RecensieBoekrecensie

Amerikanen in een Drents boerendorp na de oorlog

Een unicum: dat was het onderzoek van twee Amerikaanse antropologen op het Drentse platteland begin jaren vijftig. Emiel Hakkenes schrijft erover in zijn jongste boek, ”Anderen”. Keek de CIA nauwlettend over hun schouders mee?

Zwart-witfoto van een goedgekleed echtpaar bij een boer die op het land bezig is om mest op een wagen te scheppen.
Februari 1952. John en Dorothy Keur in gesprek met een boer in Anderen. beeld Collectie Groninger Archieven

Trouwjournalist Emiel Hakkenes (1977) publiceerde al meerdere titels. Zo beschreef hij in ”Polderkoorts” (2017) hoe de Zuiderzee verdween. Met ”En het brandde als een fakkel” (2024) won hij de prijs voor het Beste Groninger Boek. Nu is er dit boek over ”Anderen”.

Het is een mooie titel voor een boek over antropologen, al is de titel minder diepzinnig dan hij lijkt. Anderen is namelijk simpelweg de naam van het boerengehucht waar de Amerikaanse wetenschappers John en Dorothy Keur in de jaren vijftig van de vorige eeuw besloten hun veldwerk te gaan verrichten.

Behalve over dit dorp gaat het boek over nog heel veel andere onderwerpen. Zo bespreekt Hakkenes ook de ontwikkeling van de sociale en vooral antropologische wetenschap in de Verenigde Staten. Hakkenes noemt veel namen, onderzoekers en projecten, waardoor het soms lastig is om eruit te halen wat de belangrijkste verhaallijnen zijn.

Onderduikhol

Anderen is een dorpje op het Drentse platteland met slechts zestig huizen, zonder kerk maar wel met een sterk gemeenschapsbesef. En met een grote voormalige NSB-aanhang die ook na de oorlog nog voor verdeeldheid zorgde.

Op het arme platteland was de steun voor de NSB overweldigend

Op het arme platteland was de steun voor de NSB overweldigend: bijna driekwart van de stemmers koos bij de Provinciale Statenverkiezingen van 1935 voor deze partij. De nummer 4 op de lijst voor de Tweede Kamer was een boer uit gemeente Anloo, de gemeente waartoe het dorpje Anderen behoort.

Verzet was er echter ook in de regio: een paar kilometer buiten Anderen ontdekten de bezetters in september 1944 een onderduikhol. Wat maakte dat mensen voor de NSB of juist voor verzet kozen? En zou dat gedrag te beïnvloeden zijn? Dat zijn vragen die de Amerikaanse antropologen interesseerden – al zijn ze bij die vraagkeus wel een handje geholpen door hun Amerikaanse begeleider, Margaret Mead.

De Keurs kozen voor Anderen vanwege aanbevelingen uit hun netwerk, zo maakt Hakkenes op een mooie manier zichtbaar. Margaret Mead bracht hen in contact met een Nederlandse hoogleraar in Groningen die familie had in de buurt van Anderen. Netwerk is alles, zo blijkt steeds weer in dit boek. Ook voor Hakkenes zelf zit er een persoonlijk element aan dit verhaal: hij groeide op op het Drentse platteland, in het tot woonhuis verbouwde postkantoor waar Dorothy Keur haar eerste brief naar Margaret Mead op de bus deed.

Tegendraads

De Tweede Wereldoorlog bracht een grote verandering voor antropologen. Plots bleek kennis van andere culturen een zaak van landsbelang. Antropologen konden diplomaten adviseren hoe zij het beste konden communiceren met autoriteiten overzee en over de vraag welk propagandamateriaal het best zou aanslaan. Hakkenes schetst hoe antropologen, met Margaret Mead voorop, hun wetenschappelijke distantie opgaven voor activisme.

„Geen land in Europa waakt zo angstvallig over zijn morele gelijk als Holland”

Citaat uit Amerikaans rapport over Nederland

Uiteindelijk zou bijna de helft van de Amerikaanse antropologen vanwege de oorlog in overheidsdienst treden. Het leger vroeg hun om typeringen van de bevolking van de gebieden die zij wilde bevrijden. „Geen land in Europa waakt zo angstvallig over zijn morele gelijk als Holland”, zo staat er te lezen in een antropologisch rapport over Nederland. „Het zou goed zijn niet te riskeren hun tegendraadsheid te prikkelen.”

De aanbeveling in het rapport is toegesneden op het belang dat Nederlanders aan huiselijke gezelligheid hechten: „In het pamflet voor de Nederlanders kunnen we de nadruk leggen op het thema dat de Amerikaanse soldaat in Holland heimwee heeft en het zonder moeder moet stellen; er bestaat een goede kans dat dit thema gunstig ontvangen wordt.”

Margaret Mead is een tijdlang tot over haar oren betrokken bij de Amerikaanse inlichtingendienst CIA, waarschijnlijk zonder dat de Keurs zich dat realiseerden. Zonder dat zij het doorhadden, probeerde Mead te sturen op hun vraagkeuze in het onderzoek in Nederland. De CIA heeft namelijk interesse gekregen in Nederland en zijn denkwijze; vanwege het verlenen van de Marshallhulp, maar ook om inzicht te krijgen in hoe mensen zijn te beïnvloeden. Dat laatste zou men goed kunnen gebruiken in de strijd tegen het communisme, die begin jaren vijftig in volle gang is, zowel in de Verenigde Staten als wereldwijd.

Langzaam en ongemerkt

De Keurs onderzochten daarom dus ook waarom de bevolking van Anderen zo massaal achter de NSB aanliep. „Langzaam en ongemerkt”, zo vertelde een oude boer hun. In de dertiger jaren was de boerenbond op het Drentse platteland al geïnfiltreerd en overgenomen door de NSB. Velen zagen dat echter niet en bleven daarom lid. Veel diepgaander zijn de observaties niet – want ondanks de suggesties van Mead valt op dat de Keurs zich vooral richtten op het alledaagse leven in het dorpje. Mogelijk is de lange arm van de Amerikanen op het Drentse platteland toch iets dunner dan de ondertitel en de flaptekst van het boek doen vermoeden.

De Keurs richtten zich vooral op typisch antropologische onderwerpen als hoe verjaardagen worden gevierd, wie men uitnodigt, wat men bespreekt, hoe men gekleed gaat. Anders dan in Amerika was autobezit hier nog een ongekende luxe, reed er nog geen geregeld openbaar vervoer, waren vrouwelijke bestuurders een zeldzaamheid en waren gezinnen voor het grootste deel zelfvoorzienend.

De Amerikanen bleven maandenlang in het dorp, bezochten dorpsbijeenkomsten, een bruiloft en een begrafenis en noteerden tot in detail hoe deze verliepen. Dat leverde vooral mooie inkijkjes op in het dagelijks dorpsleven in de jaren vijftig op het Drentse platteland, naast een eerste interessante kennismaking met de ontwikkeling van de Amerikaanse antropologische wetenschap en haar verhouding tot de overheid.

Boekomslag met zwart-witfoto van een groep mensen in boerenkleding. Op de voorgrond staan vooral kinderen.

Anderen. Een Drents dorp, de Koude Oorlog en de lange arm van de CIA

Emiel Hakkenes

uitg. Alfabet

288 blz.

€ 24,99