Vermeers huiselijke wereld ontrafeld
Op twee schilderijen van de Delftse meester Johannes Vermeer staat, onopvallend, een sieradenkistje. Donker hout, rijk beslagen. Waar kwam dat toch vandaan? Hoe belandde het in Vermeers atelier? Voor dr. Alexandra van Dongen is zo’n vraag geen bijzaak, maar het begin van een speurtocht.

Vermeer hield van het alledaagse: een vrouw die kantklost, een meisje dat een brief leest, een bouwkundige met passer, een dienstmeid die melk schenkt. Zelfs Bijbelse of mythologische voorstellingen plaatste hij in een zeventiende-eeuws interieur. Intieme kamers, vol huisraad: een schenkkan, een marktemmer, een lampetkan, een kookpot. Op het eerste gezicht slechts stoffering. Maar wie beter kijkt, ontdekt dat juist die voorwerpen een wereld openen.
Van Dongen, conservator bij Museum Boijmans Van Beuningen, raakte al vroeg gefascineerd door zulke ogenschijnlijk onbetekenende details. Haar leermeester Alma Ruempol wakkerde die belangstelling aan. Wat voor object is dit, waar werd het gemaakt, wie gebruikte het? En hoe kwam het in het atelier van de schilder?
In 2011 startte zij het ALMA-project, waarin schilderijen van Van Eyck tot Van Gogh systematisch werden onderzocht. Kunsthistorici werkten samen met kenners van keramiek, zilver en glas, met archeologen en archivarissen. Inventarislijsten van nalatenschappen werden doorgespit. Zo groeide een internationaal netwerk dat het schilderij als het ware van binnenuit leerde lezen. Eerder verscheen al ”Dichter bij Vincent”; nu ligt haar boek ”De tastbare wereld van Johannes Vermeer” in de winkel.
Juwelenkistje

Het beslagen juwelenkistje is een treffend voorbeeld van haar aanpak. Vermoed werd dat het ebbenhouten kistje niet uit de Republiek stamde, maar uit Indo-Aziatisch gebied afkomstig was. Op Vermeers inventarislijst werd wel een kistje genoemd, maar of het om dit exemplaar ging, bleef onzeker. Lange tijd was geen vergelijkbaar stuk bekend. Tot kunsthandelaar Dickie Zebregs in een museum in het Portugese Porto een soortgelijk kistje ontdekte. Het werd daar aangeduid als Indo-Portugees, vervaardigd aan de westkust van India, in Cochin. Maar hoe kwam zo’n kostbaar object in Delft terecht?
Vermeers belangrijkste opdrachtgever was Maria de Knuijt, dochter van een welgestelde textielhandelaar. Zij ondersteunde de schilder financieel en liet hem zelfs een legaat na. In haar nalatenschap bevonden zich aandelen van de Verenigde Oostindische Compagnie. Deze compagnie had de Portugezen uit Cochin verdreven en beheerste de handel. Het ligt voor de hand dat het kistje via die handelsroute in haar bezit kwam. Of Vermeer het leende of geschonken kreeg, weten we niet. Maar het voorwerp krijgt zo een geschiedenis die verder reikt dan het schilderij.
Van Dongen keek naar zeventiende-eeuwse poppenhuizen om te achterhalen hoe een bezem er in die tijd uitzag
Ook een eenvoudige bezem kan vragen oproepen. Op ”Het gezicht op huizen in Delft” veegt een vrouw een steeg schoon. Wat voor bezems gebruikte men toen? Complete exemplaren zijn niet bewaard. Van Dongen keek daarom naar zeventiende-eeuwse poppenhuizen in het Rijksmuseum. In die miniatuurwerelden vond zij voorbeelden. Vergelijking met schilderijen van tijdgenoten, onder wie Pieter de Hooch, leverde aanvullende aanwijzingen op.
Hugenoten
In haar boek worden Vermeers schilderijen systematisch bekeken, met aandacht voor elk afgebeeld voorwerp. De kookpot van ”Het Melkmeisje” blijkt afkomstig uit een pottenbakkerij in het Brabantse Oosterhout. De messing marktemmer aan de muur is van Vlaamse herkomst, vermoedelijk meegebracht door hugenoten die zich in de Noordelijke Nederlanden vestigden. Het schilderij blijkt een knooppunt van handelslijnen en migratiestromen.
Die kennis helpt ook bij het ontmaskeren van vervalsingen. Het schilderij ”De Emmaüsgangers”, ooit vol overtuiging aan Vermeer toegeschreven, bleek van de hand van meestervervalser Han van Meegeren. Met de huidige inzichten zou de fout sneller zijn ontdekt. Van Meegeren schilderde drinkglazen van het type berkenmeier, maar gebruikte –zonder het te beseffen– negentiende-eeuwse replica’s. Het detail verried de vervalsing.
Wie Van Dongens boek leest, leert anders kijken. De kleine dingen spreken. Zij vertellen over handel en huiselijkheid, over rijkdom en eenvoud, over het leven van alledag in de zeventiende eeuw. Na voltooiing van dit onderzoek richt Van Dongen haar blik op het werk van Paul Cézanne. In 2028 zal in Museum Boijmans Van Beuningen een tentoonstelling worden ingericht rond haar bevindingen. Zo gaat het speuren verder – van bezem tot juwelenkistje, van Delft tot ver daarbuiten.

De tastbare wereld van Johannes Vermeer. Huisraad als schildersmodel
Alexandra van Dongen
uitg. Sterck & De Vreese
280 blz.
€ 29,90
Vond u dit artikel nuttig?
Gerelateerd nieuws
- Meer over
- Boekrecensies
- Historie
- Kunst en Cultuur






