstaten met zich mee mocht brengen. De Duitse belastingbetaler zou niet mogen opdraaien voor de tekorten van zijn Zuid-Europese broeders. Dit was het standpunt dat met name door een belangrijk smaldeel in de Duitse politiek werd gehuldigd, maar bleek politiek onhoudbaar toen de redding van Griekenland nodig werd geacht om de euro te redden. De bondskanselier, de Franse president en andere leiders moesten los van de regels manoeuvreren en besluiten.

Tijdens de vluchtelingencrisis bleek ook de private moraal ondergeschikt aan de staatsraison: hoewel er moreel van alles aan te merken is op de afspraken die de Europese Unie heeft gemaakt met het Turkije van Erdogan, was het politiek gezien een noodzakelijke deal. Het alternatief was immers een oncontroleerbare stroom vluchtelingen aan de zuidgrenzen van de Europese Unie. In die omstandigheid zou het akkoord van Schengen niet te handhaven zijn geweest en met het sluiten van de binnen-Europese grenzen zou een pijler van de Europese samenwerking zijn bezweken onder de druk van een noodsituatie. De Turkije-deal wendde dat scenario af.

Tragisch mensbeeld

Hoewel Van Middelaar de Britse filosoof Isaiah Berlin (1909-1997) niet als bron opvoert zou deze zich zeker hebben kunnen vinden in Van Middelaars karakterisering van de crux van de politiek in Europa: „Is het klassieke Amerikaanse geschiedverhaal in de kern een moreel zinnespel van right tegen might, het Russische een cynische kroniek van might tegen might, de Europese geschiedenis heeft ons het tragische besef bijgebracht dat politiek heel vaak right tegen right is – vrede tegen rechtvaardigheid, gelijkheid tegen vrijheid, veiligheid tegen de democratie. Wij Europeanen spelen niet voor de overwinning, maar voor het geringste verlies.”

Het is overigens geen wonder dat Van Middelaars visie hier zo wonderwel overeenstemt met het tragische mensbeeld van Berlin: beiden zijn op dit cruciale punt gelijkelijk geïnspireerd door de Italiaanse diplomaat Niccolo Machiavelli (1469-1527).

Van Middelaar deelt nog iets met deze Florentijnse denker uit de renaissance, namelijk persoonlijke ervaring met het politieke handwerk. Van Middelaar maakte carrière in Europa en was voor zijn Leids/Leuvense professoraat speechschrijver van toenmalig Europees president Herman Van Rompuy. Van Middelaars praktische ervaringen in de Brusselse kabinetten kleuren ”De nieuwe politiek van Europa” onnadrukkelijk maar onmiskenbaar, en dragen aanzienlijk bij aan de niet geringe literaire kwaliteit van dit boek. Het is in veel opzichten een politieke roman met als hoofdpersonages de diverse Europese gremia en instituten, maar vooral politici als Nicolas Sarkozy en Angela Merkel.

Utopisch pamflet

Van Middelaar laat zien dat het vrijwel altijd nationale politici zijn die in het Europese raamwerk gezamenlijk als de Europese Raad de besluiten nemen. De Europese Unie is ondenkbaar zonder de bondskanselier, de président de la république en de diverse eerste ministers. Het politieke primaat, zo is de teneur van ”De nieuwe politiek van Europa”, ligt bij de Europese Raad en niet bij het Europees Parlement en ook niet bij de Europese Commissie, die volgens Van Middelaar ten onrechte vaak voor een Europese regering wordt gehouden. Omdat politieke afspraken altijd ook nationale kwesties zijn, is de Europese Raad als ontmoetingspunt van nationale en Europese politiek de onvermijdelijke locus politicus.

Op dit punt en op veel andere punten verschilt Van Middelaar fundamenteel van mening met een andere oudgediende van de EU, de Duitse Ulrike Guérot, decennialang betrokken bij Europese denktanks en momenteel evenals Van Middelaar hoogleraar. Guérot beklaagt zich in haar pamflet ”Red Europa!” precies over dat primaat van de politiek dat Van Middelaar als een belangrijke ontwikkeling duidt en toejuicht. Waar Van Middelaar zich een realist toont die de tragische dimensie van de politiek en de dominantie van de staatsraison verwerkt in zijn beschouwing, ziet Guérot deze zelfde verschijnselen uitsluitend door de bril van moreel vooruitgangsdenken.

Ook haar oplossing voor wat ze als euvels beschouwt kan niet op Van Middelaars instemming rekenen. Guérot wil dat Europa een republiek van regio’s wordt. ”Red Europa!” is een ongegeneerde maar daarom niet minder gênante utopie. ”De nieuwe politiek van Europa” is een even bewonderenswaardig als nuchter pleidooi voor méér Europese politiek.

Boekgegevens

”De nieuwe politiek van Europa”, Luuk van Middelaar; uitg. Historische Uitgeverij, Groningen, 2017; ISBN 978 90 655 4246 5; 371 blz.; € 25,-; ”Red Europa! Waarom Europa een republiek moet worden”, Ulrike Guérot; uitg. Atlas Contact, Amsterdam, 2017; ISBN 978 90 450 3427 0; 348 blz.; € 29,99.