Repareren zonder druk op de ketel

Werken met een beperking
Geert Lieftink (l.) en zijn werkgever Hans Bulten (r.). beeld VidiPhoto
2

Als jongen van 19 liep Geert Lieftink (40) al stage bij Rijwielhandel Frazer in het Gelderse Ulft. Nu, 21 jaar later, is zijn epilepsie verergerd en werkt hij er nog twee dagen in de week. „Ik heb hier altijd met veel plezier gewerkt.”

Verkoopklare fietsen staan buiten, geïnteresseerde klanten lopen in de winkel en de monteurs zijn druk bezig in de werkplaats. Bij Rijwielhandel Frazer in Ulft wordt gewerkt, zoveel is duidelijk.

Het duurt even voor Lieftink acte de presénce geeft in de rijwielhandel, „de bus gemist.” Op de eerste verdieping is de kantine. Daarnaast is het kantoor van Hans Bulten, de eigenaar van de fietsenzaak.

Toen Bulten zijn fietsenzaak opende, had hij vanaf dag één een stagiair. „Toen ik de deur van de zaak opendeed, liep Geert bij wijze van spreken achter mij aan naarbinnen.”

Lieftink liep een halfjaar stage bij Rijwielhandel Frazer toen hij de bedrijfsschool van Gazelle volgde. „Hier heb ik geleerd hoe ik een fiets een grote beurt moet geven en hoe je met het kostenplaatje omgaat; welke onderdelen je vervangt en wat dat dan gaat kosten bijvoorbeeld.”

2017-07-08-ECON1-grootgeld-2-FC-V_webOverheid vertilt zich aan banenafspraak

Aanvallen

Via verschillende tussenstations kwam Lieftink uiteindelijk weer terecht bij Bulten. „Ik werd na mijn stage geopereerd aan de epilepsie, maar toen de aanvallen terugkwamen, hield ik het niet meer vol in mijn toenmalige baan. Hans Bulten vroeg mij in die tijd of ik bij hem wilde werken, omdat hij het druk had en ze het werk in de winkel niet met z’n tweeën aankonden. Sindsdien ben ik niet meer veranderd van werkplek.”

Bulten zag op dat moment al een goede werknemer in Lieftink. „Ik had gelijk wel door dat het een man van weinig woorden en hard werken was. Ik vind het mooi dat hij ondanks de epilepsie, gewoon gebleven is. Hij gaat er nog altijd voor, al werkt hij inmiddels minder en heeft hij door de ziekte minder energie.”

Emmer

Een normale werkweek ziet er voor Lieftink dan ook anders uit dan voor de andere monteurs. „Ik werk op maandag en donderdag en ik kom wat later op de ochtend. Dan doe ik een of twee reparaties en daarna heb ik een uur pauze. Maar voor elke reparatie heb ik de tijd, er ligt geen druk op mij.”

Dat beaamt Bulten. „Bij de rest van de monteurs hanteren we een tijdsschema, bij Geert is dat er niet.” En dat heeft alles te maken met zijn ziekte, geeft Lieftink aan. „Je moet het zien als een emmer. Die wordt steeds voller als ik druk voel. Als de emmer overloopt, krijg ik een aanval.”

Op de werkvloer zijn er daarom, behalve ten aanzien van de tijdsdruk, nog wat maatregelen genomen, vertelt Bulten. „Een van onze monteurs, Jesse, staat bij de balie om mensen te ontvangen. Hij kijkt mee bij Geert en is voor hem een vast aanspreekpunt. En als Geert klaar is met een reparatie, is het belangrijk dat die wordt gecheckt. Als laatste: hij krijgt pas een volgende klus als hij klaar is met de vorige.”

Geert Lieftink (l.) heeft in toenemende mate last van epilepsie. Zijn werkgever Hans Bulten (r.) zorgt ervoor dat hij desondanks toch zijn werk kan doen. beeld VidiPhoto

Kaartenbak

Lieftink moet lachen als hij terugdenkt aan vroeger. „Toen hadden we nog een kaartenbak voor de fietsen die gerepareerd moesten worden. Als ik zag hoe vol die kaartenbak zat, brak het zweet mij al uit. Dan overzag ik het niet meer. Nu kan ik mij op één reparatie per keer richten.”

Lieftink vertelt dat zijn energieniveau hem elke dag parten speelt. „Soms werk ik mijzelf in de nesten en ben ik te moe om ’s avonds nog wat te kunnen. Dus heb ik vaste rituelen en neem ik de tijd.”

Bulten: „Dat heeft natuurlijk ook te maken met het op- en afbouwen van medicijnen die je slikt. Dan ben je soms zo een paar weken uit de running.”

Heftiger

Helaas heeft Lieftinks ziekte niet alleen gevolgen voor zijn dagelijks leven, maar ook voor zijn werk. Bulten: „De epilepsie is door de jaren heen heftiger geworden. Door de handicap is Geert bijvoorbeeld niet in staat elektrische fietsen te repareren; dat vraagt extra kennis. Ook kan de ene werknemer beter met de beperking omgaan dan de andere. Toch accepteert iedereen hem zoals hij is.”

Lieftink knikt. „Maar daar moet ik Hans wel een compliment voor geven: er is bij geen enkel bedrijf zo goed met mij meegedacht als hier. Ik heb nog altijd plezier in het vak van fietsenmaker.”

Lastig om banen voor arbeidsbeperkten te creëren

In 2013 bepaalde het kabinet in het toen afgesloten sociaal akkoord dat de markt 125.000 banen moet creëren voor mensen met een arbeidsbeperking. Hans Bulten, eigenaar van Rijwielhandel Frazer, ziet dat het repareren van fietsen geen makkelijk beroep is en dat het daardoor lastig is mensen met een beperking in te zetten als monteur. „De tijden van makkelijke fietsen zijn voorbij. Maar monteurs die een lichte beperking hebben, zouden het vak wel kunnen leren. Het bieden van een baan voor mensen met ernstigere beperkingen is lastiger.”

Bulten kent binnen zijn branche ook een rijwielhandel waar een dove werknemer werkt. „Bij zulke werknemers duurt het repareren hoogstens wat langer, maar dat is niet zo’n probleem.”

En hoe zit dat bij werknemers met een verstandelijke beperking? Bulten: „Het verschilt natuurlijk per persoon, maar voor het uitlezen van een elektrische fiets heb je wel wat kennis nodig. En het kan lastig zijn die aan te leren.”

serie Werken met een beperking

Deel 10 in een serie artikelen over werken met een beperking.