Nederland houdt vast aan toegang tot Brits viswater

Nederlandse vissers aan het werk op de Noordzee. Het VK wil de verdeling van quota en toegang tot viswater drastisch herzien.  beeld ANP, Niels Wenstedt

Als er na de brexit een vrijhandelsverdrag komt tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk, moeten Europese vissers toegang houden tot de Britse viswateren.

Dat is de inzet van het Nederlandse kabinet en van de andere EU-landen, schrijft minister Schouten (Visserij) in een brief aan de Tweede Kamer, die vooruitblikt op de (reguliere) vergadering van Europese visserijministers van maandag.

De Britten staan juist op het standpunt dat er geen koppeling moet komen tussen toegang tot elkaars markten en de toegang tot viswater en visbestanden. Dat blijkt uit het zogeheten witboek over de toekomstige relaties met de EU, dat Londen donderdag heeft gepubliceerd. Het land wil ook jaarlijks onderhandelen over de toegang tot viswater en over de verdeling van vangstrechten.

BCK40_bw_20121010_6469_webBritse inzet brexit: visrechten scheiden van vishandel

De Nederlandse visserijsector ziet daar niets in. Volgens woordvoerder Gerard van Balsfoort van de gezamenlijke brancheorganisaties willen de Britten steeds elk jaar nagaan in wiens water een bepaald visbestand zich in welke mate bevindt en daar dan de vangstquota op afstemmen. Volgens hem is dat ondoenlijk, omdat er ruim honderd visbestanden zijn die de EU met het VK deelt. Bovendien zwemt de vis, afhankelijk van het ontwikkelingsstadium, in verschillende visserijzones. Van Balsfoort vreest voor een „onderhandelingscircus” en langdurige onzekerheid voor de vissers.

„Wij willen langjarige afspraken”, zegt hij. „Onze oplossing is het handhaven van de huidige vangstquotaverdeling, die met veel moeite tot stand gekomen is, en behoud van de huidige toegang van EU-vissers tot de Britse wateren. Omdat het VK heel graag een vrijhandelsakkoord wil hebben met de EU, worden de visserijonderhandelingen daar door de EU aan gekoppeld.”

Het VK claimt als „onafhankelijke kuststaat” controle over zijn exclusieve economische zone (200 mijlszone) en beroept zich daarvoor op het zeerechtverdrag van de Verenigde Naties (Unclos). Directeur Pim Visser van de organisatie van kottervissers VisNed zei eerder echter dat Unclos niet op de visserij van toepassing is.