Stem van Joegoslavische kroonprins niet gehoord

Aleksandar voor het koninklijk paleis dat hij bewoont in Belgrado. beeld EPA, Koca Sulejmanovic
8

Het is deze maandag een trieste dag voor de Servische kroonprins Aleksandar II Karađorđević. Dat heeft hij zelf laten weten via de sociale mediakanalen van het niet regerende koningshuis. Het is namelijk precies 59 jaar geleden dat zijn geliefde grootmoeder koningin Maria in Londen overleed.

Ze werd slechts 61 jaar en werd ter aarde besteld op de Britse koninklijke begraafplaats Frogmore, niet ver van Windsor Castle. Maria was een achterkleindochter van koningin Victoria, vandaar.

Kroonprins Aleksandar wist zijn droeve herinneringen aan het afscheid van zijn oma echter getemperd door de gedachten dat hij er enkele jaren geleden in is geslaagd om haar lichaam vanuit Engeland naar Servië te halen en een laatste rustplaats te geven in de koninklijke grafkerk in Oplenac, naast het graf van haar in 1934 tijdens een bezoek aan Marseille vermoorde echtgenoot, koning Aleksandar I. Niet alleen dat. De kroonprins kon ook zijn respectievelijk in de Verenigde Staten en Griekenland begraven ouders, koning Petar II en koningin Aleksandra, in 2013 repatriëren.

Staatsvijand

In het geval van zijn moeder was dat met de bijzondere aantekening dat ze in haar leven nooit voet op Servische –of correcter, Joegoslavische– bodem had gezet. Het huwelijk was in maart 1944 voltrokken in de Joegoslavische ambassade in Londen, de stad waar beiden tijdens de Tweede Wereldoorlog in ballingschap woonden. Onder de bruiloftsgasten waren behalve de Britse koning George VI meer ballingen: de Nederlandse koningin Wilhelmina, de Griekse koning George II en koning Haakon VII van Noorwegen.

Het huwelijksgeluk was slechts van korte duur. Ruim een jaar later, op 17 juli 1945, werd Aleksandar geboren in suite 212 van het Claridge’s Hotel in Londen. Bij zijn doop fungeerde de huidige Britse koningin Elizabeth als peettante.

Bij Aleksandars geboorte was in Europa de oorlog reeds enkele maanden voorbij, maar de koninklijke familie kreeg geen toestemming terug te keren naar Joegoslavië. Daar waren namelijk met steun van de geallieerden de communistische partizanen onder leiding van Josep Broz Tito aan de macht gekomen. Die zaten niet te wachten op herstel van de monarchie. Integendeel. Op 29 november 1945 werd de volksrepubliek uitgeroepen en twee jaar later verloren de leden van de koninklijke familie hun nationaliteit. Baby Aleksandar werd na zijn vader zelfs staatsvijand nummer 2.

Engels accent

Zonder land, zonder doel en vooral ook zonder geld hield het huwelijk geen stand. Koning Petar II werd depressief en alcoholist, zijn vrouw probeerde enkele keren een einde te maken aan haar leven, terwijl Aleksandar probeerde tussen hen zijn evenwicht te bewaren. Net als de andere onttroonde en in ballingschap levende Balkanroyals had hij geen hoop ooit naar zijn vaderland te kunnen reizen. Dat was bijvoorbeeld reden om het leren van Servisch niet tot prioriteit te maken, hetgeen Aleksandar tot op de dag van vandaag parten speelt. Zijn Engelse accent is voor veel Serviërs een diskwalificatie.

Het uiteenvallen van Joegoslavië en de val van de Berlijnse Muur brachten ook in het leven van de kroonprins –hij wilde zich na het overlijden van zijn vader in 1970 geen koning noemen– grote veranderingen. Zo ging de grens open en kon hij in 1991 voor het eerst zijn vaderland bezoeken.

Het duurde daarna nog tien jaar alvorens hij zich er ook kon vestigen, samen met zijn tweede vrouw Katherine. Het Servische parlement gaf hem zijn paspoort terug, gevolgd door het gebruiksrecht van de koninklijke residentie, die in voorgaande jaren populair was geweest bij zowel de Joegoslavische president Tito als de Servische president Slobodan Milosevic. Bij rondleidingen door het paleiscomplex mag de kroonprins daar graag over vertellen. Net zoals hij steevast klaagt dat het gebruiksrecht betekent dat de Servische overheid niet of nauwelijks betaalt voor het onderhoud.

Stem niet gehoord

Eenmaal terug in Servië –aanvankelijk nog verbonden met Montenegro en Kosovo– werkte Aleksandar aan hernieuwde zichtbaarheid van het koningshuis, met als uiteindelijk doel de instelling van een constitutionele monarchie naar Spaans voorbeeld. Een neutraal, boven alle partijen staand staatshoofd was in de ogen van Aleksandar en een kleine schare aanhangers het beste voor het verder zo verdeelde en vaak gepolariseerde land. Een aantal opiniepeilingen gaven hem hoop. Zo was in 2011 maar liefst 64 procent van de bevolking voor herstel van de monarchie, maar twee jaar later was dat percentage nog maar 39 procent. De politiek voelde er niks voor, op twee monarchistische splinterpartijen na.

Kroonprins Aleksandar is voor zijn status afhankelijk van de werkelijke machthebbers in Belgrado. „Ik kijk er erg naar uit om u te ontmoeten om te bespreken hoe u onze mensen en ons land gezamenlijk kunt helpen”, schreef hij in 2014 in een felicitie aan Aleksandar Vučić, de president van de Servische Progressieve Partij na diens overweldigende overwinning bij de parlementsverkiezingen. Vučić is inmiddels president van Servië en zijn partij won zondag de door de oppositie grotendeels geboycotte nieuwe verkiezingen. „We krijgen pas een sterke regering als zoveel mogelijk mensen gaan stemmen”, meende de kroonprins in een boodschap aan de bevolking aan de vooravond van de stembusgang. Maar zijn stem werd niet gehoord.

Zoons

Aleksandar, die volgende maand 75 jaar hoopt te worden, kan ervan uitgaan dat zijn droom –herstel van de monarchie– nooit verwezenlijkt zal worden. Zijn drie zoons, geboren in zijn eerste huwelijk met prinses Maria de Gloria van Orléans-Braganca, wonen niet in Servië, en houden zich ook nauwelijks met het erfgoed van de familie bezig. Met Aleksandar zal dan ook hoogstwaarschijnlijk een einde komen aan de aspiraties van het koningshuis Karađorđević.

Blijvende ballingschap

Redactie Koninklijk Huis

De vader van kroonprins Aleksandar, koning Petar II, was van 1934 tot 1945 de laatste koning van Joegoslavië. Zijn peetoom, de Britse koning George VI, viste hem uit de doopvont waarin de patriarch hem tijdens de doopplechtigheid had laten vallen.

Petar (1923-1970) ging als kind naar school in Engeland, maar nadat zijn vader op 9 oktober 1934 in de Franse stad Marseille door een Bulgaarse revolutionair was doodgeschoten –ook de Franse minister van Buitenlandse Zaken kwam daarbij om–, keerde hij terug om hem op te volgen. Hij was toen nog maar 11 jaar oud, dus prins Paul, een neef van zijn vader, nam als regent de regering waar. De regent vond de dictatuur van zijn voorganger maar niets. Het viel te verwachten dat hij de democratie in het land zou herstellen.

Dat liep echter anders. Op 25 maart 1941 sloot Paul onder immense druk een pact met nazi-Duitsland. Het volk kwam in opstand en twee dagen later werd de regent met Engelse hulp afgezet. De bijna 18-jarige Petar II werd nu echt koning, maar een week later viel Duitsland zonder oorlogsverklaring het land binnen en bezette het land in elf dagen tijd.

De jonge koning ging met de regering in ballingschap in de Egyptische hoofdstad Caïro en begon vervolgens een studie internationaal recht in het Engelse Cambridge. In 1944 trouwde hij met een dochter van de Griekse koning, Alexandra (1921-1993).

Het koningspaar-zonder-land verhuisde later naar de Verenigde Staten. Koning Petar overleed op 47-jarige leeftijd in Los Angeles, waarna zijn weduwe terugkeerde naar Engeland.