Prof. Kater: Geloven met het hart heeft vaste grond onder de voeten
Er is geen levend geloof zonder ervaring, maar je gelooft niet in je ervaring. Geloven dat je een gelovige bent, is het anker in het ruim van het schip uitwerpen in plaats van overboord, buiten in het schip in vaste grond. Geloven is leven uit de Bron.

Emeritus hoogleraar praktische theologie Gerrit Immink blijft schrijven na zijn emeritaat. Na een stevige studie over het gebed, ”Bidden in het besef van Gods tegenwoordigheid” (2016), en over de preek, ”Over God gesproken. Preken in theorie en praktijk” (2018), keert hij eigenlijk terug naar het thema van zijn boek ”In God geloven” (2002). In zijn onderzoek heeft Immink ten diepste altijd het „geleefde geloof” voor ogen gehad. Zijn schrijftrant is helder, herkenbaar in stijl en qua inhoud.
Grondgedachte
Het christelijk geloof doet ertoe. Dat is de grondgedachte van zijn boek ”Onweerstaanbaar aangeraakt”, aldus de schrijver. „Ik ben ervan overtuigd dat een orthodox-christelijk geloofsleven ook in Nederland toekomst heeft.”
Het gaat over het geloof, of liever het geloven –want je krijgt het geloof niet in bezit–, hoe dat gestalte krijgt in een mensenleven. Je kunt daarbij kijken naar de buitenkant, maar het gaat er in dit boek om de binnenkant onder ogen te zien. „Een levensecht geloof heeft een bevindelijke dimensie. Hoewel het christelijk geloof een excentrische gerichtheid heeft, speelt het menselijke karakter van het geloof toch een uiterst belangrijke rol.” Het christelijk geloof bestaat immers niet alleen uit kennis en inzicht, maar ook uit gevoel en emotie (affectie), intentie en streven. „Men kan toch werkelijk geen kennis krijgen aan de overvloeiende stroom van lieflijkheid die God weggelegd heeft voor hen die Hem vrezen zonder er meteen diep door geraakt te worden en als zij eenmaal iemand geraakt heeft, trekt zij die helemaal naar zich toe en voert zij die mee” (Calvijn, ”Institutie” III, 2.41). Aanraking als kernwoord als het gaat om het geheim van het geloven, de mystieke unie met Christus.
Je bent als gelovige niet het middelpunt van het geloven
Dit boek voert in een tijd van toenemende religiositeit een hartstochtelijk pleidooi voor het voorwerp van het geloof, de drie-enige God zoals Hij Zich geopenbaard heeft in de geschiedenis van het heil en het Woord op schrift. Vandaar een verbinding tussen ”excentriciteit” –het heil buiten jezelf in Jezus Christus zoeken (avondmaalsformulier)– en innerlijkheid, Jezus Christus in ons. Voorheen klonken voor dit onderscheid vaak de woorden ”voorwerpelijk” en ”onderwerpelijk”. Vanwege het terecht gesignaleerde gevaar van een scheidingsdenken tussen zogenaamde objectieve kennis en subjectieve kennis kan men dan beter spreken over relationele kennis. Maar dan wel zo dat we wórden aangeraakt –zoals de titel zegt– en dat gebeurt van buitenaf. Dat is een tweede kernwoord: excentrisch. Je bent als gelovige niet het middelpunt van het geloven.
Wat komt er in deze studie aan de orde? Eerst wordt een schets gegeven van wat we onder ons innerlijke leven verstaan. Daarbij volgt Immink in het eerste hoofdstuk een route die hij vaker gegaan is en gaat: beginnend bij de stem van Calvijn (Luther ontbreekt) en dan via theologen van de Nadere Reformatie naar de ethisch-gereformeerde theologie in de 19e eeuw. Deze route volgt hij uitgebreider in een hoofdstuk over typeringen van het geloofsleven door stemmen uit de Nadere Reformatie (Taffin, Teellinck, Voetius, A Brakel, Schortinghuis) en ethisch-gereformeerde stemmen (La Saussaye, Gunning, Noordmans en Van Ruler). Leerzame doorkijkjes worden geboden. De balans tussen Christus voor ons en Christus in ons blijkt niet eenvoudig te zijn. Leven uit de beloften lijkt soms toch te gaan om het ‘op zak’ krijgen van de vervulling ervan door bijzondere ervaringen.
Nietzsche
Het gaat in de existentiële ontmoeting om de hoogspanning tussen Gods verhevenheid en Zijn nabijheid. Wie is de mens voor Gods aangezicht? Het antwoord op deze vraag wordt gegeven langs de weg van de mens als beeld van God en als de begeesterde mens. Bij dit laatste gaat het om het werk van God in de mens, waarbij de strijd tussen vlees en Geest onontkoombaar is. Een kernhoofdstuk gaat over ”mystieke waarneming”. Juist het aan het woord laten van Friedrich Nietzsche, die dergelijke waarnemingen naar het rijk der fabelen verwees, maakt dit hoofdstuk krachtiger. Een Godsontmoeting, waar een ”ik” en ”Gij” elkaar ontmoeten, is niet iets wat we zelf oproepen, maar een gebeuren dat zich aan ons en in ons voltrekt. God manifesteert Zichzelf, Hij presenteert Zichzelf onontkoombaar. Denk aan de Damascusontmoeting tussen de verhoogde Jezus en Saulus van Tarsen.
Ik blijf na het lezen nog wel met een paar dingen zitten. Waarom dat ”levensecht” in de ondertitel? Het heeft de betekenis van waarheidsgetrouw, werkelijkheidsgetrouw, maar ook van ”net echt” (maar dat is het dus niet). Bij het geschetste mensbeeld komt na het geschonken bestaan het geschonden bestaan aan de orde in allerlei aanvechtingen, moeiten en zorgen. Toch zou de radicaliteit van de genade aan kracht gewonnen hebben voor het herstelde bestaan, als daarin nadrukkelijker uitgegaan was van de rechtvaardiging van de goddeloze. In dat licht ontvangt het gedachtegoed van de theoloog Schleiermacher –die de toon gezet heeft voor veel praktische theologie– mijns inziens een te sympathieke behandeling.
Ten slotte. Ik snap niet dat de uitgever het boek de titel ”Excentrieke innerlijkheid” heeft geweigerd. Het zou de kortste en kernachtige weergave zijn van de inhoud van dit boek. Ik wens dit boek in vele handen. Als studiekringen een fundamenteel boek willen bestuderen, laten ze dan dankbaar gebruikmaken van deze gerijpte pennenvrucht.

Onweerstaanbaar aangeraakt. Levensecht geloven in een postchristelijke tijd
Gerrit Immink
uitg. KokBoekencentrum
336 blz.
€ 22,99
Vond u dit artikel nuttig?
Gerelateerd nieuws
- Meer over
- Recensies
- Boekrecensies







