„Sparen, daar doe ik niet aan”

materialisme
Kweker Aalt Mostert maakt zich soms zorgen om de druk die er wordt gelegd op de jonge gezinnen. „Je moet van alles, het liefst meteen een groot koophuis.” beeld Sjaak Verboom

Als zzp’er heeft boomkweker Aalt Mostert (45) onregelmatige inkomsten. Geen probleem: hij is van jongs af aan gewend om zuinig met geld om te gaan. En het hoeft allemaal niet zo luxe. „Dan ga ik het geld alleen maar oppotten en me zorgen maken.”

In de grote schuur op het erf ligt een kale boomstam op de grond. Aalt Mostert zit er op een stoeltje naast. Hij is bezig met het schuren van de stam. „Mooi hè? Met dit hout wil ik een afdak maken boven het zitje in de tuin.”

Even later houdt hij de deur van de bijkeuken met een uitnodigend gebaar open. „Op naar de warmte.” In de gezellige woonkeuken staat de koffie klaar.

Mostert woont samen met zijn vrouw en hun zes kinderen in de leeftijd van vier tot achttien jaar in Balkbrug, een klein dorp in de gemeente Hardenberg.

De kweker is van huis uit gewend om bewust met geld om te gaan. „Zuinig zijn, geen gekke dingen doen. De tering naar de nering zetten; niet uitgeven wat je niet hebt. Rood staan mag niet gebeuren. Mijn vrouw denkt er precies hetzelfde over.”

Als zzp’er verschillen zijn inkomsten iedere maand. De ene keer krijgt hij veel geld binnen, de andere keer is het een maand zuinig aan doen. „Soms betaalt een klant niet. Dan zit je even krap. Het is weleens gebeurd dat we nog maar weinig geld op de rekening hadden staan. Maar uiteindelijk komt het altijd weer op zijn pootjes terecht.”

Om geld te besparen doet hij veel klussen in huis zelf. „Als de vaatwasmachine kapot is, bel ik geen monteur, maar probeer ik het zelf te fixen. Een mens kan meer dan hij denkt.”

Ook in zijn omgeving staat hij bekend als een handige klusjesman. Zijn vrouw, lachend: „Als er ergens geklust moet worden, staat mijn man paraat.”

Andersom helpen vrienden en kennissen hem weer met het metselen van een muurtje of wat timmerwerk. „Zo help je elkaar uit de brand. En iedere keer dat ik langs het resultaat loop, denk ik aan het plezier waarmee ik het heb gemaakt.”

Pensioen

Uit de enquête van het Reformatorisch Dagblad over materialisme blijkt dat 35 procent van de ondervraagden geld reserveert voor het huishouden. Mostert en zijn vrouw leggen geen specifiek budget opzij voor de huishoudelijke uitgaven. „Over grote uitgaven overleggen we sowieso, maar als ik een hamer nodig heb en zij een paar schoenen, gaan we dat niet steeds bespreken. Het geld is van ons samen.”

Aan sparen doet de kweker niet. „Natuurlijk, soms heb ik een financiële meevaller. Dat is dan weer handig voor de maand erna. Maar ik zet niet bewust een bedrag opzij. Waarom zou ik? Dan ga ik het alleen maar oppotten en me zorgen maken.”

Hij spaart ook niet voor zijn pensioen. Van het woord pensioen moet hij sowieso weinig hebben. „Ik ben geen type om op mijn 65e de hele dag op een stoel te gaan zitten. Mijn werk is mijn liefhebberij. Ook als ik ouder word, blijf ik klusjes doen. En als ik niets meer kan, heb ik ook geen geld meer nodig.”

Hij heeft wel een verzekering. „Die heb ik voor mijn vrouw en kinderen. Als ik weg val, hebben zij iets om op terug te vallen.”

Mostert vindt het belangrijk om niet met angst naar de toekomst te kijken. Volgens hem leert Gods Woord ons dat ook. „Het gaat om een stukje vertrouwen. Geld kun je niet meenemen. Als je het koninkrijk van God vindt, dan verliest geld zijn echte waarde.”

Koophuis

In het RD-onderzoek geeft 82 procent van de ondervraagden aan dat de reformatorische gezindte materialistischer wordt. Mostert herkent dit beeld. Hij maakt zich soms zorgen over de ontwikkelingen in de gezindte, met name de druk die wordt gelegd op de jonge gezinnen. „Je moet van alles. Het liefst meteen een groot koophuis, al moet je je daarvoor in de schulden steken.”

Bovendien hebben veel jongeren een studieschuld. „Je begint al aan je huwelijk met een financiële achterstand. Vervolgens ben je jarenlang bezig om af te lossen. Dat lijkt me geen stabiele basis.”

Volgens Mostert hangen we teveel aan materialistische dingen. „Ja, dat is gemakkelijk gezegd. Maar uiteindelijk moet je al je bezittingen loslaten met hetzelfde gemak als dat je het vastpakt.”

Na afloop van het gesprek loopt de kweker weer naar de schuur om verder te werken aan zijn boomstam. „Kijk, daar in de hoek ligt een verzameling dakpannen. Die mocht ik gratis meenemen van een huis dat gesloopt werd. Mooi voor het afdakje.”

Dan, serieus: „Misschien komt er wel commentaar op wat ik heb gezegd over sparen. Maar dat geeft niet, ik zit hier toch lekker rustig in de weilanden.”