Het voorjaarslied van de stad: de paardenkastanje
Ogier van Boesbeeck, de gezant van keizer Ferdinand I (1503-1564) in Constantinopel, wist wat mooi was. Hij bracht de tulp, de sering en de wilde kastanje naar Nederland.
Begin mei pronken veel kastanjebomen met hun feestelijke schoonheid. Een dichter noemt de boom „het voorjaarslied van de stad.” Opvallend zijn de trossen witte bloemen, net kaarsen. Hommels bezoeken de bloempjes met rode honingmerken. Hieruit groeien de bolsters, die later door kinderen zullen worden verzameld.
Hoe is de naam paardenkastanje te verklaren? Paarden lusten geen bitter smakende kastanjes. Wel laat de bladsteel na het afvallen een hoefijzervormig litteken op de tak achter. De Latijnse naam luidt Aesculus hippocastanum en veronderstelt een relatie met het concours hippique.