Cultuur & boekenRecensie

Youngadultboek ”De bron” brengt oude verhalen in een klimaatbewust jasje

In ”De bron” blaast Marco Kunst deze verhalen nieuw leven in. Het resultaat is een prachtig boek voor wie van oude mythen houdt. Helaas gooit hij wel alle ontstaansverhalen –inclusief die uit de Bijbel– op één hoop.

Tekening van een kathedraal van bomen waardoorheen zonlicht valt. Er zijn twee silhouetten van mensen te zien. 
beeld Djenné Fila

”De bron” begint op een regenachtige Turkse hoogvlakte, vol met schotelantennes voor wifi en grote voertuigen voor graafwerkzaamheden. Nour is meegereisd met haar ouders, die als ingenieur op zoek zijn naar „stenen, of wat het ook zijn waar mijn ouders zo druk over doen”. Nour zoekt niet naar stenen. Zij gaat mee voor de stem die haar riep, nog voor vertrek. Terwijl haar ouders druk bezig zijn met proefboringen, vindt Nour iets heel anders.

Een geitenjongen wijst haar de weg naar de stem die ze hoorde, naar de stokoude, doodzieke Gaia. Zij blijkt een godin die de aarde symboliseert en in talloze oerverhalen voorkomt. In vogelvlucht laat ze zien hoe de wereld de laatste paar honderd jaar is veranderd: vlaktes vol omgehakte bomen, stinkende lucht vol chemicaliën, oevers bezaaid met afval. Door toedoen van mensen wordt Gaia steeds zwakker. Daarom vraagt ze Nour om water met levenskracht uit de bron te halen. Onderweg krijgt Nour opdrachten om te laten zien wie ze echt is, of mensen echt „voorgoed een muur hebben gebouwd, tussen zichzelf en de natuur”. Gelukkig mag geitenhoeder Omar mee.

In ”De macht van Algas” en ”Vuile handen” schreef Marco Kunst al eerder over de gevolgen van klimaatverandering. In ”De bron” doet hij dat weer, nu door oude mythen en vertellingen. Dat begint bij de ontmoeting met Gaia. Maar zij is niet de enige: onderweg naar de bron komen Nour en Omar in mythen van over de hele wereld terecht.

De weg naar de bron leidt langs de droomliederen van de Australische Aboriginals, naar oude paardenvolken uit Kazachstan, door het labyrint met de Minotaurus uit de Griekse mythologie. Er klinken verhalen over Zeus, Gilgamesj en Freya. En in elk verhaal moet Nour de juiste keuze maken. Uiteindelijk komen Nour en Omar zelfs in de hof van Eden terecht. Nour, hoewel ze het verhaal kent, begint zich te vervelen en plukt de vrucht van de verboden boom. Ze heeft de slang daarvoor niet eens nodig.

Hier blijkt duidelijk dat Kunst alle ontstaansverhalen van gelijke waarde acht. Een God Die het goede met de mens voorheeft, komt in zijn boek niet voor. De goden uit de verhalen blijken menselijk van karakter: „Geen enkele god is volledig goed of slecht. Ze hebben de eeuwigheid… vervelen zich, en daarom spelen ze met ons.”

De Noorse sagen brengen in beeld hoe verleidelijk het kwaad kan zijn

Waarom dan toch deze verhalen lezen, als ze zo’n godsbeeld laten zien? Nour ontdekt dat er diepe waarheden in liggen: de Griekse mythe van de Minotaurus leert belangrijke lessen over het innerlijke beest in elk mens, de Noorse sagen brengen in beeld hoe verleidelijk het kwaad kan zijn. Die lessen zijn waardevol en ze geven inzicht in de plaats en tijd waar ze zijn ontstaan. Daarnaast is het voor de lezer interessant om de overeenkomsten tussen mythen en de Bijbel te zien: ook in de Scandinavische mythologie is er sprake van een levensboom, de Yggdrasil, en de zondvloed komt ook terug in de geschiedenis van Gilgamesj.

Maar meer nog doen de verhalen verlangen naar het grote verhaal. De mythes in het boek zijn een vage glinstering van goddelijke waarheid in de menselijke verbeelding, zoals C.S. Lewis zegt in zijn essay ”Myth became fact”: „Het hart van het christendom is een mythe die ook een feit is. (…) De oude mythe van de stervende god wordt werkelijkheid op een specifieke datum, op een specifieke plaats, gevolgd door duidelijke historische consequenties.”

Boekomslag van ”De Bron”, een slapend hoofd met een slang, kraaien en mensfiguren eromheen.

De Bron

Marco Kunst

uitg. Lemniscaat 

€ 18,99