Cultuur & boekenRecensie

Nazi’s roofden muzikaal erfgoed om Joodse cultuur weg te vagen

De nazi’s roofden tijdens de Tweede Wereldoorlog overal in Europa muzikaal erfgoed. Voor eigen gewin, maar ook om de Joodse cultuur weg te vagen, zegt de Zweedse journalist Anders Rydell in ”Gestolen muziek”.

Een foto van de achterkant van een cello.
beeld RD

Oorlogen worden uitgevochten op verschillende niveaus. Met een overmacht aan manschappen, bommen en granaten kan de tegenstander op de knieën gedwongen worden. De nazi’s waren daar aanvankelijk zeer succesvol in. Maar wil je de tegenstander totaal onder de voet lopen, dan zul je daarnaast het onderwijs, het bestuur en de cultuur uit de weg moeten ruimen.

Ook in deze uitroeiingspolitiek waren de nazi’s zeer bedreven. Symbolen, monumenten, universiteiten, musea en kerkelijke instellingen werden vernield of geplunderd. Gebouwen en straten kregen nieuwe namen. Kunstenaars, musici en schrijvers verdwenen plotseling, werden ontvoerd, gedeporteerd of vermoord.

De culturele uitroeiingspolitiek begon al op de kleuterschool. Want, zo zagen de nazipedagogen, dan werkt de propaganda het sterkst. Niet voor niets speelde koorzang een grote rol bij de Hitlerjugend en werd de nazi-jeugd ‘bewapend’ met hoorns, trompetten en trommels.

Maar ook tot diep in de concentratiekampen klonk muziek als soundtrack bij de brute moordmachinerie. Enerzijds zorgde een kamporkest, gevormd uit gevangenen, voor discipline en een soort alledaagsheid. Sadistisch genoeg begeleidden diezelfde muzikanten hun medegevangenen op weg naar de gaskamers.

Gids bij het plunderen

Muziekwetenschapper en nazi-ideoloog Herbert Gerigk kreeg van Hitler via een decreet de opdracht om alle belangrijke cultuurvoorwerpen in de bezette gebieden in beslag te nemen. Gerigk was hierop goed voorbereid. Hij schreef eerder al een sterk antisemitisch lexicon over Joden in de muziek. Dat kon uitstekend dienstdoen als gids bij het plunderen. Want als er iets uitgewist moest worden, dan was het wel de (vermeende) Joodse invloed op de Europese cultuur.

Maar de jacht ging verder. Naast het wissen van de Joodse cultuur hadden de nazi’s nog een doel: het verzamelen van westerse kunstschatten. Hitler wilde een Führermuseum oprichten waarin de belangrijkste westerse kunstwerken in volle glorie tentoongesteld zouden worden. Jarenlang kwamen wagonladingen vol schatten aan in Berlijn met violen, piano’s, fluiten, boeken, brieven, manuscripten en composities.

In 1945 sjouwden de nazi’s, die op de hielen werden gezeten door de geallieerden, de kunstcollecties angstvallig in houten kisten van kasteel naar kasteel. Na de oorlog namen de Russen de strategie van de nazi’s over: veel buitgemaakte kunst werd op de trein gezet richting Moskou. De meeste instrumenten en partituren zijn weer terecht, maar veel is nog steeds verdwenen. Soms duikt er iets op, maar met de huidige ontwikkelingen rond Oekraïne neemt de kans daarop alleen maar af.

Boekenplunderaars

Rydell volgde in een eerder boek over verdwenen Europese bibliotheken al het spoor van boekenplunderaars. Van dat ene boek kwam het andere, want hij stuitte eveneens op geschonden muziekcollecties van meesterpianist Arthur Rubinstein, componist Darius Milhaud en klaveciniste Wanda Landowska. Aanvankelijk lijkt het lot van dit trio het boek ”Gestolen muziek” te dragen, maar gaandeweg weet Rydell wel erg veel andere thema’s en lotgevallen op te voeren. Dat maakt het relaas compleet, maar soms ook wat onoverzichtelijk. De journalist en de schrijver Rydell strijden voortdurend om voorrang.

Boekomslag met zwart-witte illustratie van een cello. Het instrument is een keer van de zijkant te zien en een keer van de achterkant.

Gestolen muziek

Anders Rydell

uitg. Atlas Contact

286 blz.

€ 24,99