Grens trekken bij speelfilms juist begín van gesprek met jongeren
In haar reactie op het interview over mijn boekje ”Niet te filmen” lijkt Tabitha van Krimpen te suggereren dat het stellen van een duidelijke grens het gesprek doet verstommen. Terwijl ik juist een vurig pleidooi voer voor een goed gesprek over bewust mediagebruik.

Met een gevoel van dankbaarheid én een beetje pijn heb ik het opinieartikel (RD 25-9) van Van Krimpen gelezen. Dat het gesprek op gang komt, is precies mijn bedoeling met het boekje en ook het doel van stichting YONA. Van gedachteloos naar bewust mediagebruik: daarin vinden we elkaar. Ook de oproep om kritisch naar sociale media te kijken, steun ik van harte. Weet dat mijn zorgen op dat vlak minstens zo groot zijn.
Een grens trekken bij speelfilms is voor Van Krimpen –en anderen uit de christelijke filmwereld– duidelijk een te stellige uitspraak. Laat ik allereerst helder maken dat ik deze uitspraak doe in het kader van de reformatorische gezindte, waarin ik leef en werk. Daar zie ik zoveel gedachteloos mediagebruik dat alles in mij roept om deze grens op grond van Gods Woord en de historische bronnen te trekken.
Een ex-alcoholist wist dat hij zijn leven lang uit de buurt van alcohol moest blijven
Is het niet onrealistisch gedacht om jongeren van de speelfilm af te houden? Misschien wel. Maar ik denk dat het minstens zo onrealistisch is om te denken dat jongeren en ouderen naar zogeheten ”goede” speelfilms grijpen. De recent verschenen RD-video waarin jongeren op het kijken naar films reageren, lijkt dit te bevestigen.
Wellicht zit hier een verschil in visie op het hart van de mens. De Heere Jezus is glashelder als Hij in Mattheüs 15:19 opsomt wat er allemaal uit voortkomt: boze bedenkingen, doodslagen, overspelen, hoererijen, dieverijen, valse getuigenissen, lasteringen... Zaken die in een groot deel van speelfilms naar voren komen en daarom zo’n aansluiting vinden bij ons hart, zelfs na ontvangen genade. Is dat geen reden tot een duidelijk ”nee” tegen dit medium? Ik denk hierbij aan een kennis die alcoholist was en afstand kon doen van zijn verslaving. Maar hij wist dat hij zijn leven lang uit de buurt van alcohol moest blijven.
Failliet
Van Krimpen schrijft dat er door middel van het kijken naar een speelfilm goede dingen te leren zijn voor jongeren. Zelfs geestelijke dingen. Maar als we in onze gezindte dit medium nodig hebben om onze kinderen en jongeren geestelijke zaken, empathisch vermogen en hogere waarden en normen aan te leren, zie ik dat als het failliet van onze gezinnen, scholen en kerken. Dan wordt het nóg meer tijd om als opvoeders en geestelijk leiders te wenen bij het altaar (Joël 2).
God eist dat we grenzen aangeven op grond van Zijn Woord
Een verdere discussie over de film als mogelijke kunstvorm laat ik graag aan deskundigen over. Onze wegen gaan duidelijk uiteen als het gaat om de speelfilm als geschikt medium. Voor de argumentatie hiervoor verwijs ik naar ”Niet te filmen”.
Begin van gesprek
Dan de twee aannames die Van Krimpen in haar artikel doet. Allereerst lijkt ze te suggereren dat het stellen van een duidelijke grens het gesprek doet verstommen. Dat spreek ik met klem tegen. Dat dit in gezinnen soms wel gebeurt, is triest. Maar een regel of afspraak neerleggen is in mijn ogen juist het begín van een gesprek. In liefde, met een luisterend oor. Niet met de verwachting dat je jongeren en kinderen binnen die grens houdt. Dat kun je als opvoeder niet en ten diepste is dat Gods werk. Maar deze God eist dat we grenzen aangeven op grond van Zijn Woord. Denk aan de eerste verzen uit Deuteronomium 6.
Aurelius Augustinus heeft zich fel gekeerd tegen toneelspel in zijn tijd
Bij het toestaan van speelfilms in de gereformeerde gezindte zal het gesprek in de praktijk allereerst gaan over wat net wel en wat net niet kan. Dat lijkt me zeer onvruchtbaar. Laten we juist met onze kinderen en jongeren spreken over hoe goed het is om de Heere te dienen. Om door genade onszelf te verloochenen en vreemdeling te zijn op deze aarde. Spreken over het geloof is spreken over niet-zichtbare zaken, die een grotere werkelijkheid zijn dan de schijnwerkelijkheid van de filmwereld.
Strijd
Van Krimpen doet het daarnaast voorkomen dat een afwijzende houding een ”makkelijke weg” is. Die woorden doen pijn. Voor mezelf vind ik dat niet erg, maar wel voor al die jongeren, jongvolwassenen en ouders die weten hoe moeilijk het is om elke dag opnieuw de strijd aan te gaan tegen de begeerlijkheid van het vlees, de begeerlijkheid van de ogen en de grootsheid van het leven (1 Johannes 2:16). Dat ís geen gemakkelijke weg. Dat is een strijdend, zelfs stervend leven aan je verdorven, goddeloze ik. Paulus spreekt zelfs over een gekruisigd leven (Galaten 2).
Juist vanuit deze Bijbelse lijn heeft Aurelius Augustinus (354-430) zich fel gekeerd tegen toneelspel in zijn tijd. Ik beroep me daarom met vrijmoedigheid ook op deze vroege kerkvader als het gaat over het stellen van duidelijke grenzen. Ons verdorven hart (nogmaals: ook na ontvangen genade) heeft die blijkbaar nodig.
De auteur is directeur van de Jeugdbond Gereformeerde Gemeenten, lid van de kerngroep van stichting YONA en auteur van ”Niet te filmen”.
Vond u dit artikel nuttig?
Gerelateerd nieuws
- Meer over
- Jongeren en media







