À Brakels ”Redelijke Godsdienst” biedt brood voor het hart

A Brakel
W. B. Kranendonk van uitgeverij De Banier (l.) overhandigt het eerste exemplaar aan hertaler Jasper Stam (op de voorgrond) en prof. dr. W. van Vlastuin. Beeld Niek Stam Niek Stam
13

Hoe komt het dat „oude schrijvers” nog altijd aftrek vinden? Ds. W. Visscher wierp die vraag donderdag op tijdens een thema-avond over Wilhelmus à Brakel (1635-1711) in Amersfoort. „Hier is brood voor het hart.”

Aanleiding tot de bijeenkomst, in de kapel van het Hoornbeeck College, vormde de totstandkoming van deel 1A van een hertaling van à Brakels ”Redelijke godsdienst”. Het gaat om een project van de Apeldoornse uitgeverij De Banier. Hertaler is Jasper J. Stam uit Kampen.

Waarom een hertaalde editie? Is dat geen verlies? „Toen we met het hertalen van oude schrijvers begonnen, klonken die vragen ook”, zei W. B. Kranendonk van De Banier. „Maar er blijkt écht behoefte aan te bestaan. Van de hertaling van Comries ”Eigenschappen” zijn in korte tijd drie drukken verschenen; van zijn ”ABC des geloofs” twee. Dat zegt iets. Er is behoefte aan werken als deze, als ze maar leesbaar zijn – en bijvoorbeeld de ellenlange zinnen van tien, twaalf regels in stukjes geknipt worden.”

Die lange zinnen bleven ook het bezwaar bij de herziene uitgave van de ”Redelijke godsdienst” die De Banier acht jaar geleden het licht deed zien. Kranendonk: „Daarin waren vooral wat bomen in het bos gekapt, de ”den”-nen en de ”des”-jes. Des was veranderd in ”van de”, bijvoorbeeld.”

Een hertaling is echter „niets anders dan een vertaling van een boek”, schrijft Stam in een verantwoording, „maar dan vanuit een verouderde versie van een taal naar een moderne versie van dezelfde taal.” „Monnikenwerk”, aldus Kranendonk.

A Brakels magnum opus bestaat uit drie delen, waarbij het eerste deel 1100 bladzijden omvat. De hertaling hiervan verschijnt om die reden in twee banden. Deel 1B komt, zoals het er nu uitziet, later dit jaar uit; deel 2 volgend jaar. Deel 3 wordt niet hertaald. „Daarin geeft Brakel een nogal gedetailleerde, wat chiliastische verklaring van het boek Openbaring. We denken dat daar minder behoefte aan is.”

Geheim

A Brakel wordt nogal eens gewoon Brakel genoemd. „Maar dat à’tje hoort er echt bij”, zei Stam. „Het is eigenlijk Van Brakel, verlatiniseerd tot à Brakel. Het zou dus hetzelfde zijn als dat we prof. Van Vlastuin prof. Vlastuin zouden gaan noemen.” Prof. dr. W. van Vlastuin, hoogleraar spiritualiteit van het gereformeerd protestantisme aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, schreef een inleiding op de hertaling.

A Brakels ”Redelijke godsdienst” heeft „iets van een geheim” in zich, betoogde prof. Van Vlastuin donderdagavond. In 1700 verscheen het werk voor het eerst. „Sindsdien is het 36 keer herdrukt, werd het ook in het Duits vertaald, in het Engels, in het Chinees. En nu is er ook nog een hertaling.”

Wat is dat geheim? De hersteld hervormde theoloog noemde een aantal „karakteristieken.” In de eerste plaats: „A Brakel is een verbondstheoloog. Dat blijkt al meteen uit de ondertitel: ”In welke de goddelijke waarheden van het genadeverbond worden verklaard”. Dat verbond komt iedere keer terug.”

Het woord verbond roept soms een wat ongemakkelijk gevoel op, aldus prof. Van Vlastuin. „A Brakel is een man van twee verbonden. Rutherford was een man van drie verbonden, en bij Owen tref je wel vier verbonden aan. Is dat niet erg theoretisch allemaal? Niet als je à Brakel leest: hij beschrijft het léven vanuit het verbond, heel praktisch. Denk aan het huwelijksverbond, dan komt het misschien iets dichterbij.”

Wat ook opvalt in de ”Redelijke godsdienst” is de grote plaats die de kerk erin inneemt. „A Brakel omschrijft de kerk als de vreugde van God op aarde, de eer van Christus. Hij kan ook alleen maar denken vanuit de eenheid van de kerk. Er is maar één –zichtbare– kerk. Als wij iets van hem kunnen leren, is het liefde voor de kerk, en dat er maar één kerk in Nederland kan zijn.”

Van à Brakel valt nog veel meer te leren, stelde de hoogleraar, onder meer over de wedergeboorte (Brakel noemt hier vijf wegen), de geestelijke oefeningen en de geestelijke blijdschap. „Maar ook over het gebed. Hellenbroek schreef dat de ”Redelijke godsdienst” tot stand gekomen is „onder veel nachtbraken en ernstige gebeden tot God.” A Brakel heeft zijn werk biddende gedaan, en daarom is het ook zo door de Heilige Geest gebruikt. Dat heeft ons iets te zeggen. In de gereformeerde gezindte zijn we goed in organiseren, publiceren. Zijn we ook goed in bidden? Doen we het ook? Beoefenen we de verborgen omgang met God, zoals ook Paulus deed, ook voor elkaar? Hoe zouden onze gemeenten bloeien als we dát van Wilhelmus à Brakel zouden leren.”

Daarmee sloot ook ds. W. Visscher, predikant van de gereformeerde gemeente te Amersfoort, zijn referaat af. „Moeten we niet erkennen dat we veel zaken in de ”Redelijke godsdienst” nog wel kennen in theorie, maar niet meer in de praktijk van het leven? Laten we hopen en bidden of God deze nieuwe uitgave wil gebruiken tot herleving van Zijn kerk in Nederland. Hier is brood voor het hart.”