Bedot door denkfouten

Klassieke redeneertrucs zijn nog volop in gebruik, al deugen ze niet.  beeld iStock
2

Aristoteles beschreef ze al: denkfouten. Sommige worden meer dan 23 eeuwen later nog steeds gebruikt. En met succes, omdat een ander niet doorheeft dat hij bedot wordt. Voor de filosofen Maarten Boudry en Jeroen Hopster was dat een aanleiding tot het schrijven van een boek met de veelbelovende titel ”Alles wat in dit boek staat is waar”.

Redeneertrucs zijn er genoeg. Een klassieker is: datgene aannemen wat ter discussie staat, waardoor de discussie vanzelf een andere wending krijgt. Deze staat bekend onder de term ”begging the question”. Nog eentje: een karikatuur maken van je tegenstander, en die vervolgens onderuit halen. Zo’n stropopredenering snoert een tegenstander effectief de mond. Of het spelen op de man, in plaats van op de bal: het ”argumentum ad hominem”.

De auteurs vragen zich af waarom deze argumenten nog steeds volop in gebruik zijn, al deugen ze niet. „Gewoon omdat we hardleers zijn en de verleiding niet kunnen weerstaan? In werkelijkheid zijn denkfouten zelden een kwestie van zwart of wit, van helemaal correct of totaal foutief.” Zo kan het ”argumentum ad hominem” volgens hen wel geldig zijn als de persoon in kwestie zich ongeloofwaardig heeft gemaakt. Maar komt daar dan geen persoonlijke voorkeur bij om de hoek kijken?

Een voorbeeld van een veelgemaakte vergissing is de democratische drogreden: de meerderheid bepaalt de waarheid. Maar eenstemmigheid impliceert niet per se het gelijk van de massa. Dat betekent natuurlijk niet dat de meerderheid geen gelijk kán hebben.

Voor een aantal drogredenen bedachten de auteurs een eigen term. Zo zou het klimaat zich voordurend op een kantelpunt bevinden. Ze noemen dat ”keerpuntitis”. „Je vraagt je af: wanneer is het ooit niet twee voor twaalf?” De keerzijde is ”struisvogeldenken”: menen dat onzekerheden in de klimaatdiscussie reden zijn om „je kop in het zand te steken.”

Op een glibberig pad begeven Boudry en Hopster zich wanneer zij het zogeheten demarcatieprobleem aan de orde stellen: waar ligt de scheidslijn tussen wetenschap en pseudowetenschap? Dat blijkt soms een kwestie van voorkeur. In tegenstelling tot wat wetenschapsfilosoof Peter Kroes (TU Delft) schreef, menen ze bijvoorbeeld dat het creationisme tot de pseudowetenschap behoort. Bezondigen de auteurs zich hier aan de drogreden van ”de eigen smaak”?

Deze kwestie wijst een zwak punt aan in het vlot geschreven boek: als een objectieve norm ontbreekt, verheft het subject (de auteur) zichzelf tot norm. Niet alleen bij het demarcatieprobleem, maar ook om te bepalen of een drogreden acceptabel is of niet. Misschien is de onderkop ”en andere denkfouten” meer waar dan de auteurs zelf vermoeden.

Boekgegevens

Alles wat in dit boek staat is waar. En andere denkfouten, Maarten Boudry en Jeroen Hopster; Pelckmans uitgevers Polis; 216 blz.; € 20,-