Onderwijsbuddy stelt beeld van minister bij

Minister Van Engelshoven (Onderwijs) ging woensdagmiddag in gesprek met haar oude en nieuwe onderwijsbuddy’s. Links op de foto Lisa van Gaalen, een van de twee eerste buddy’s van de bewindspersoon. beeld ANP, Bart Maat

Gevraagd en ongevraagd voorzag Lisa van Gaalen onderwijsminister Van Engelshoven het afgelopen halfjaar van feedback en advies. De 24-jarige leerkracht zwaaide woensdag af als eerste onderwijsbuddy van de bewindspersoon.

Starter in het onderwijs én adviseur en vraagbaak van minister Van Engelshoven. Dat was Lisa van Gaalen, juf van de groepen een en twee op basisschool De Driekleur in ’s-Gravenzande. Ze vormde samen met een andere startende leerkracht het eerste buddyduo van de bewindspersoon. In een informele setting gingen beide leerkrachten maandelijks met de minister in gesprek over het werken in het onderwijs. Ook legde Van Engelshoven lesbezoeken af op de scholen van beide starters.

Als onderwijsbuddy houd je de minister vanuit de praktijk een spiegel voor, legt Van Gaalen uit. „Het onderwijspersoneel staakt of demonstreert relatief veel. Maar hoe is het nu echt om voor de klas te staan? Ik wilde haar graag een objectief beeld geven van de situatie in het onderwijs.”

Het buddyproject startte in februari 2020 met het doel minister Van Engelshoven inzicht te bieden in de behoeften van startende leerkrachten, zodat zij beter voorbereid kunnen worden op de onderwijspraktijk. De minister was vooral geïnteresseerd in de vraag hoe het kwam dat relatief veel leerkrachten binnen vijf jaar de sector vaarwel zeggen, zegt Van Gaalen. Harde verklaringen kon de leerkracht haar daarvoor niet geven. „Ik vind het werken in het onderwijs het mooiste wat er is. Maar omdat ik een fulltime baan als juf heb gecombineerd met de avondpabo, weet ik bijvoorbeeld ook dat de combinatie van werk en studie zwaar is.”

Daarnaast is het relatief lastig in het basisonderwijs door te groeien, merkt Van Gaalen. „Dat zijn zaken waardoor mensen óf niet voor het onderwijs kiezen óf de sector relatief snel verlaten.”

School-DGKR_DSF3740_webDocenten moeten zich door ouders gesteund weten; zeker in coronatijd

Oudergesprek

Als onderwijsbuddy kun je concreet dingen in gang zetten, zegt de ’s-Gravenzandese. „Ik merkte bijvoorbeeld dat niet alle ouders de coronaprotocollen begrepen. Doordat wij dat bij de minister aankaartten, is daarvan landelijk een Jip-en-Jannekeversie gemaakt. Dan merk je dat je als onderwijsbuddy echt dingen van de grond krijgt.”

Daarnaast adviseerde het duo de minister over het leerplan voor de pabo-opleidingen. „We gaven bijvoorbeeld aan dat er meer aandacht zou moeten zijn voor het voeren van oudergesprekken, dat er minder gekleid en geknutseld zou moeten worden en dat er meer vakken moeten komen waarbij je echt de diepte in gaat.”

Het beeld van de minister over het onderwijs is door het project zeker bijgesteld, zegt Van Gaalen. „Toen ze de eerste keer op lesbezoek kwam, schrok ze van het aantal zorgleerlingen in mijn klas. Ze dacht dat dat vooral in de grote steden speelde. Daarnaast keek ze ervan op dat we door al onze andere taken, zoals de administratie, nauwelijks of geen tijd hebben voor lesvoorbereiding.”

Van Gaalen kijkt positief terug op haar buddyschap. „Ik kon als een van de weinige leerkrachten mijn zorgen direct bij de minister uiten. Dan kun je veel bereiken.”