Niet aan de zijlijn staan, maar een eigen bedrijf runnen

Werken met een beperking
Leendert van Gilst bij melkveehouderij Vermue in Kapelle, een klant van Van Gilst. beeld Van Scheyen Fotografie

Leendert van Gilst werd geboren met een lichamelijke beperking. Toch runt hij samen met zijn vrouw Alida een eigen bedrijf. „Ik wil bezig zijn.”

Van Gilst uit het Zeeuwse ’s-Gravenpolder is al acht jaar zelfstandig ondernemer. Zijn bedrijf Allicare verkoopt onder meer het diergeneesmiddel Allimax dat als alternatief voor antibiotica in de melkveehouderij wordt toegepast. Het is een middel op natuurlijke basis waarvan de werkzame stof, allicine, afkomstig is uit Spaanse knoflook.

Sinds zijn geboorte heeft Van Gilst weinig beenfunctie. De pezen, spieren en bloedvaten in zijn benen zijn nooit goed tot ontwikkeling gekomen, waardoor hij zich moet verplaatsen in een handbewogen rolstoel.

Van Gilst heeft er nauwelijks last van dat hij niet kan lopen. „Omdat ik ermee ben geboren, weet ik niet beter”, vertelt hij. „Het enige waar ik wat moeite mee heb, is het optillen en verplaatsen van zware spullen. En als ik bij een boer op bezoek ben, zou ik best wel eens af en toe tussen de koeien willen lopen. Maar dat gaat dus niet. Dus blijf ik met mijn rolstoel op de voergang.”

Opgewekt

De 31-jarige Zeeuw is een opgewekt man die nooit bij de pakken heeft neergezeten vanwege zijn beperking. „Hij denkt in mogelijkheden, niet in onmogelijkheden”, verklaart zijn vrouw Alida deze houding. „En hij houdt van uitdagingen.”

Zijn handicap heeft ook nog een uitgesproken voordeel. „Als ik met mijn bedrijf op een vakbeurs sta, ben ik de enige in een rolstoel, dus word ik onthouden”, zegt hij glimlachend.

Van Gilst deed in Vlissingen een hbo-opleiding logistiek. Toen hij in 2011 een halfjaar een vrije studie volgde in Canada kwam hij in aanraking met de veehouderij daar. „Ik kom niet uit een boerengezin, we hadden thuis wel altijd hobbymatig wat kippen, koeien, paarden en varkens. Maar in Canada werd ik meteen gegrepen door de melkveehouderij.”

Terug in Nederland, besloot hij, na een jaar in vaste dienst te hebben gewerkt voor de producent van Allimax, een eigen verkoopbedrijf voor het middel te beginnen.

Met zijn aangepaste Mercedes Vito doorkruist hij sindsdien het land om zijn inmiddels uitgegroeide assortiment aan te bieden en melkveehouders te adviseren en te begeleiden.

„Ik kan vrij eenvoudig mijn rolstoel inladen. Daarna manoeuvreer ik mijzelf via de ruimte tussen de twee stoelen voorin naar de bestuurdersstoel. Bij de boeren die ik bezoek ervaar ik eigenlijk nooit beperkingen. Een boer moet zijn erf netjes en toegankelijk houden, en daar profiteer ik natuurlijk ook van. Als er een dik pak sneeuw ligt, gebeurt het wel eens dat mijn auto van binnen flink nat wordt van de smeltende sneeuw die aan de wielen van mijn rolstoel plakt.”

Getrouwd

Van Gilst is sinds vier jaar getrouwd met Alida. Ze hebben twee dochtertjes. Alida helpt hem met administratieve werkzaamheden in het bedrijf.

De Zeeuw zegt nooit werkeloos aan de zijlijn van de samenleving te willen zitten, alleen vanwege zijn lichamelijke beperking. „Ik wil werken en bezig zijn. Toch ben ik volledig afgekeurd. Als ik vandaag bij het UWV zou binnenstappen, had ik morgen een volledige arbeidsongeschiktheidsuitkering.”

De ondernemer gaat vandaag even langs bij Marinus Vermue en diens zoon Peter, die een melkveehouderij hebben in het naburige Kapelle. Ze zijn al jaren klant bij Van Gilst. Behendig wipt hij zijn busje uit, de gereedstaande rolstoel in, en rijdt met een lekker gangetje het erf over. De koeien kijken hem nieuwsgierig aan.

De producten die Van Gilst verkoopt, zijn erop gericht de uiergezondheid van koeien te verbeteren en zo min mogelijk antibiotica te gebruiken.

Zijn beperking weerhoudt Van Gilst er niet van een normaal leven te leiden. Wekelijks gaat hij rolstoelbasketballen en zijn dochtertjes zijn volkomen vertrouwd met zijn handicap. „Alida en ik ontdekten op een gegeven moment dat ons dochtertje Mathilde gewoon bleef liggen als mijn vrouw ’s ochtends binnenkwam om haar uit bed te halen. Maar als ík haar uit haar bedje wilde halen, was ze altijd al een beetje op haar knietjes gaan zitten op het moment dat ik binnenkwam. Ze wist intuïtief dat het voor mij dan wat makkelijker was haar op te tillen.”

„Kijk naar wat mensen nog wél kunnen”

In 2013 bepaalde het kabinet in het toen afgesloten sociaal akkoord dat de markt 125.000 banen moet creëren voor mensen met een arbeidsbeperking. Van Gilst ziet het graag omgekeerd. „Zou het UWV niet kunnen vaststellen wat die mensen allemaal nog wél kunnen? Daarbij zou deze instantie kunnen samenwerken met een detacheringsbureau, dat voor deze groep passend werk zoekt.” Zelf zou hij zich misschien ook wel even achter de oren krabben als hij als ondernemer zou overwegen iemand met een handicap aan te nemen. „Moet je een medewerker met een dwarslaesie, wiens onderlichaam verlamd is, helpen bij wc-bezoek?” Een werkgever die weet wat een sollicitant met een beperking allemaal niet, maar vooral wél kan, kan zich daarop instellen, zegt hij. „Ik ken een kraanmachinist met een dwarslaesie wiens kraan zo is aangepast dat hij deze moeiteloos kan bedienen. Een samenleving die focust op waar mensen met een beperking nog allemaal toe in staat zijn, krijgt heel veel mensen aan het werk en geeft hen een goed gevoel.”

serie Werken met een beperking

Deel 11 in een serie artikelen over werken met een beperking (slot)