Bekeringsverhaal Kourdakov riekt naar fantasie

Sergei Kourdakov trok in 1972 volle zalen met zijn bekeringsverhaal. Achteraf blijkt zijn biografie veel vragen op te roepen.  beeld uit documentaire ”Forgive me, Sergei”
6

Sergei Kourdakov moest christenen vervolgen, en hij deed het grondig. Dat staat op de omslag van ”Vergeef mij, Natasja!” Maar hij fantaseerde er ook graag over, zo lijkt na onderzoek. Het is de vraag of het spannende boek wel echt is gebeurd.

Caroline Walker voelde een roeping. Als „pen in Gods hand” wilde ze het verhaal van Kourdakov verfilmen. Om zo het getuigenis van Gods werk voort te helpen. Kourdakov wilde dit zelf ook, maar zijn plotselinge dood in 1973 voorkwam dat.

Walker bekeek opnames waarin Sergei vertelt over zijn urenlange zwemtocht van 5 kilometer van het Sovjetmarineschip naar de Canadese kust. Kort daarna kwam hij tot geloof en trok hij volle zalen met zijn bekeringsverhaal.

Walker sprak met de man van de organisatie Underground Evangelism die Kourdakovs verhaal had opgeschreven: Dale Smith. In Amerika verscheen dit als ”The Persecutor” (de vervolger), maar daarbuiten raakte het bekend als ”Vergeef mij, Natasja!” Wereldwijd rolden miljoenen exemplaren in veertien talen van de pers.

Walker vond geld voor een filmproject. Met een cameraploeg bezocht ze de mensen die Kourdakov in september 1971 aan de stormachtige kust hadden gevonden. Tot zover was ze onder de indruk. In Rusland werd het echter lastiger. Mensen die in het boek voorkwamen, vertelden een ander verhaal (zie ”Kortsluiting”).

Walker ging terug naar de Verenigde Staten. Ze ontmoette de politieagent die op 1 januari 1973 de dode Kourdakov had aangetroffen in een vakantiehuis in Californië. Het was geen zelfmoord, maar een ongeluk, zo leidde de agent af uit de hoek waarmee de kogel door zijn hoofd was gegaan. Volgens het boek had Kourdakov al gevreesd dat hij zo aan zijn eind zou komen, omdat een KGB-moord altijd „alle kenmerken van een ongeluk” heeft.

Walker ging met haar bevindingen naar L. Joe Bass, voormalig leider van Underground Evangelism (tegenwoordig Mission without Borders). Die hield vol dat het boek de waarheid was en dat Walker was ingepakt door de Russen. Vervolgens liep hij boos weg uit het interview.

In plaats van een film over Kourdakov maakte Walker een documentaire over hem. Ze begint en eindigt ”Forgive me, Sergei” bij zijn graf op Rock Creek Cemetery in Washington.

Levendige discussies op internetfora wekken de indruk dat ”The Persecutor” in Amerika nog altijd een bekend boek is. Het is daar ook nog nieuw te verkrijgen.

In Nederland wordt ”Vergeef mij, Natasja” direct na verschijning in 1974 een bestseller. Uitgeverij Wever in Franeker publiceert tot 1986 ten minste twaalf drukken. Naar schatting worden er 60.000 exemplaren gedrukt.

Te sterk

Recensenten in christelijke bladen bevelen het boek aan, „speciaal voor de jeugd.” De christelijke pers zet wel vraagtekens bij de organisatie Underground Evangelism, die ook in Nederland een tak had, maar het boek van Kourdakov komt er goed af. Alleen in het blad Daniël noemt H. J. Segers het in 1975 „een té sterk verhaal.” „Men ontkomt niet aan de indruk dat er van alles bij is gedaan om de lezers te ontroeren en ze milddadig te stemmen.”

In 2019 zet de reformatorische stichting Gihonbron het boek online. In 2016 wordt ‘Kourdakov’ toegevoegd aan het onlineoverzicht ”Honderd boeken die elke christen gelezen moet hebben”.

Toen aanvankelijk druk na druk verscheen, was in kringen van Oost-Europa-organisaties in Nederland snel bekend dat het boek niet volledig op waarheid berustte, zegt Filip Uijl, woordvoerder van Stichting Friedensstimme. „Als tiener pakte ik het boek eens uit de kast, maar toen al liet mijn vader (voormalig Friedensstimme directeur Rien Uijl, EvV) merken dat er een luchtje aan zat.”

Voor het werk van Friedensstimme was dat niet van belang, zegt Uijl. „Wij publiceren alleen materiaal van ongeregistreerde baptisten. We geven geen commentaar op andere publicaties.”

Kourdakovs boek zou wel waar kúnnen zijn, denkt Uijl. De Rus leidt invallen bij bidstonden om de bezoekers in elkaar te slaan. Zijn geweten gaat echter spreken als hij daar telkens dezelfde godvrezende vrouw aantreft: Natasja Zhdanova. Uijl: „Er zijn voorbeelden van mensen die werden aangeraakt door de zachtmoedigheid van hun slachtoffers.” Nog steeds krijgt hij bij presentaties af en toe vragen over het boek. „Recent mailde nog iemand met de vraag: weten jullie dat dit niet waar is?”

Spannend

Deze vraag aan Uijl kan samenhangen met een artikel van William Yoder, Amerikaans journalist in Rusland. „In de coronacrisis had ik weinig te doen, en toen ben ik in deze kwestie gedoken”, vertelt hij telefonisch. Begin juni schreef hij in zijn nieuwsbrief over het boek. Een spannend boek („a nice crimy”), zegt Yoder in een toelichting. „Met goede en slechte karakters. Typisch geschreven voor de westerse markt. Mijn Russische vrouw moet niets van het boek hebben.”

In de tijd dat het boek verscheen, reisde Yoder als journalist veel achter het IJzeren Gordijn. Toen hij Kourdakov las, had hij direct twijfels. Vreemd vond hij dat de pasbekeerde Rus samen met zijn 17-jarige vriendin Ann Johnson in een hotel verbleef. Yoder: „Van een evangelicale christen verwacht je dat niet direct.”

Ann Johnson is niet de enige jonge vrouw die de aandacht van Kourdakov heeft getrokken. In 2014 publiceerde Kolleen Kidd een liefdesverhaal: ”A Rose for Sergei”. Haar weblog met dezelfde titel –waarop ook enkele foto’s in minder ingetogen poses– wordt nog steeds aangevuld.

Via e-mail zegt Kidd dat Ann Johnson beslist niet de verloofde van Kourdakov was. Zij las die naam pas in 2017 in het FBI-dossier op Muckrock.com. „Dat verraste me. Het strijdt met de informatie die ik heb. Ik heb Ann nooit gezien of gesproken; ook niet op de begrafenis.”

In het FBI-dossier komt de naam van Kidd niet voor. Dat vindt zij zelf ook vreemd. „Niemand van zijn contacten in Washington is ooit bij het onderzoek naar zijn dood betrokken.”

Ze bestrijdt dat Sergei van het type rokkenjager was; integendeel. „Wij hadden een relatie. Hij heeft er ook eens op gezinspeeld dat ik zijn vrouw zou worden. Maar we waren nooit intiem.”

Wonder

Dat Kidd ook niet voorkomt in ”Natasja” is volgens haar eenvoudig te verklaren. „De tekst daarvan was al min of meer klaar toen wij elkaar najaar 1972 leerden kennen.” Ze herkent Kourdakov helemaal in het boek; ook hoe hij zichzelf voordoet als gelovig christen. „Er is zonder meer een wonder in zijn leven gebeurd.”

Volgens Yoder ligt het antwoord op de vraagstukken bij Joe Bass van Underground Evangelism. „Tegen Walker zegt hij dat ”Natasja” is gebaseerd op opgenomen gesprekken. Die banden zouden boven water moeten komen.” Bass heeft echter niet gereageerd op een verzoek om toelichting.

Underground Evangelism had in de jaren zeventig een slechte naam, zegt Yoder. „Persoonlijke verhalen uit de vervolgde kerk waren toen in het Westen big business. Denk aan Richard Wurmbrand, die als Roemeens predikant had vastgezeten. Zijn verhaal is geloofwaardig. Maar zijn beschrijving van het communisme is extreem. Daarnaast blijft duister hoe hij voor de Tweede Wereldoorlog stond tegenover het fascisme in Roemenië.”

Bij Underground Evangelism „hadden de telefoons gouden toetsen”, weet Walter Sawatsky, kerkhistoricus aan het Anabaptist Mennonite Biblical Seminary in de VS. „Zo welvarend waren ze daar. Hun verhalen over de vervolgde kerk werden gevreten. Maar financiële verantwoording was er niet bij.”

Ook Sawatsky reisde veel achter het IJzeren Gordijn, onder meer voor zijn boek ”Soviet Evangelicals since World War II” uit 1981. Daarin noemt hij Kourdakov terloops, zonder erbij te vertellen dat bij hem al op de eerste bladzijden de alarmbellen gingen rinkelen. „Dat iemand bij storm 5 kilometer door de zee bij Canada zwemt, lijkt mij een mirakel. Verder vind ik alles wat hij zegt over het geloof nogal oppervlakkig.”

Uijl van Friedensstimme betwijfelt of er rond 1970 in Kamtsjatka wel christenen waren. „Wij kennen evangelisten die daar in de jaren negentig als eersten het Evangelie brachten.”

Sawatsky denkt dat er toen wel christenen waren. „De KGB probeerde ook door invallen mensen weg te slaan uit de godsdienst. Maar vanuit Kamtsjatka zijn daar nauwelijks getuigenissen van.”

Kortsluiting

Boris Kourdakov, de oudere broer van Sergei, snapte er niet veel van. Zijn vader was in 1959 een natuurlijke dood gestorven, en niet in 1955 door de terreur van Sovjetleider Chroesjtsjov, zoals zijn broer schrijft. Hebben we het wel over dezelfde Sergei, zo vraagt hij Caroline Walker.

Die vraag kreeg de Amerikaanse documentairemaakster vaker toen ze mensen uit het boek opzocht. Het weeshuis in Barysevo waar Kourdakov was ondergebracht, was helemaal niet zo barbaars. Moeder Irene werd bij het 70-jarig jubileum voor de camera van Caroline Walker geëerd. Alle jaargenoten van Kourdakov ontkennen de gruwelijke beschrijvingen in het boek, onder meer dat er een jongen van honger zou zijn omgekomen.

Andere voorbeelden van kortsluiting:

Sergei claimt in het boek zeventien keer in Moskou te zijn geweest. Achteraf kan van niet een zo’n bezoek een spoor te worden vastgesteld.

Natasja Zhdanova, aan wie de titel van het boek is ontleend, was een penvriendin van Kourdakov en woont in Oekraïne. Ze voldoet wel aan enkele beschrijvingen, maar de vertellingen in het boek zijn haar vreemd, vertelde ze rond 2010 aan een Russische journalist.

Kourdakov spreekt in zijn boek over ten minste 150 overvallen op geheime godsdienstoefeningen in de Oost-Russische regio Kamtsjatka. Bij navraag kan niemand bevestigen dat er ook maar één zo’n inval had plaatsgehad.