Pia Dijkstra: Wij staan niet te juichen bij elke abortus

Week van het leven
SGP-senator Diederik van Dijk (linksboven) en D66-Kamerlid Pia Dijkstra debateerden woensdag onder leiding van SGP-jongere Tom de Nooijer over abortus. beeld RD

„Als een ei- en zaadcel samensmelten, is dat het begin van een uniek wezentje”, stelde SGP-senator Diederik van Dijk woensdagavond in een online debat over abortus. „Maar een embryo heeft niet dezelfde morele status als een mens”, pareert D66-Kamerlid Pia Dijkstra. „Als in een ivf-centrum en op een peuterschool gelijktijdig brand uitbreekt, welk vuur gaat u dan als eerste blussen?”

De twee politici kruisten in de Week van het Leven de degens in een debat dat werd georganiseerd door lokale SGP- en VVD-jongeren. „Ook mevrouw Dijkstra is niet voor abortus”, trapt SGP-senator Diederik van Dijk en directeur van prolifeorganisatie NPV het debat af. „Het is altijd verdrietig als een nieuw leven niet kan opbloeien. Ik denk dat ook Dijkstra abortus zoveel mogelijk wil voorkomen.” Het Tweede Kamerlid voor D66 dat over een aantal maanden de Kamer verlaat, beaamt dat. „Er wordt wel eens de suggestie gewekt dat voorstanders van abortus staan te juichen bij elke ingreep”, zegt ze. „Maar we willen voorkomen dat vrouwen de ongelooflijk zware gang naar een abortuskliniek moeten maken. Gelukkig gaat het in Nederland heel goed en hebben we een laag abortuscijfer.”

2020-11-07-katZA1-Abortusdiscussie-5-FC-V_webAbortusdiscussie nieuw leven ingeblazen

Het volledige debat is hieronder terug te kijken.

abortusdebatvid

Het document kan niet getoond worden, omdat het mogelijk is dat het cookies plaatst die volgens uw cookie-instellingen niet toegestaan zijn.
Sta alle cookies toe om het document te tonen en ververs dan de pagina.

Lakmoesproef

„Hoe we met kwetsbaar leven omgaan, is voor mij de lakmoesproef of we wel of geen beschaving zijn”, zegt Van Dijk. „Als je pril jong leven niet hoogschat, waarom zou je gehandicapten of dementerenden dan wel beschermen? Ik zie in de samenleving een strijd tegen, uitsluiting, discriminatie en racisme. Dat is op zich goed, maar tegelijkertijd is het kwetsbare leven vogelvrij.” Dijkstra stelt daar zelfbeschikking en keuzevrijheid tegenover. „Die waarden heeft D66 hoog in het vaandel staan. De vrouw heeft het volste recht om over haar lichaam te beschikken. Het is niet aan de overheid of mannen om daarover te beslissen.”

De debaters zijn het met elkaar eens dat leven begint als een eicel en zaadcel samensmelten. „Maar een beukennootje is nog geen beuk” zegt Dijkstra. „Een embryo is nog geen mens. De morele status van leven stijgt naarmate het embryo groeit. Als in een ivf-centrum en op een peuterschool gelijktijdig brand uitbreekt, welk vuur gaat u dan als eerste blussen” De SGP’er noemt dat „een hypothetische vraag waarmee je je op een glibberig pad begeeft. Als je de grens van beschermwaardigheid niet trekt bij de conceptie, wordt elke lijn discutabel. Want is het leven van een peuter dan ook weer meer waard dan dat van een baby?” „Dat is een valse vergelijking”, vindt Dijkstra.

Klompje

„Na vijf weken klopt een hartje van een kind. Na acht weken zie je armpjes, beentjes, oogjes. Dan kun je toch niet hard maken dat dat niet beschermwaardig is”, vraagt Van Dijk zich af. „Als je dat nu vijf eeuwen geleden dacht, oké. Maar juist met de moderne technieken zien we dat het leven een wonder is vanaf het eerste begin.” Dijkstra: „Ik zeg ook niet dat een embryo voor de 24 weken, de wettelijke abortusgrens, maar een klompje cellen is, maar dat leven een ontwikkeling doormaakt. Bij 24 weken is de foetus levensvatbaar, die grens hanteer ik.”

Van Dijk zou de hele abortuswet het liefst van tafel vegen en „werken aan een cultuur van leven. Ik vind het niet passen om in een beschaafd land zo met ongeboren leven om te gaan. Ik zou veel meer hulp willen bieden aan zwangere vrouwen en me sterk willen maken voor alternatieven voor abortus. Voor een cultuur waarin het je niet altijd gaat voor je zelf en jezelf ontplooien, maar voor trouw en zelfverloochening. Onder D66, wordt zo’n cultuur op z’n zachtst gezegd niet aangemoedigd.” „Laten we alsjeblieft niet vanuit Den Haag gaan propageren dat je trouw moet zijn” reageert Dijkstra. „Dat moeten de mensen echt zelf weten.”

Bedenktermijn

Net als Van Dijk zou ook Dijkstra graag zien dat minder vrouwen voor een tweede keer naar een abortuskliniek gaan. Maar dat vrouwen die een abortus ondergaan, niet altijd goed zouden worden geïnformeerd –zoals Van Dijk stelt–, betwist ze. „We hebben een goed informatiesysteem opgezet, denk ook aan het programma Nu Niet Zwanger van minister De Jonge. De meeste vrouwen denken lang na voordat ze bij een abortuskliniek terecht komen. Vrouwen die in paniek aankomen bij een kliniek, worden opgevangen door goede zorgverleners. Ik vind het daarom betuttelend dat we in de abortuswet nog een bedenktermijn van 5 dagen hebben. Dat is helemaal niet nodig.”

„In Nederland bevinden zich jaarlijks 30.000 vrouwen in een noodsituatie”, zegt Van Dijk. „Ze laten een abortus plegen. Dan kunt u toch niet zeggen dat dat wel meevalt? We willen mensen toch niet opzadelen met zo’n ingrijpende ingreep? We zouden veel meer moeten inzetten op alternatieven.” „Ik betwist dat het in Nederland verschrikkelijk slecht gaat”, zegt Dijkstra. „Juist in landen waar de abortuswet streng is, zie je vaak meer abortussen.”

Dijkstra signaleert dat het soms lijkt alsof de maatschappelijke weerstand tegen abortus groeit. „Intimidatie bij klinieken neemt toe. Het lijkt alsof de conservatieve krachten winnen. Maar als je kijkt naar de onderzoeken, ook naar onderzoek van de SGP, zie je dat de publieke opinie de abortuswetgeving steunt.” „Ik reken me niet rijk”, erkent Van Dijk. „Maar ik merk dat het debat over abortus geen taboe meer is. In deze Week van het Leven staat het onderwerp stevig op de kaart.”