Cultuur & boekenColumn

Stille Zaterdag: een feestdag voor beschadigde mensen

Stille Zaterdag is een verwaarloosd kind. Hij zit klem tussen vier kerkdiensten en krijgt amper aandacht. Als een kip zonder kop rennen we van de supermarkt naar het laatste paasconcert, om zondagmorgen op ons paasbest in de kerk te verschijnen. Maar Stille Zaterdag is een volwaardige feestdag. Een feestdag voor beschadigde mensen.

Laatst zag ik een man die zoutzuur in zijn gezicht had gekregen. Het was alsof hij een masker droeg. Zijn ogen keken door twee kleine openingen die in zijn gezicht uitgespaard waren gebleven. Er was geen mimiek, alleen een stem waarmee hij monotoon zijn verhaal vertelde. De pijn was ongelooflijk geweest. Hij kan er maar geen woorden voor vinden. Nu is zijn gezicht ongevoelig geworden voor aanraking. Of je er je nagels overheen haalt of de huid met je vingertoppen streelt, het maakt niet uit.

Geen woorden vinden en geen aanraking voelen. Opgesloten zitten in de gevangenis van je eigen onvermogen. Die mensen kom ik regelmatig tegen. Het zuur heeft niet hun gezicht, maar hun hart aangetast. Soms door de grote zoutzuurgolf van één traumatische gebeurtenis, maar het kunnen ook gestaag vallende zoutzure druppels zijn. Van je had er eigenlijk niet moeten zijn, je bent nergens goed voor dan voor seks, je deugt niet, je bent niet welkom. De huid van het hart wordt strak en ondoordringbaar.

Stille Zaterdag is de dag voor mensen die niet kunnen voelen of geloven

Hechten aan mensen is dan al heel moeilijk, maar hechten aan God onmogelijk. De enige troost kan niet doordringen. Het hart kan niet voelen, niet huilen, niet vertrouwen. Binnenin leven de pijn, de eenzaamheid en het verlangen, maar wie kan erbij komen?

Is er een Evangelie voor beschadigde mensen? Die vraag sjouw ik steeds vaker mee de kerk in. Hangt de ruif laag genoeg, zodat zij er ook bij kunnen? Mag je ook komen met een hart van steen, met leegte, met opstandigheid, zwijgen en droge ogen in plaats van met tranen, ootmoed en schuldbesef?

Het interview met Zacharias Klaasse (RDM 28-3) brengt me bij ds. J.W. Kersten, en bij diens Stille Zaterdagpreek in een verschoten blauwlinnen boekje: ”De lijdende Middelaar”. Daar vind ik het: Evangelie voor mensen die niets meer voelen. Slaapwandelaars, noemt Kersten ze, het groepje dat bij het graf van Jezus zit. Het is net of alles buiten hen om gaat. Ze klagen, zingen of hopen niet meer. „De hele vrome santenkraam ligt in het graf.”

Dit is de dag voor mensen die niet kunnen voelen of geloven. Roem vandaag in je onvermogen. Hef je (getekende) hart en gezicht op naar het licht. Meer hoef je niet te doen. Christus leed, stierf en stond op. Voor kippen zonder kop, slaapwandelaars en beschadigde mensen in het bijzonder.