Recensie: Psalmcomposities van Gerard de Wit
Dit is de Nederlandse Johann Ludwig Krebs, dacht ik toen ik de nieuwste cd van Gerard de Wit beluisterde, waarop diens eigen psalmcomposities voor koor en orgel klinken. Na cd’s uit Leeuwarden (2011), Zutphen (2013) en Harlingen (2016) is er dan nu zijn vierde cd op het onvolprezen Hinszorgel in de Bovenkerk in Kampen.
Het is wat je van De Wit kunt verwachten: psalmbewerkingen in 18e-eeuwse stijl. Ik val maar meteen met de deur in huis: het is vakmanschap van de bovenste plank. Hier in Kampen klinken de Psalmen 46, 32, 101, 130, 122, 21, 92 (”’t Voorbedachte lied”), 100, 47 en 148. De Wit heeft ze in alle mogelijke vormen gecomponeerd en speelt ze op de Kamper Hinsz met zo’n immense ”spielfreudigkeit”, dat je op het puntje van je stoel zit.
Eerlijk gezegd, soms een beetje over de top. Bij de voortvarendheid waarmee Psalm 101 klinkt houd je je hart vast. Maar het komt goed. De wat overdadige trillers waarmee De Wit strooit kunnen wat mij betreft een onsje minder.
De psalmen, in de berijming van 1773, worden onder leiding van De Wit gezongen door het Dutch Baroque Vocal Consort in de vorm van een koraal of een motet. Aria en arioso komen zo weggelopen uit de cantates van Bach. De zangers worden ondersteund door musici op luit, cello, blokfluit en regaal.
Wat De Wit hier laat horen is van topklasse.
’t Voorbedachte lied – Psalmcomposities voor koor en orgel, Volume 4 – Gerard de Wit; Dutch Baroque Records; € 18,95; bestellen: dutchbaroquerecords.nl